Hiernamaals voor iedereen – nu en later

hiernamaals
Er is niet één de beste

Het kan niet zo zijn, dat een klein gedeelte van de mensheid gelijk heeft en de rest niet. Een hemel of een verlichting of een hogere wereld of die oneindige dimensie of dat hiernamaals is voor iedereen. Voor iedereen bereikbaar en ongeacht wat je gelooft of niet gelooft.

Als dat hiernamaals niet voor iedereen zou zijn, zou dat betekenen dat de ene mens beter is dan de andere.

Of dat het ene geloof beter is dan het andere.

En als geloof of een leven na dit leven onzin is, zou het betekenen dat de mensheid zichzelf altijd voor de gek heeft gehouden – terwijl er zoveel bewijs is dat dat niet het geval is.

Het zou betekenen dat het ervaren van een hemel of een verlichting of een hogere wereld – of hoe je het ook noemt – niet voor iedereen weggelegd is, omdat de kans erg groot is dat je niet met de zogenaamd juiste manieren in aanraking komt om dat te bereiken.

Of omdat je die mogelijkheden niet hebt. Omdat je het verkeerde geloof hebt, of omdat je helemaal nergens in gelooft.

Onder je denken en onder je emoties, ben je bewustzijn op een veel dieper niveau.

En dit bewustzijn is voor iedereen bereikbaar, ongeacht wat je gelooft of niet gelooft. Dit heb ik niet altijd beweerd, maar dit besef is ontstaan uit mijn eigen ervaringen.

Het is voor mij een gegeven en iets dat los staat van allerlei regels en voorschriften waar je je aan zou moeten houden en allerlei dingen die je wel of niet zou moeten doen, om dat bewustzijn te kunnen bereiken.

Het hiernamaals is altijd aanwezig, in jou en in iedereen en om je heen.

Het zou betekenen dat de één gelijk heeft en de ander niet en dat wat die ene doet, beter is dan het andere.

Wat mensen doen en geloven om zoiets als oneindige vrede te vinden of contact te maken met een god, of om een soort hemel of gelukzalig hiernamaals te bereiken, dat is voor de meeste mensen puur toeval.

Puur toeval.

Je wordt ergens geboren en krijgt iets mee.

Alleen de meest bevoorrechte mensen op de aardbol krijgen een kans zelf te kiezen.

Of soms worden ze zich ervan bewust dat ze iets anders zouden willen doen of geloven, maar kan en mag het niet. De keus van de mens is maar beperkt.

Dus wanneer dat ene geloof of die ene stroming en de daarbij behorende handelingen en inspanningen beter zou zijn dan al die andere, zou dat betekenen dat de rest van de mensheid nooit dat gelukkig zijn zou kunnen bereiken. 

En ik ben er van overtuigd dat dat onzin is.

Hiernamaals is er voor iedereen. Het is ook nu bereikbaar. En ook na de dood is het bereikbaar en ertussenin – contact tussen beide – leven en dood.

Je wordt geboren in een kartonnen doos naast de treinrails.

Of in een ziekenhuisbed als prinses.

Misschien kan je geld uitgeven aan meditatieleraren en cursussen. Of je moet naar de voedselbank en je hebt al je inkomsten nodig voor de huur. Je bidt voor Allah of voor God of voor Brahman, of voor niets, of voor iets anders.

Het kan niet zo zijn dat de ene gelijk heeft en de ander niet.

Ik realiseer me goed dat wat ik beweer ook weer een soort van geloof is. Maar ik zeg niet dat mijn geloof beter is dan de rest, of dat ik er meer van begrijp dan anderen. Dit is gewoon hoe ik het zie. Je mag het met mij oneens zijn.

Ik ben ervan overtuigd dat het in jezelf zit. In iedereen.

Hetzelfde.

Die wijsheid, die oneindige rust, dat prachtige, dat zonder-pijn, dat licht, die oneindige liefde, dat hiernamaals, dat paradijs, dat gelukkig zijn, die tevredenheid, die volmaaktheid, die liefde.

De volgende website is het bezoeken waard. Kijk even verder voordat je het aanbod voor de cursus meteen afslaat als onzin – zoals ik eerst ook deed. Die liefde zit in iedereen en het is datgene wat iedereen met elkaar verbindt.

Wat sommigen spontaan hebben gevoeld wanneer ze beweren God te hebben gezien, wat anderen ervaren na jarenlang mediteren volgens de boeddhistische beoefening, wat weer anderen ervaren in een bijna dood ervaring en wat weer anderen ervaren in andere bijzondere momenten, die met het verstand niet te verklaren zijn, dat zit volgens mij in iedereen.

Hetzelfde.

Zonder iets af te doen aan jarenlange inspanningen en de ervaringen van iedereen afzonderlijk, en zonder afbreuk te doen aan de kunst van mediteren en met respect voor ieders mening en geloof of niet-geloof, wil ik beweren dat hetgeen mensen ervaren in dat soort bijzondere toestanden, hetzelfde is.

En dus ook voor iedereen bereikbaar is.

Ook al zou verlichting een bewustzijnstoestand zijn die je in je leven kunt bereiken en ook al zou de hemel een plek zijn waar je naar toegaat na je dood, toch is het volgens mij hetzelfde.

De vraag of alle geloven gelijk zijn of niet, staat daar los van.

Volgens mij is de hemel ook een staat van hoger bewustzijn. Of is verlichting waar je bent als je doodgaat. En tegelijk kan je er nu al zijn. Je gaat er niet alleen heen als je doodgaat, maar het zit in je. Je bent het al.

Het.

Voorbij de emoties en de lichamelijke toestanden en de gedachtes. En voorbij je geloof of niet-geloof. Je energie, je ziel. De liefde en innerlijke vrede, de goddelijkheid, de wijsheid, de hemel, hoe je het ook wil noemen.

Dat het zit in jezelf.

&

Gevoelig voor sfeer – wat negatieve sfeer kan doen

gevoelig voor sfeer
Het weerbericht

Ik ben erg gevoelig voor sfeer maar dat wist ik niet. Niet bewust. Ik dacht dat iedereen dat zo had. En wat maak je soms dan een rare dingen mee waar je je vinger niet op kunt leggen. Wanneer je er pas laat achter komt dat je hoogsensitief bent, geeft dat veel inzicht in je leven.

Gevoelig voor sfeer.

Iedereen is in bepaalde mate sfeergevoelig natuurlijk. Maar als je hoogsensitief bent, kun je sfeer meestal veel intenser ervaren dan de meeste mensen. Misschien wel net zo duidelijk als wat je bijvoorbeeld waarneemt met je ogen of oren. Gevoelig zijn voor sfeer is een kenmerk van hoogsensitiviteit.

Sfeer.

Het is zoiets gewoons. Iedereen weet wel wat ermee bedoeld wordt. Op feestjes hangt meestal een fijne sfeer en iedereen kent dat wel, die drukte en vrolijkheid. De sfeer op een begrafenis is uitermate droevig en bedrukt.

Ook films, boeken en muziek hebben hun eigen specifieke sfeer. Je weet zelf meestal wel waar je van houdt of niet.

Maar sfeer is overal aanwezig. Op werkplekken, familiebijeenkomsten, scholen. In winkels, klassen met kinderen, sportgroepen, gezinnen, werkteams. En nog meer.

Gevoelig zijn voor sfeer betekent dat je altijd sfeer aanvoelt.

De meeste mensen zullen de sfeer op een feestje of begrafenis herkennen en aanvoelen. Het is bijvoorbeeld moeilijk om je fijn te voelen op een begrafenis, ook als je degene die is overleden niet goed kent. Je leeft mee met degenen die verdriet hebben en krijgt misschien zelf ook verdriet daardoor.

Maar de meeste mensen zullen in een situatie die niet zo bijzonder is, de sfeer ook niet bijzonder aanvoelen. Iemand die sfeergevoelig is, doet dat wel.

Sfeergevoelig.

Ik had een enorm drukke en stressvolle baan. Het werk was nooit af en ik ging altijd naar huis met zorgen over cliënten in mijn achterhoofd. En met stress over wat een reusachtige stapel werk met zorgelijke toestanden ik had achtergelaten – ook na overuren maken – en waar ik de volgende dag ook helemaal nooit aan toe zou komen.

En toch ging ik met plezier naar mijn werk. Ik voelde me daar goed.

Er was een goede sfeer.

Maar dat had ik op dat moment niet bewust in de gaten.

Tot ik lang met verlof ging en daarna terugkwam.

En zelfs toen kon ik het niet echt plaatsen. Nu wel – met kennis van hetgeen het betekent gevoelig te zijn voor sfeer.

Vooral negatieve sfeer kan voor grote schade zorgen als je je er niet tegen weet te beschermen en al helemaal als je niet doorhebt dat het gebeurt.

Eerst was er een goede sfeer.

Met de eerste kennismaking en binnenkomst en inwerkperiode en daarna een aantal jaren keihard werken, voelde ik me goed. Met de komst van een eerste kind en ongelooflijk veel slaaptekort werd ik minder belastbaar, maar nog steeds voelde ik me fijn op mijn werk.

Er heerste dus een superhoge werkdruk en het werk zelf was allesbehalve rustgevend en makkelijk, maar de sfeer was – zo is mij achteraf duidelijk geworden – prima in orde.

Maar op dat moment nam ik dat aan voor normaal.

Daarna wist ik niet waarin ik was beland.

Ik kwam terug na mijn tweede kind. Waar het de eerste keer na een lange afwezigheid een welkom begin was geweest, kon ik nu niet bevatten waar ik in vredesnaam in was terechtgekomen.

Meteen al de eerste dag overviel mij bij binnenkomst een akelig gevoel.

Het was niet fijn.

Kil, koud, ongezellig en ongemakkelijk.

Wat was er gebeurd?

Er waren wel grote veranderingen geweest, maar dat stond voor mij los van het gevoel dat overheerste.

Het veelvuldig vertrekken van gewaardeerde collega’s was altijd al een inherent gegeven geweest van het stressvolle werk. En altijd kwamen er weer andere nieuwe leuke collega’s voor in de plaats. Of alweer een nieuwe manager – dat was niks nieuws. Werkwijzen zouden worden aangepast, maar het werk op die plaats was op dat moment nog praktisch hetzelfde.

Mijn liefste collega zat niet meer tegenover mij en had een andere baan, maar er waren nog genoeg anderen die ik wel kende en die ook aardig waren.

Waar lag het nou aan?

Eerlijk gezegd vroeg ik me dat ook niet bewust af. Het was gewoon niet fijn. En dat overkomt je. Dat legt een ongelooflijk zwaar en onprettig gevoel op je.

De sfeer was volledig verpest.

Het voelde onveilig, competitief en hard. Er was nog steeds een hoge werkdruk, maar de onprettige druk die er te voelen was, had niets te maken met die werkdruk.

En het leek wel of iedereen het normaal vond.

Geen idee wat me overkwam.

Ik voelde me oprecht anders. Kon niet gewoon mezelf zijn.

Vroeger was het gezellig. Er werd veel gelachen. Leuke collega’s, positieve leidinggevenden en een positief werkklimaat maakten dat er veel werd bereikt.

Nu was het absoluut niet gezellig. Mensen vielen elkaars werk af in het openbaar en er werden hatelijke opmerkingen gemaakt. Er was geen collegialiteit. Een bijzonder onprettige mevrouw had de leiding. Maar zij was het niet alleen.

Het leek wel oorlog.

En dat leek de rest niet te merken. Ze deden er allemaal aan mee.

Het was ieder voor zich in plaats van elkaar helpen. En dat terwijl het geen commercieel bedrijf was, maar een zorginstelling waar iedereen hetzelfde belang had en waar ook geen sprake kon zijn van bonussen of iets dergelijks.

Ook mensen stralen een bepaalde sfeer uit.

Groepsdynamiek is een ingewikkelde materie.

Een bepaalde manier van werken en leidinggeven veroorzaakt een bepaalde sfeer. Bepaalde individuen hebben een kleinere of een grotere invloed op die sfeer. Er kan een onveilige sfeer heersen of een veilige sfeer. Natuurlijk ook nog van alles ertussenin.

Dat speelt erg op scholen bij kinderen en groepen. Maar op werkvloeren bij volwassenen zie je gewoon hetzelfde gebeuren.

Meer zelfinzicht en reflectie?

Je zou verwachten dat de meeste volwassenen meer zelfinzicht hebben en op zijn minst een aangeleerd respect voor de ander. Tot op zekere hoogte. In ieder geval op een werkplek waar iedereen hetzelfde doel heeft en min of meer dezelfde opleiding.

Nou nee.

Ik wil niet alleen de leider de schuld in de schoenen schuiven van die bepaalde sfeer, maar die speelt wel een grote rol. En zelfs volwassenen durven zich niet uit te spreken. Doen er meestal gewoon aan mee.

Want als je niet mee doet, word jij het slachtoffer. Zoiets.

Maar ik ben daar weggegaan. Dat was niet makkelijk.

En wat ik me nog steeds afvraag, is of die anderen er nou echt geen last van hadden – de niet-hoogsensitieve collega’s. En of die manager zelf lekker kon slapen met het dictatoriale regime dat ze uitvoerde, zonder enig oog voor de gevoelens van de mensen die ze moest begeleiden.

Ik zal het nooit weten.

&

Overleden dierbaren voelen – Een subtiele aanraking. Contact na de dood (Deel 9)

overleden dierbaren voelen
Ik-zal-er-zijn-voor-jou.

Ik dacht dat niemand mij zou geloven. Durfde het ook aan niemand te vertellen. Overleden dierbaren voelen… letterlijk. Dat is wel heel raar toch? Ik had wel andere dingen gedeeld, maar dat werd vaak al niet voor echt aangezien. Toch twijfelde ikzelf geen seconde aan mijn gewaarwordingen. Ik voelde het gewoon. En het gekste – voor mij een extra bevestiging – gebeurde toen ik voor de eerste keer iemand toevertrouwde wat ik meemaakte.

Er waren afscheidsboekjes.

Schriftjes waarin leerlingen en collega’s van zijn school persoonlijke afscheidsberichten konden schrijven. Die verhalen waren vaak allesbehalve afstandelijk en serieus gecondoleerd.

Het waren lieve en oprechte en hartverwarmende inkijkjes in wat mijn vader voor zovele vooral jonge mensen heeft betekend.

Er was een halve kubieke meter kaarten.

Hij was een meester. Een meneer. Op het voortgezet onderwijs.

Maar geen doorsnee.

Niet gemiddeld en niet normaal.

Ik wist allang dat mijn vader een goeie leraar was, en dat hij ook muzikaal een talent was, dat ook het muzikale talent in kinderen naar boven haalde. Maar dat hij zoveel persoonlijk geraakte en oprecht verdrietige kinderen achterliet – opstandige en onzekere pubers – dat maakte op iedereen volgens mij een diepe indruk.

In ieder geval op mij.

Hij liet kinderen in zichzelf geloven.

Hij was iemand met echte interesse in het kind achter de leerling.

Die hen naar een hoger plan tilde.

En ze zelfvertrouwen gaf.

Hij geloofde in hen.

En als ze niet konden zingen, zei hij dat ook.

Hij leerde ze vertrouwen op hun eigen talenten en inzichten en tegelijk open te staan voor andere meningen en nieuwe ervaringen. Een hiernamaals hetzelfde voor iedereen – zo zie ik het.

Tuurlijk na iemands dood worden er altijd mooie dingen gezegd.

Maar die boodschappen van die kinderen en oud leerlingen waren vaak zo emotioneel en diepzinnig, dat het hard binnenkwam.

Er waren ontzettend veel mensen om afscheid te nemen en te condoleren, net als bij de uitvaart zelf, de afscheidsviering, wat een heuse voorstelling was in het theater.

Dit vertel ik niet om op te scheppen of hem op te hemelen.

Ik probeer aan te geven dat hetgeen er in die afscheidsboekjes en op zovele kaarten en brieven en foto’s en plakwerken en filmpjes stond, nog meer aangaf wat hij heeft betekend voor zovele leerlingen en oud leerlingen, nog meer dan het feit dat er zoveel mensen op zijn afscheid aanwezig waren.

Recht vanuit hun hart.

Dat ik mijn gedicht heb voorgelezen aan al die mensen – recht vanuit mijn hart – vind ik logisch. Het is mijn papa en ik hou van hem.

Dat zovele kinderen zulke oprechte mooie dingen hebben opgeschreven, vind ik niet logisch.

Emoties uiten en verwoorden en zeer persoonlijke ervaringen delen en dan nog voor een leraar die al tijden ziek thuis was, dat is niet logisch.

Dat is bijzonder.

En in zo’n boekje vond ik ook een brief.

Die brief maakte dat ik mij voor het eerst durfde open te stellen over mijn nieuwe en vreemde ervaringen naar iemand buiten mijn directe familie.

Een bekend en vertrouwd persoon voor mijn vader en voor mij, terwijl ik haar nog nooit echt privé had gesproken.

Al jarenlang een goede collega van mijn vader.

Zij was degene die op zijn afscheid een speciale tekst moest voorlezen van mijn vader, want zij was volgens hem de enige die dat kon. In het hospice kreeg ik opdracht om aan haar te vragen of ze dat wilde doen en haar die tekst te geven.

Eindelijk herkenning.

Want zij was de eerste die reageerde met dezelfde soort ervaringen en bevestiging.

Overleden dierbaren voelen?

Ze vond het volkomen normaal wat ik allemaal vertelde.

Eerst had ik een klein beetje gezegd en gevraagd via de mail en toen nodigde ze me uit.

Ik ging bij haar op de koffie.

Ik denk dat papa nog bij me is.

Tuurlijk. Ik heb mijn moeder ook gezien. En mijn zus. Toen ze dood waren.

Zoiets.

Daar kwam het op neer.

En nog veel meer.

We hebben uren over van alles gepraat en dus ook uitgebreid over mijn droom die geen droom was, over het krijgen van tekens en wat zij allemaal voor dingen had meegemaakt met haar overleden dierbaren en of je hun energie kon voelen.

Onze afspraak was vrij in het begin, nog vrij kort na zijn overlijden en sommige seintjes had ik toen nog niet gekregen.

Wat ik me destijds wel dagelijks afvroeg, was of ik nou gek was geworden, omdat ik hem letterlijk voelde.

Ook toen ik bij haar aan de keukentafel zat.

Ze zat tegenover mij en weer voelde ik meerdere keren dat geaai aan mijn linker elleboog.

Net zoals de weken daarvoor.

Een lichte aanraking.

Subtiel. Zacht. Kriebelig.

En meestal op dezelfde plek.

Maar ik zag niks.

Niemand.

En steeds weer voelde ik hetzelfde.

Ik keek of er een vlieg op me zat.

Of er een wolletje aan me was blijven plakken.

Een spin?

Veertje?

Niets te zien.

Op de meest vreemde momenten.

In de supermarkt dacht ik: “Serieus? Hier ook al?” Ik keek namelijk steeds of er iemand aan me zat of achter me liep.

Wie zit er aan m’n arm?

Het was zo’n overduidelijk gevoel.

Een kleine streling.

Licht maar zeer aanwezig.

Het was zomer en warm en korte mouwen weer. Telkens voelde ik dat kriebelige aaitje aan mijn blote arm.

En dat was gek genoeg ook een plek waar mijn vader me wel eens zachtjes kon vastpakken, toen hij nog serieus achter me kon staan. Bedacht ik me later.

Pap, ben jij dat?

Ik vond het raar en spannend tegelijk. Ergens wist ik wel zeker dat hij het was. Maar ik was de enige met die gedachte en ik kon het tot dusver met niemand delen.

Aanrakingen voelen van overleden dierbaren – dat was te veel.

Als ik vertelde over zijn kastdeuren die open vlogen, of zijn horloge dat meerdere malen bleef stilstaan op cruciale tijdstippen, dan werd ik al ongelovig aangehoord.

En dit?

Vertelde ik daarom niet.

Tot ik het wel aan haar vertelde.

Zij keek er dus niet van op.

Haar eigen kind had vergelijkbare ervaringen met onzichtbaar geaai.

Ik voelde me gesterkt en blij. Ook al het andere dat ze mij vertelde, was voor mij een geruststelling en grote bevestiging.

Op internet had ik alleen mensen gevonden die geld wilden verdienen met praktijken gerelateerd aan mediumschap en dergelijke. Kon ik die wel vertrouwen? Boeken die ik las, waren afstandelijk en gaven niet precies weer wat ik zelf meemaakte.

Nu sprak ik met een intelligent iemand die het beste met mij voorhad. En die in haar afscheidsbrief zelf om een seintje had gevraagd aan mijn vader.

Misschien was ik haar seintje wel.

Hij had z’n dochter bij haar langs gestuurd om hulp te vragen over seintjes.

Ja, het kan echt, Essie.

Je voelt het goed. Luister maar naar haar. Ze heeft gelijk. Jij ook.

Zou dat het zijn?

En weet je wat nou zo leuk is?

Al wekenlang werd ik dus geaaid aan mijn elleboog. Voor de eerste keer in mijn leven vertelde ik dit aan iemand – de mevrouw die in zijn opdracht, tijdens de uitvaart, had voorgelezen:

Ik-zal-er-zijn-voor-jou.

En daarna is het nooit meer gebeurd.

&

Heb je mijn vorige bericht al gelezen? Contact met overledenen – Mijn ervaringen fysiek en niet gek. Contact na de dood (Deel 8)

Contact met overledenen – Mijn ervaringen fysiek en niet gek. Contact na de dood (Deel 8)

contact met overledenen ervaringen
Papa en ik

Contact met overledenen, ervaringen na de dood – ja, ja, hoe dan? Op de bank. Alleen. Verdriet. Rust. Ik zat en dacht aan papa. Dood. “Wil je me laten weten dat je er bent?” zei ik in gedachten. Of misschien wel hardop. “Ik weet dat je er bent. Waar dan?” En toen gebeurde het.

Had ik het verzonnen?

Nee.

Want?

Als ik dit kon verzinnen, zou ik het wel vaker doen. Al zou ik mezelf dan voor de gek houden, want als ik het zelf zou doen, was het natuurlijk geen contact met mijn vader en waren het geen ervaringen die overledenen kunnen brengen.

Wat was het dan?

Correctie.

Wie was het dan?

Het was gewoon mijn papa.

Die naast me kwam zitten.

Nee onmogelijk. Hij was toch dood?

Dood ja.

En toch.

Het voelde aangenaam en vertrouwd.

Warm.

Letterlijk.

Mijn papa.

Ik kon hem niet zien.

Eerst kreeg ik een kriebelig gevoel.

Wanneer iemand ongemerkt te dichtbij komt, kan je iets voelen dat erop lijkt. Het lijkt een beetje op het gevoel wanneer er iemand achter je in de rij te dichtbij komt staan. Dat is geen fijn gevoel, maar je voelt diegene in je energie prikken als het ware. Diegene raakt je niet aan en is buiten je blikveld, maar je merkt zijn of haar energie toch op.

Een groot verschil hierbij is dat een vreemde zo dichtbij niet fijn voelt. Zelfs een bekende kan volgens de norm te dichtbij komen en de meeste mensen vinden dat niet prettig.

Maar als je op de bank zit en je lieve papa komt vlak naast je zitten omdat je daarom vraagt, is dat een fijn gevoel.

Een dode kan je niet voelen. Tenminste dat dacht ik.

Maar dat kan dus wel.

Levend of dood dat maakt niet uit. De energie voelt hetzelfde.

Ik zat daar in het midden op mijn bank.

Hij zat links naast me.

Het werd nog veel mooier dan dat vage gevoel dat ik probeerde uit te leggen.

Het bewijs werd concreet. Voor mij in ieder geval.

Mijn linkerhand begon met tintelen en werd erg warm.

Nee, niet ook mijn rechterhand. Alleen links.

Om mezelf te overtuigen voelde ik met beide handen aan mijn gezicht. Links was enorm warm en rechts was nog steeds ijskoud. En ik was op de bank gaan zitten met twee ijskoude handen.

Daarna begon de warmte naar mijn linker bovenbeen uit te stralen. En naar mijn linkerzij.

Wanneer er iemand vlak tegen je aan gaat zitten, word je ook warm aan één kant. Zo voelde het. Precies zo.

Alleen wist ik op dat moment eerst niet wat me overkwam. De dingen die ik had gelezen over contact met overledenen en wat je voor soort ervaringen zou kunnen hebben, kwamen niet in de buurt van wat ik nu meemaakte.

Tegelijkertijd kon ik er absoluut niet omheen.

Hij zat naast me op de bank. Geen twijfel mogelijk.

Hij hield mijn hand vast.

Mijn linkerhand voelde letterlijk heel warm en de rechter was nog steeds erg koud. Ik voelde geen aanraking maar wel energie. Warmte. Alleen aan de linkerkant.

De tranen stroomden over mijn wangen.

Dit kon toch niet waar zijn?

Kon ik dit zelf doen?

Had ik die energie zelf opgewekt met gedachtekracht?

Nou ik kan je vertellen dat het me nooit meer gelukt is om dit na te doen.

Het was eenmalig.

Ik koester het voor altijd. Het is een tastbaar bewijs voor mij dat ik samen met mijn papa daar zat. Hij troostte me.

Dood en onzichtbaar voor de meesten.

Voor mij meestal ook.

Maar nu even niet.

Mijn papa die mijn hand vasthield en dicht tegen me aan zat.

Op een moment was het klaar.

Was ik gek geworden?

Nee.

Ik ben niet gek of goedgelovig – eerder het tegenovergestelde – al zeg ik het over mezelf – meestal ben ik wel erg bescheiden maar nu even niet. En de ervaringen met overledenen kunnen in je hoofd plaatsvinden of toevallige gebeurtenissen lijken, maar dus ook fysiek en tastbaar zijn.

Ik stond op en rende naar boven.

Ik liet mijn handen voelen aan mijn man.

Het was geen fantasie.

Dankjewel lieve papa.

&

Heb je mijn vorige bericht al gelezen? Spoken in huis – Niet één overleden papa, maar zelfs twee? Contact na de dood (Deel 7)

Lees ook: Overleden dierbaren voelen – Een subtiele aanraking. Contact na de dood (Deel 9)

Je bent je gedachten niet – en toch weer wel

Je bent je gedachten niet
Wat denk je?

Ik ben zo’n slappeling.

Wie ben jij?

Het besef dat je gevoel niet los staat van hetgeen je denkt, is een belangrijk middel om je vaker gelukkig te voelen.

Je krijgt emoties en gedachten zonder dat je daar controle over hebt.

Maar.

Je bent je gedachten niet.

Juist zonder gedachten ben je bewust aanwezig.

Ja, ja. Lekker makkelijk gezegd.

Wanneer je met je hoofd gevangen zit in het verleden of in de toekomst, ben je niet echt aanwezig in je leven op dit moment. En toch zijn de meeste mensen voortdurend in gedachten. Steeds meer mensen kunnen niet stoppen met denken.

Doordat je gevoelens krijgt bij je gedachten, voel je je bijvoorbeeld angstig als je nadenkt over je problemen.

Hoe gaat dat nou goed komen?

Wat moet ik doen?

Wanneer je aan iets ergs denkt, reageert je lichaam daarop met nare gevoelens. En als je aan iets leuks denkt, voel je je blijer.

Tegelijk ben je je gedachten dus wel.

Want ze hebben direct invloed op je emoties, je gedrag en dus hoe jij voor de buitenwereld bent.

Zorgen.

Omdat je je er vaak onwillekeurig door laat meeslepen, voel je je onrustig of angstig. En je bent dan ook echt angstig en onrustig, dus het gevolg van je nare gedachten is dat je je niet fijn voelt.

Als je je best doet aan iets leuks te denken, voel je je onmiddellijk ook fijn.

Omdat je je met je gedachten identificeert, lijkt het alsof je je gedachten bent.

Als je beseft dat je gevoel van identiteit niet afhangt van je gedachten, kun je ze wat minder serieus nemen.

Gedachten zijn enorm sterk. Emoties en gedachten zijn met elkaar verbonden, maar niet altijd. Je kunt heftige emoties krijgen omdat je bepaalde gedachten alle aandacht geeft.

Wanneer het je lukt om af en toe op te merken dat je denkt, merk je dat dat stemmetje in je hoofd lang niet altijd gelijk heeft.

Of nooit?

Misschien zelfs bijna nooit gelijk heeft. Het is een onophoudelijke stem in je hoofd die je helemaal niet altijd hoeft te geloven.

Wat dom zeg.

Soms gaat je hoofd een kant op waar je bang van wordt, waardoor je bijna gelooft dat het werkelijk zo zal gaan. Maar de werkelijkheid is dat je het niet weet.

Je weet niet hoe het zal gaan.

Je kunt een pad kiezen in je hoofd.

In plaats van de nare beelden in je hoofd, kun je bewust voor een betere variant kiezen. Hoewel je ook van het leuke paadje niet zeker weet of het zo zal gaan.

Toch brengen de leukere ideeën je onmiddellijk in een betere stemming.

Je bent wel degelijk je gedachten.

Je bent veel meer dan je verstand, maar je identificeert je ermee.

Het is de moeite waard om daarmee te oefenen.

Vaak bevind je je op een snelweg in je hoofd die je vaak neemt.

De bekende en onbewuste weg van gedachten die automatisch tevoorschijn springt. Het zijn meestal negatieve gedachten die je over jezelf hebt. En meestal denk je ze zonder dat je het zelfs maar opmerkt, zo vanzelf gaat dat.

Misschien denk je dit weleens:

Waarom heb ík dit nou altijd?

of:

Ik kan hier niet meer tegen.

of:

Niemand begrijpt mij.

of

Ik voel me zo machteloos.

Er zijn bergen van dit soort gedachten die we over onszelf hebben. Als de jouwe er niet bij staat, heb je vast en zeker een andere mooie. Of wie weet heb je er wel meerdere.

Die snelweg in je hoofd is vaak negatief.

Wanneer ik me ontzettend rot voel, tekort gedaan, niet begrepen, radeloos, oververmoeid, dan doe ik ook meestal rot. Ik ben rot eerlijk gezegd.

Niet echt dus.

Voorbij de emoties en de lichamelijke toestanden en de gedachtes, ben ik.

Jij ook.

En voorbij je geloof of niet-geloof. Je bent je energie, je ziel. Liefde, innerlijke vrede, goddelijkheid, wijsheid, de hemel, hoe je het ook wil noemen.

Je bent veel meer dan wat je verstand zegt.

Toch ben je vaak je gedachten over je lichaam. Je bent wat je over jezelf denkt. Al is dat vaak helemaal onbewust.

En als je je wel bewust bent van wat je denkt, is het moeilijk van die snelweg af te stappen.

Maar ik probeer het dagelijks. En met oefenen word ik er steeds beter in.

Zodra je je bewust wordt van die negatieve snelweg, kan je een nieuw paadje maken.

Stel je voor.

Je loopt door het bos. Op het grote pad. En dan ga je door het gras en de struikjes.

Wanneer je vaker dat nieuwe paadje neemt, wordt het vanzelf een groter pad dat makkelijker begaanbaar is.

Jouw nieuwe kleine positieve paadje wordt dan een nieuw groot positief gedachten pad. Een pad waar je blij van wordt. Gedachten waar je blij van wordt.

Want ondanks bewustzijn blijven we toch meestal zoekende mensen die zich graag fijn voelen, maar teveel stress ervaren.

Wanneer je opmerkt dat je denkt, ben je bewust.

Niets denken.

Als je denkt, ben je daar al uit op het moment dat je het opmerkt. En met regelmatig oefenen, kun je dan vaker niks denken.

Leuk denken.

Of je kiest bewust een mooie gedachte.

Verander je negatieve gedachte in een positieve.

Denk misschien:

Ik ben goed zoals ik ben.

of:

Ik kan dit aan.

Of kies een andere, eentje die bij je past. Als je die maar vaak genoeg denkt, ben je vanzelf die gedachte.

Het klinkt zo simpel en dat is het ook.

&

Anderhalve meter lukt totaal niet na 1 juli – ook al wil ik het wel

anderhalve meter lukt niet
Ruimte met regels maar niet heus

Ik ben verbaasd over zoveel asociaal gedrag.

Hoezo Coronaregels versoepeld? Binnenkort volgt een tweede lockdown als de besmettingen weer gaan oplopen, als je het mij vraagt. Net zoals in de Engelse stad Leicester bijvoorbeeld. Als we nu niet verantwoord handelen, volgt er onherroepelijk een twee golf besmettingen in Nederland.

Verantwoord handelen?

Dat is nu net wat ik niet tegenkom sinds 1 juli.

Anderhalve meter lukt niet, ook als je het wel wil.

Ik sprak net een supermarktmedewerker die ik al verscheidene keren mensen heb zien aanspreken op hun gedrag.

Er is erg veel agressie in de supermarkt.

Hoezo anderhalve meter – het lukt wel zonder kar hoor.

De winkel waarover ik mij vorige week verbaasde omdat daar weer wordt gewinkeld met mandjes, zonder enige afstand, lijkt nu niet zoveel meer te verschillen van de supermarkt waar ik bijna dagelijks kom.

Vandaag merk ik dat het hier nog wel verplicht is om een kar te gebruiken, maar omdat je de kar nu niet meer schoongemaakt krijgt bij de ingang, gaat de helft van de klanten toch zonder kar naar binnen.

En ze negeren de per klant één kar regel, dus ook als je met z’n tweeën gaat.

Ik hoef maar één dingetje!

Ja. Dat hebben we allemaal. De kar is verplicht mevrouw. En dat is al heel lang zo.

De helft van de klanten gaat opeens zonder kar naar binnen.

Het personeel voelt zich politieagent en heeft dagelijks te maken met agressieve klanten. Klanten die menen dat zij de uitzondering zijn op de regels. Ook als zij geen gegronde reden hebben om van de regels af te mogen wijken, zoals een lichamelijke beperking.

Als je niet bang bent om ziek te worden – dat kan – dan betekent dat nog niet dat anderen daar niet bang voor zijn.

Ik vind het asociaal als het je blijkbaar niks kan schelen dat anderen last van jou hebben. Het punt is alleen dat er opeens erg veel asociale mensen blijken te zijn.

Zo’n meisje dat de karren schoonmaakt als bijbaan en al die volwassenen op de regels moet wijzen?

Terwijl ze die allang weten, maar vinden dat zijzelf wel bepalen wat ze doen? En dat je dan ook nog agressieve reacties daarop krijgt? Ik vind het te zielig voor woorden.

Voor zo’n meisje of jongen of volwassen medewerker, die niet eens het normale werk kan doen. Maar ook gewoon zielig in het algemeen.

Hoe kan er zo weinig begrip zijn?

De nieuwe Coronaregels per 1 juli zijn voor de meesten een vrijbrief om alles weer te doen.

Daardoor zie ik om mij heen dat er bijna nergens meer anderhalve meter afstand is. En zelfs wanneer je dat dus wel wil, wordt het je totaal onmogelijk gemaakt.

Ik kom net uit de supermarkt waar je nog wel een kar moet om de afstand een beetje te bewaren. Maar nu staan die op een plek waar het een stuk krapper is dan bij de ingang. Daarbij wordt hij niet meer voor je schoongemaakt. Dit kun je zelf doen, maar daardoor wordt de rij bij de karren nog langer.

In het heen en weer brengen bij de karren is er allesbehalve anderhalve meter afstand.

Anderhalve meter lukt niet.

Niet in de supermarkt, niet in een winkelstraat, niet in welke winkel dan ook als het een beetje druk wordt. Hoe erg je je best ook doet.

Ik begrijp dat velen het nutteloos vinden om afstand te bewaren van dierbaren. Je wil je kinderen naar opa en oma brengen voor de oppas. Je kleinkinderen vasthouden.

Iedereen wil gewoon zijn familie en vrienden kunnen zien en aanraken.

Behalve als je klachten hebt natuurlijk. Maar als je je niet ziek voelt, moet dat toch kunnen. Niemand wil stoppen met knuffelen of familie zien, dat wordt te gek als dat zo lang niet kan.

Maar als je dat dus belangrijk vindt, mag je in ieder geval zorgen dat je de anderhalve meter in het openbaar respecteert.

Als je het daar niet volhoudt, zorg je er zelf voor dat je straks weer binnen moet gaan zitten. En juist dat niet mag doen, wat je het liefste wil.

Zo ingewikkeld is het toch niet om even te wachten totdat iemand voor jou de macaroni heeft gepakt? Is het echt zó lastig om een beetje te slalommen op straat?

Anderhalve meter lukt niet.

Hoezo niet eigenlijk?

Wat is daar zo moeilijk aan?

Hoe moeilijk het kan zijn als je eigenlijk de deur niet uit mag, weten we bijna allemaal.

Moet je dan nu echt gaan ruzie maken omdat je perse zonder kar naar binnen wil, terwijl het winkelpersoneel de aantallen winkeliers moet bijhouden?

Wil je verplicht binnen zitten?

Je kinderen thuis hebben zonder school? Niet naar de kapper mogen? Geen terras mogen bezoeken?

Jij kan het wel prima vinden dat je gezellig lol maakt met een stel vrienden. Maar er kan er ook eentje bij zitten die niet bang is om zelf ziek te worden, maar een vader heeft met zwakke gezondheid. Wat als iemand afscheid moet nemen van zijn overleden vader omdat hij door jouw toedoen Corona heeft gekregen?

Laten we ons dan gewoon aan de anderhalve meter regel houden in het openbaar en met collega’s en onbekenden en de meeste bekenden.

Laten we rekening houden met elkaar.

&

Hoe coronamaatregelen 1 juli voor 2e lockdown zorgen

corona regels juli nieuwe lockdown
Als iedereen normaal zou doen…

Als je corona wil oplopen, moet je naar de supermarkt gaan. Groot is de frustratie als ik braaf sta te wachten met mijn kar om voldoende afstand te houden en iemand anders ongegeneerd voor me duikt en lak heeft aan de anderhalve meter regel. Zelfs wanneer iedereen nog geacht wordt binnen te zitten tijdens de intelligente lockdown, zijn er al vele mensen die de regels aan hun laars lappen. Zo egoïstisch. Niet zo intelligent dus. Zelfs mensen met gezond verstand. Onbegrijpelijk en frustrerend. Zo duidelijk dat het zorgpersoneel zwaar overbelast raakt, zo ongelooflijk zelfzuchtig mensen alsnog doen. En tegelijkertijd betrap ik mijzelf dan op het negatieve oordelen waar ik zo’n hekel aan heb. Je belandt automatisch in een welles nietes strijd, in een voor en tegen, in de uitersten waar ik juist uit probeer te blijven. Grote kans dat de versoepelde coronamaatregelen vanaf 1 juli voor een 2e lockdown gaan zorgen. Want anderhalve meter afstand lukt niet, ook als je het wel wil.

De corona regels versoepelen en niets is meer duidelijk of eerlijk.

Er schijnt een heleboel op papier te staan over de maatregelen en de mogelijke consequenties van het overtreden ervan. En dan bedoel ik niet dat je ziek kunt worden of dat je iemand anders kunt besmetten. Nee, strafmaatregelen.

Hoe is het mogelijk dat sekswerkers mogen beginnen, maar ik mijn moeder of broer niet mag knuffelen?

Er zijn een boel uitzonderingen op de anderhalve meter regel, maar die zijn voor het gevoel niet eerlijk. Mensen hebben behoefte aan contact. En niet alleen met de mensen uit één huishouden.

De basisbehoefte om samen te zijn met familie behoort niet tot een uitzondering.

Je mag wel boksen met een vreemde of elkaar vastpakken op een judomat en dansers en acteurs mogen elkaar aanraken.

Maar je kunt eigenlijk geen verjaardagsfeestje geven want dan zit je met teveel mensen binnen de anderhalve meter.

Dus de meesten maken nu hun eigen regels. Want het is niet eerlijk en logisch.

Als ik voor een keer een andere supermarkt in ga, is het daar tot mijn grote verbazing opeens weer normaal dat je geen kar hoeft en staat de hele rij bij de kassa in elkaars nek te hijgen met een mandje.

Een on- gedesinfecteerd mandje.

De versoepelde coronamaatregelen van 1 juli zorgen voor frustratie en verwarring en zorgen ervoor dat velen zich helemaal niet meer aan de regels houden en er een 2e lockdown gaat volgen, of in ieder geval een nieuwe grote golf besmettingen.

Ik probeer afstand te houden maar dat lukt helemaal niet.

Ben ik dan zo bang om corona te krijgen? Nee, dat niet zozeer. Hoewel ik het niet onderschat, want ik ben absoluut niet in topconditie en ik waan mijzelf niet onschendbaar. Ook een gewone griep zal mij de komende tijd ontzettend onderuit schoppen, dus het corona virus krijg ik liever niet.

Ook voor anderen neem ik afstand. Ik zie nog steeds vele ouderen of kwetsbaren om mij heen bewust even wachten en afstand nemen en daar doe ik het graag voor. Er zijn vele mensen nog steeds echt bang om ziek te worden en die willen ook weleens naar buiten of naar de winkel.

Als je afstand wil houden wordt dat je nu onmogelijk gemaakt.

In de stad zijn alle winkelstraten weer overbevolkt met rustig kuierende en winkelende voetgangers, terwijl ik er doorheen wil op anderhalve meter omdat ik bij uitzondering daar een boodschap ga doen.

Wat doe je met al diegenen die de corona maatregelen aan hun laars lappen? Aanspreken daar word je echt niet vrolijk van. Het levert ruzie op.

Mensen schieten in de uitersten en kunnen zich niet inleven in elkaars standpunt.

Het is of goed of fout.

Ik zie tijdens de beginperiode een man in de supermarkt die hartstikke boos wordt omdat hij geen mandje mag, maar een kar moet. Er is een felle discussie met de bedrijfsleider. Die man heeft een beperking aan zijn schouders en is al jaren afgekeurd en is lichamelijk niet in staat om die kar te duwen.

Hij is er ziek van dat hij elke dag opnieuw overal alles moet uitleggen en moet vragen of hij alsjeblieft een mandje mag.

Dit keer heeft hij gewoon een mandje genomen. En daar wordt hij op afgerekend.

Ook al is hij inmiddels bekend.

Hij kan zich niet inleven in het standpunt van de bedrijfsleider, die aangeeft dat het de regels zijn van het RIVM enzovoort. Andersom kan de bedrijfsleider zich niet inleven in de man die vaak zonder boodschappen weer uit de winkel vertrekt, omdat het zo moeilijk is voor hem en omdat er nooit naar hem geluisterd wordt.

De regels gelden voor iedereen. Geen uitzonderingen.

Ik vind dit schokkend.

Tegelijkertijd kan ik mij inleven in zowel de man als de bedrijfsleider. Het is erg ingewikkeld.

Maar nu de corona maatregelen extreem versoepeld worden, is de situatie nog ingewikkelder lijkt wel.

Opeens mag alles en toch ook weer niet.

Op het terras zitten ze op afstand, maar als ik probeer de winkelstraat over te steken omdat ik dringend een boodschap te doen heb, word ik gedwongen om mensen bijna aan te raken.

Terwijl de anderhalve meter regel nog steeds van kracht is.

Het lijkt wel of corona helemaal niet meer bestaat.

De regels zijn met het versoepelen ontzettend tegenstrijdig en mensen voelen zich gedwongen in situaties waar ze geen grip op hebben. Dat veroorzaakt agressie en zorgt ervoor dat de uitersten worden opzocht.

De vrijheid en eigen inbreng worden beperkt en dat veroorzaakt opstand. Tegelijkertijd heerst er bij velen angst en zorgt het versoepelen van de regels voor nog meer opstand maar dan aan de andere kant.

Je houdt je streng aan de regels of je hebt er lak aan. Zo lijkt het wel.

Maar het gezonde verstand is ook aan het verdwijnen vind ik.

Coronaregels blijven volgens het kabinet nodig, want corona is nog niet verdwenen. Op 1 juli mogen sommige dingen wel en andere dingen niet.

Er wordt geprobeerd tegemoet te komen aan iedereen, maar ondertussen is het wat mij betreft tegelijkertijd een vrijbrief om alles te doen waar je zin in hebt en tegelijkertijd een kans om op de bon geslingerd te worden voor alles binnen de anderhalve meter.

Op 1 juli geldt buiten altijd de anderhalve meter regel. Binnen trouwens ook. Maar voor dierentuinen en pretparken en kermissen geldt geen maximum aantal personen, dus als de boel daar stampvol zit en je geen anderhalve meter afstand kunt houden, is dat blijkbaar wel toegestaan.

Dus dan mag het ook best op de markt. Of tijdens een verjaardag thuis.

De versoepelde coronamaatregelen per 1 juli zijn een groot contrast met de lockdown, en grote kans dat die gaan zorgen voor een 2e grote besmettingsgolf.

Als je er dan voor kiest om te gaan sporten in teamverband en zweet en spuug uit te wisselen, moet je dat zelf weten als het volgens de nieuwe richtlijnen is toegestaan. Wanneer je naar een masseur wil, moet dat kunnen want per 1 juli zijn ook contactberoepen weer toegestaan.

Maar ik wil graag boodschappen kunnen doen zonder dat er iemand in mijn nek hoest, die opeens achter mij ook een melkpak uit hetzelfde schap haalt.

De regels zijn niet duidelijk meer. Het zijn er teveel en ze zijn te tegenstrijdig.

Er verandert teveel te snel. Dus doet iedereen maar wat.

Naar eigen inzicht. Want het is niet eerlijk.

Alles mag dus gewoon.

Als ouders niet bij het voetbal van hun kinderen mogen kijken, maar je wel een vreemde naakte vrouw mag bezoeken voor intiem contact, raken mensen gefrustreerd.

De ernst van de situatie wordt vergeten.

En die verpleegkundigen en doktoren maar bikkelen.

En overuren maken. Verplegers en specialisten die 80 uur per week werken. Dat gaan ze niet volhouden. Ze werken zich nog steeds te pletter om patiënten aan de beademing te leggen. Er komen een heleboel nieuwe IC bedden bij, maar het personeel dat ze moet gaan bemannen is er nog niet.

Moeten de coronamaatregelen vanaf 1 juli voor een 2e lockdown zorgen?

Daar zit ook niemand op te wachten. Maar als dit zo doorgaat, gaat het volgens mij wel die kant op. Die regels van 1 juli slaan nergens meer op en dat kan binnen een mum van tijd weer voor een besmettingsgolf zorgen en een lockdown is dan wel zo overzichtelijk.

Maar dan kom je ook weer in de uitersten.

Aan de ene kant mensen die helemaal alleen zitten en eenzaam worden en zich vervelen. Aan de andere kant de gezinnen die met zijn allen thuis zijn en knettergek worden van elkaar en van de drukte.

En ook weer mensen die vinden dat het allemaal overdreven is en dat het afstand houden niet voor hen geldt en die zichzelf als uitzondering zien.

Heel onrechtvaardig.

Tijdens de lockdown zit ik braaf binnen met twee kleine kinderen, terwijl anderen vinden dat ze best met de hele familie contact mogen hebben en op hun kleinkinderen kunnen passen of met vijftig man een feestje mogen geven.

Maar als iedereen dat zou doen, zou het pas echt fout gaan.

Hoe moeilijk is het nou om een beetje rekening te houden met elkaar?

Waarom zo egoïstisch? Waarom zoeken mensen telkens de strijd op? We willen niets opgelegd krijgen. We bepalen het zelf wel. En tegelijkertijd kunnen mensen niet omgaan met die vrijheid. We belanden in zwart-wit en voor-tegen.

Als iedereen normaal zou doen, zou de wereld een stuk makkelijker zijn.

&

Spoken in huis – Niet één overleden papa, maar zelfs twee? Contact na de dood (Deel 7)

spoken in huis
Wat is er achter de horizon? Van alles en alles en alles…

Spoken in huis? Dat bestaat niet. Dacht ik. Maar daar had ik me toch lelijk in vergist. Die speciale nacht werd ik boos op mijn partner, omdat er beneden opeens belachelijk harde muziek aanging en aanbleef, terwijl ik probeerde te slapen met twee kleine kinderen. Hij was laat thuis gekomen en hield totaal geen rekening met ons!? Ik rende naar beneden. Maar er was helemaal niemand. De radio stond knoerthard aan en ik zette hem geschrokken uit. Wat was dit nou weer? Na een moment van bezinning keek ik op de klok naar de tijd en de datum. Sinds de dood van mijn vader gebeurden er opmerkelijke dingen met mij, in mijn huis en in zijn oude huis. Maar opeens liet mijn veel eerder overleden schoonvader ook van zich horen. Die had ik daarvoor nog niet opgemerkt. Het leek wel alsof er een soort feestje was in huis aan de overkant bij onze familie, omdat er eindelijk iemand was, die het opviel wanneer ze hun aanwezigheid probeerden duidelijk te maken door te spoken.

Ik vond het niet eng, maar schrok wel.

Alweer.

Dit had ik niet zien aankomen.

De keer dat ik me te pletter schrok van de kastdeuren die openvlogen, had ik ook niet zien aankomen, maar had ik er in ieder geval om gevraagd. Dat was mijn eigen vader die aan het spoken was in zijn eigen huis. Nu lag ik in bed. Doodmoe. Oneindig moe van verdriet, van kleine kinderen die me ’s avonds en nachts wakker hielden en van nog veel meer.

Eindelijk lag ik een beetje weg te dommelen.

Plotseling oorverdovend harde muziek in de woonkamer.

Zulke harde muziek aan zetten terwijl hij weet dat ik zo slecht slaap? En los daarvan is het gewoon idioot, dat doe je niet zo laat, zo hard, we hebben ook nog buren, weet je.

Het is een vreemde gewaarwording als je boos naar beneden rent om je man te gaan uitfoeteren hoe hij dat in vredesnaam kan doen en dan niemand aantreft.

Helemaal niemand.

Niemand die dat kon hebben gedaan.

Niemand thuis behalve ikzelf boven in bed en m’n kindertjes die ook in bed lagen. Dat apparaat heeft geen timer of iets dergelijks en stond gewoon uit toen ik naar boven ging. Een normale radio en cd speler.

Nog nooit heeft dat ding spontaan geluid gegeven – niet vóór die ene keer en ook niet na die ene keer.

Hoe was ie dan aangegaan?

En hoe zo HARD?

Ik had al eerder dingen meegemaakt.

Was dit mijn papa?

Het zou kunnen, want die had al van alles uitgehaald. Maar dit voelde anders. En ik kon dit niet plaatsen.

Nog andere spoken in huis behalve mijn vader?

Ik weet niet meer wat voor muziek het was, het was gewoon zo vreselijk hard dat het onmiddellijk uit moest.

Als vanzelf keek ik op de klok en datum of er iets bijzonders was, om dit gekke gedoe te kunnen verklaren. Ik kon geen aanwijzing vinden van mijn eigen papa.

Ik keek weer op de klok om te zien hoe laat het was. En welke dag was het vandaag?

Toen kreeg ik een voorgevoel. Ik had eerder al gezocht naar het horloge van mijn schoonvader om te kijken of daar – net zoals op het horloge van mijn eigen vader – iets speciaals te zien was. Ja dus – dat een andere keer.

Ik zocht de overlijdensdatum van mijn schoonvader, want die wist ik niet uit mijn hoofd.

Mijn schoonvader is ’s nachts gestorven in zijn eigen bed.

Die daaropvolgende ochtend had ik een afspraak met hem.

De nacht ervoor had ik namelijk met hem op de spoedeisende hulp gezeten omdat hij last had van zijn hart. Hij belde ’s avonds laat op vanuit het ziekenhuis of iemand hem wilde halen, want hij mocht naar huis. Hij was die dag daarheen gebracht en daarna volledig gecontroleerd. Omdat alles in orde was, moest iemand hem komen ophalen.

Omdat zijn zoon de volgende dag vroeg moest werken en ik niet, ben ik uit bed gesprongen en naar hem toe gegaan.

Ik trok vlug een joggingbroek aan, pakte de auto en haastte mij naar het ziekenhuis.

Daar legden de verpleegkundigen uit dat hij niet kon blijven en dat dat ook niet hoefde. Er moest wel het één en ander gecontroleerd worden met zijn medicatie, want wat dat betreft moest hij zich beter aan de voorschriften houden.

Mijn schoonvader was niet zo nauwkeurig met het op tijd innemen van zijn pillen en dat waren er ook nogal een hoop. Hij moest hulp hebben om al die dingen netjes te sorteren op de juiste tijdstippen.

Ik nam hem mee van de spoedeisende hulp en ’s nachts zette ik hem af bij zijn eigen huis.

We maakten samen een afspraak om 10:00 de volgende ochtend, zodat ik hem kon helpen met die lading medicijnen.

Blij dat het meeviel en blij dat ik hem kon helpen, vertrok ik weer naar mijn eigen bed.

We namen afscheid.

’s Ochtends op de afgesproken tijd stond ik voor zijn deur.

Die ochtend was hij dood.

Onze afspraak ging niet door.

Zijn pillen hoefde ik niet meer uit te zoeken.

Ik had hem ’s nachts levend welterusten gezegd.

Het was een definitief afscheid geweest.

Ik was degene die hem voor het laatst in leven gezien had.

Die nacht dat de muziek vanzelf keihard aanging, keek ik op de klok.

Het was rond 24:00 en de ene dag ging over in de volgende.

Dezelfde datum als de nacht waarin mijn schoonvader was gestorven.

Op de klok zag ik eerst dezelfde datum als waarop ik hem ’s avonds laat in het ziekenhuis had opgehaald. Na middernacht had ik hem thuis afgezet. Met de ingang van de nieuwe dag middernacht was het dezelfde datum als waarop hij in zijn bed was gestorven.

Wat is er na de dood?

Van alles en alles en alles… 😉

&

Lees je mijn volgende verhaal over mijn vader die naast me kwam zitten? Contact met overledenen – Mijn ervaringen fysiek en niet gek. Contact na de dood (Deel 8)

Seintjes van overleden personen – Mijn speciale liedje. Contact na de dood (Deel 6)

tekens van overleden personen
Papa!
Waar ben je?!

De auto – zijn auto – moest ik aan de kant van de weg zetten. Want ik brulde het uit van verdriet en het was gevaarlijk om nog verder te gaan. Naast mij op de bijrijdersstoel stond een kartonnen doos. Een netjes gevouwen ding met een handvat om een urn te vervoeren. De urn met de lichamelijke restjes van mijn papa erin, die ik net in mijn eentje had opgehaald bij het crematorium. Ja dat zou ik wel even doen hoor, geen probleem. Maar onderweg ging het toch niet zo lekker. Uit onverwachte hoek kwam er steun. In dit geval een liedje dat mij bewust maakte van de seintjes die overleden personen kunnen sturen. Toeval? Het liet mij in ieder geval weer rechtop, stomverbaasd en vol kracht naar huis rijden. Wat mij betreft geen toeval, want het was alweer zo’n ijzersterk verhaal en heus niet één van de vele liedjes waaraan je makkelijk een speciale betekenis kunt hangen.

Je hoort wel eens dat overleden personen seintjes geven met behulp van een liedje.

Dat vind ik dan zo flauw.

Want er zijn zo en zoveel liedjes per dag op de radio, dat er altijd wel eentje tussen zit dat jou dat speciale gevoel geeft.

Ben je verliefd, dan hoor je de hele dag nummers die jouw gevoel bevestigen. Heb je liefdesverdriet, dan kan je er van op aan dat je alleen maar trieste muziek hoort van mensen die verlaten zijn, die jouw hartenpijn versterken. Je gaat er nog harder van huilen.

Je hoort natuurlijk precies wat je wil horen.

Onbewust. Dat wel.

Dus een liedje op de radio dat een speciale betekenis heeft, vind ik niet zo speciaal.

En hoe zou dat dan moeten? Dat mijn vader als onzichtbare zichzelf het licht weet aan te krijgen of de kastdeuren kan opengooien, vind ik nog tot daar aan toe. Als dat seintjes zijn van mijn overleden vader, kan ik dat nog wel bevatten.

Maar hoe moet je dan als ziel tekens via de radio sturen?

Als je overleden bent, maar je energie is er nog, hoe zou je dan seintjes sturen naar iemand via een zendmast?

De dj beïnvloeden? In het radio station waar de dj al lang een planning van de muziek heeft gemaakt, maar waarop iemand net de radio in de auto afstemt?

Gaat wel erg ver. En toch.

En toch is het in mijn geval wel opnieuw een verhaal dat niet verzonnen is, maar gewoon sterk, omdat het waar is.

Het nummer dat mij hartkloppingen bezorgde en in verwarring bracht op een cruciaal moment, kende ik niet eens.

Ik was die dag in de auto van mijn vader gestapt.

Die stond namelijk nog gewoon onder de carport alsof hij er elk moment in zou gaan wegrijden. Zijn huis – mijn ouderlijk huis – en mijn eigen huis zijn maar een paar minuten fietsen van elkaar vandaan. Het gaf een speciaal gevoel dat ik in zijn auto hem – wat er van hem over was – zou gaan ophalen.

De laatste keer dat we naar de specialist in het VU ziekenhuis reden, waarvan we op de heenweg nog niet wisten dat het de laatste keer zou zijn, gingen we ook met zijn auto.

Nog een maand te leven. Misschien.

Hoewel de specialist zei dat hij er meestal geen uitspraak over deed, wilde hij nu wel inschatten dat mijn vader misschien nog een maand te leven had.

Die terugweg was bizar.

Ik leefde in een wereld van verwarring en ongeloof. Hoewel autorijden toen wel ging op de automatische piloot of zo. Mijn vader naast mij met zijn blauwe pannetje om in te kotsen.

We hadden de nacht ervoor samen doorgebracht in het ziekenhuisverblijf.

Die ochtend daarna liep hij met zijn blauwe pannetje in de hand strompelend en leunend op mij naar de dichtstbijzijnde rolstoel.

Ik dacht nog steeds dat hij het zoveelste buikgriepje te pakken had met zijn slechte weerstand. De vorige keer waren de scans namelijk prima en stabiel geweest. Dat zou nu ook wel weer zo zijn.

Nee. Het was mis. Heel erg goed mis.

Dat was de laatste keer dat ik in de auto van mijn vader had gereden.

Met hem.

Binnen twee weken was hij dood.

Zijn auto bleef gewoon staan. Totdat er een plan zou komen. Totdat we eraan toe waren er iets mee te doen.

Wanneer iemand wordt gecremeerd kun je de as, oftewel hetgeen er van het lichaam van je dierbare over is, pas na een maand ophalen. En dat ging ik dus doen.

Effe de as van mijn vader ophalen.

In zijn auto dus. Nu alleen. Ik zou hem ophalen. Op afspraak. Hij zou niet naast me gaan zitten. Ik zou hem meenemen in een potje.

Ik was rustig. Kalm. Wel uiterst verdrietig en met letterlijke pijn in mijn hart, die met vlagen bijna niet te verdragen was.

Elke ochtend vroeg ik me serieus af hoe lang dat nog zou duren.

Die lichamelijke pijn.

Dat onverdraaglijke gevoel alsof mijn hart eruit gescheurd werd.

Zo’n intens en verschrikkelijk verdriet had ik nog nooit gevoeld. Ik was bang dat het nooit zou ophouden.

Dat gaat over, Es.

Dat zei hij toen hij nog net leefde. En ik me zorgen maakte over wanneer hij er niet meer zou zijn. Toen had ik nog geen idee van de pijn die ik zou gaan krijgen.

Verdriet ja. Maar dit verdriet?

Het heeft lang geduurd. Heel erg lang. Jaren. En heel soms heb ik het nog steeds.

Ja pap, het gaat over, maar toch niet helemaal. In elk geval niet bij mij.

Ik vertrok in zijn auto naar het crematorium.

De route naar het crematorium was gek genoeg voor het grootste deel de route die hij elke dag naar zijn werk reed.

Na een half uur was ik er. De laatste keer dat ik hier was geweest, had ik dus voorgoed afscheid moeten nemen van het lichaam van mijn vader.

Ik had hem niet achtergelaten in een kist, zonder precies te weten wat er zou gebeuren.

Hier had ik hem helemaal naar de oven gebracht.

Daar was een soort kleine lopende band, waarop mijn vader in de kist werd neergezet. Er was een meneer, die dit meestal alleen deed, maar waar wij graag bij wilden zijn. Die meneer legde uit dat mijn vader zo meteen daar achter dat luik naar binnen zou gaan.

De crematieoven.

Na een tijdje was het zover.

Het luik ging open en het lopende bandje nam mijn vader mee.

Door de extreme hitte zag je de kist al vlam vatten voordat de deur van de oven weer dicht was.

As.

Dat bleef er van hem over.

Toen ik het kwam ophalen, moest ik even wachten. Na een tijdje kwam een mevrouw met mijn vader in een nette kartonnen doos. Er had ook een dure fles wijn in kunnen zitten. Die doos nam ik mee en dat was dat. Ik heb hem niet in de achterbak gedaan.

Mijn vader heb ik naast mij gezet. Dat was extreem raar.

Ik begon aan de terugweg en werd steeds emotioneler. Opnieuw spookte het door mijn hoofd hoe het toch kon dat je zomaar dood kon gaan en dat je dan voorgoed weg was, behalve een hoopje stof.

Of was er nog meer van hem over?

Als het dan waar zou zijn, dat je ziel verder leefde en dat je er nog was na je dood, waar was mijn papa dan nu?

Was hij er wel, maar zag ik hem niet? Zat hij als een onzichtbare verschijning naast mij op de stoel? Zweefde hij boven de auto? Hield hij zijn intens verdrietige en wanhopige dochter vast om haar te troosten, hoewel zij daar niets van merkte?

Ik wilde weten of hij er nog was. Ik had dringend seintjes nodig van mijn overleden papa!

Papa, waar ben je?

Dat zei ik hardop. Wanhopig. In mezelf. Of tegen hem, als hij er misschien was.

Papa, waar ben je dan?

Als je er nog bent, waar dan?

Hoe dan?!

Stel dat je er nog bent, dan wil ik het weten!

Papa, waar ben je?!

Je bent dood! Overleden, gestorven, heengegaan, jaja blabla, maar waar, wáár ben je dan, geef me dan een teken of zo, ik wil seintjes, tekens van leven!

Dat klote potje naast mij, daar zit jij niet in!

Dat is alleen maar stof.

As.

Het lichaam dat je verlaten hebt.

Waar ben je? Papa, waar ben je?

Overweldigd door pijn en verdriet, kon ik niet meer verder rijden. Het was niet zo dat ik een traantje moest wegpinken. Nee. Ik moest ontzettend huilen en kon onmogelijk veilig door het verkeer. Snel pakte ik een zijweggetje en zette ik de auto aan de kant.

Hardop bleef ik herhalen.

Papa… waar ben je…?!

Papa! Waar ben je?

Vertel me waar je bent, papa!

Waar ben je? Papa, waar ben je?

Papa waar ben je?

In een opwelling zette ik de radio aan.

Omdat ik het gevoel had dat ik gek ging worden of iets dergelijks.

Ik huilde nog steeds.

Maar.

Zodra ik de radio had aangezet, hoorde ik een liedje dat ik nooit eerder had gehoord. Het was in het Frans. Er was onmiddellijk één zin die ik heel goed verstond en die steeds werd herhaald, zoals ik dat ook net had gedaan. Eigenlijk was het zo dat de tekst mij liet verstillen…

Papa, où t’es?

Papa, où t’es?

Dis-moi où es-tu caché?

Où t’es? Papa, où t’es?

Où t’es? Papa, où t’es?

Où t’es? Papa, où t’es?

Où t’es? Papa, où t’es?

Wat hoor ik nou? Hoor ik dat goed?

Bizar. Overrompeld, geschrokken, verbaasd, perplex.

Hoe? Wat? Hoe kan dat?

Met een zwaar behuild gezicht kan ik met een idioot gevoel van verbazing de motor weer starten. Nog steeds vol pijn, maar ook verwonderd blij. Ik rijd naar huis. Naar zijn huis.

Met naast mij mijn vader.

In een kartonnen doos in een urn. En daarin in een plastic zakje.

Of toch gewoon echt naast mij, maar dan onzichtbaar?

Mijn eigen papa die nog steeds bij me is, maar dan zonder zijn lichaam enkel als een ziel? Die mij seintjes geeft van zijn bestaan ook al is hij overleden?

Mijn eigen spook papa die dj’s kan beïnvloeden?

Wat denk jij?

&

Een andere keer schrok ik me wezenloos, zoals je misschien hebt gelezen in Schrikken van je overleden dierbare – Ik ben er nog! (Deel 5)

Lees verder: Spoken in huis – Niet één overleden papa, maar zelfs twee? (Deel 7)

Hoogsensitief en volwassen. Anders of normaal?

hoogsensitief en volwassen: anders of normaal?
You’re the inspiration

Hoogsensitief en volwassen: ben je dan anders of normaal? Wanneer je er pas achter komt dat je hoogsensitief bent als je al lang volwassen bent, kan dat fijn zijn, maar ook moeilijk. De kans is groot dat je al vele uitdagingen het hoofd hebt moeten bieden. Je weet dat je normaal bent en toch snapte je waarschijnlijk vaak niet waarom jij je nou zo anders voelde dan de meerderheid. Het feit dat je hoogsensitief bent, is geen excuus om overal last van te hebben. Het is ook geen ding om verheven over te doen. Maar het is wel belangrijk te beseffen hoe het bij jou werkt, want je eigenschap kan dus behoorlijk lastig zijn als je niet weet dat je het bent. Vooral in onze huidige maatschappij. Voor mij viel alles op zijn plaats toen ik eindelijk werd bevestigd in mijn vermoeden hoogsensitief te zijn. Er ging een nieuwe wereld voor me open, terwijl ik allang in die wereld leefde. Maar nu zag ik het door een andere bril. En ik zag het niet alleen anders, ik hoorde en dacht en voelde het ook anders. Ik begreep het eindelijk.

Aangepast.

Als je pas als volwassene ontdekt dat je hoogsensitief bent, is de kans groot dat je je al je leven lang onbewust aanpast aan de verwachtingen en wensen van de mensen om je heen. Je hebt nooit goed geleerd om je grenzen aan te geven of zelfs je grenzen te voelen.

Je hebt je aangepast.

Door je gevoeligheid heb je een aantal prachtige karaktereigenschappen, maar in onze maatschappij kunnen die naar voren komen als een zwakte. Zeker wanneer je je niet bewust was – of bent – van je hoogsensitiviteit.

Veel volwassen personen van deze generatie die hoogsensitief blijken, hebben zich vroeger vaak anders gevoeld, hoewel ze toch wisten dat ze normaal waren.

Raar.

Ik voelde me vaak een beetje raar. Ik wist wel dat ik normaal was en dat er niet echt iets anders was aan mij, maar toch voelde het vaak zo. Begreep bijvoorbeeld niet waarom de meeste anderen over zoveel dingen zo makkelijk konden doen.

Zo makkelijk.

Zonder nadenken.

Emotieloos.

Egoïstisch.

Simpel.

Want voor mij was het vaak niet simpel. En dat is het nog steeds niet.

Doe niet zo moeilijk.

Waar de meeste anderen makkelijk over doen, daar doe ik moeilijk over. Tenminste, dat gevoel krijg ik vaak en dat wordt ook vaak zo verwoord door anderen. Ik denk diep na over vele dingen – dingen waar de meeste anderen totaal aan voorbij gaan.

Ik zie alles altijd van alle kanten en op alle mogelijke manieren.

Wanneer ik over gebeurtenissen, ideeën of keuzes nadenk, voel ik ook meteen alle bijbehorende emoties en mogelijke uitkomsten, van mezelf maar ook van de betrokken anderen. Ik ben er intens emotioneel bij betrokken.

Moeilijk?

Voor mij is dat normaal.

En heel handig in vele situaties. Maar voor anderen duurt het bijvoorbeeld te lang voordat ik antwoord kan geven op een vraag. Dan ben ik nog aan het nadenken. Of mijn antwoord of uitleg is te lang. Of ik ga te lang door.

Hoezo, je kunt toch gewoon ja of nee zeggen? Je kunt toch gewoon antwoord geven op de vraag?

Nee dus.

Want ik houd ook rekening met de gevoelens van anderen, wanneer ik bijvoorbeeld een keuze moet maken. Of wanneer ik ergens iets van vind en ga zo maar door.

Of ik kom met een lading ongevraagd advies waar mensen zich ongemakkelijk bij voelen. Ik leef mij dan zo in de betreffende situatie in – en helemaal als het iets is dat mij aan het hart gaat – dat ik vele goede raad en ideeën laat horen, waar een ander niet om gevraagd heeft. Maar ik voel mijn eigen emoties en die van de ander en probeer te helpen.

Het is toch al lang al klaar?

Waar een ander al lang over de situatie en de bijbehorende emoties is heen gestapt en zich erbij heeft neergelegd, denk ik er nog steeds over na, hoe dat nou toch zo kon gaan, waarom het niet anders is aangepakt, wat je alsnog zou kunnen doen, hoe het in de toekomst mogelijk op een andere manier kan worden gedaan, wat ik zou kunnen doen en ga zo maar door.

Ik voel mij uitermate verantwoordelijk en heb een groot rechtvaardigheidsgevoel. Wat betreft mezelf maar ook met betrekking tot anderen.

Ik kan ook enorm doordraven, zeggen ze dan. Zo belangrijk is het toch niet? Dat heb je al gezegd, ja. Al een paar keer. Zelfs al honderd keer.

Hou nou maar op.

Dat moeten ze toch gewoon zelf weten.

Laat het gewoon.

Nee.

Gaat niet.

Hoezo begrijpen ze dat niet?

Veel hoogsensitieve volwassenen voelden zich als kind vaak onbegrepen. Maar wanneer je er als normaal volwassen mens nog niet achter bent dat je hoogsensitief bent, kun je je nog steeds een beetje anders voelen dan de overgrote meerderheid.

Karaktereigenschap.

Hoogsensitiviteit is geen stoornis. Het is ook niet erg bijzonder, want het komt vaak voor. Maar als je je er niet bewust van bent, merk je toch dat je niet functioneert zoals de meerderheid. En dat wordt vaak wel zo geprobeerd of verwacht, omdat het een eigenschap is die niet zichtbaar is, maar die wel voortdurend de manier beïnvloedt van hoe jij je omgeving ervaart.

Hoogsensitiviteit is een karaktereigenschap. Je wordt ermee geboren. Net zoals de één geboren wordt met veel aanleg voor sport, wordt de ander geboren met een fijngevoelig zenuwstelsel.

Fijngevoelig zenuwstelsel.

Met zo’n fijngevoelig zenuwstelsel maken alle prikkels uit de omgeving een diepere indruk dan bij niet hoogsensitieve personen. Hoogsensitieve mensen hebben ook meer tijd en rust nodig om deze te verwerken.

Ze denken er ook langer over na. Ze hebben bijvoorbeeld meer tijd nodig om zaken af te wegen en beslissingen te nemen. Daarbij speelt hun gevoel een uiterst belangrijke rol. Alles wordt intenser gevoeld en ervaren. Tenslotte is ook de hersteltijd langer.

Geen excuus of verbijzondering.

Iedereen heeft andere kwaliteiten en talenten en iedereen is anders.

Het feit dat je hoogsensitief bent, is geen excuus om overal last van te hebben. Het is ook geen ding om verheven over te doen. Maar het is wel belangrijk te beseffen hoe het bij jou werkt, want je eigenschap kan dus behoorlijk lastig zijn als je niet weet dat je het bent. Vooral in onze huidige maatschappij.

Zichtbare of onzichtbare aangeboren eigenschap.

Wanneer je aangeboren eigenschap is dat je linkshandig bent, ga je ook niet proberen rechts te schrijven. Wanneer je dat wel doet, lukt dat niet goed. Ga je enorm je best doen om rechts te schrijven, zal het uiteindelijk redelijk lukken, maar niet van hetzelfde niveau als met je voorkeurshand. Dat geldt ook voor de linkshandige kinderen die vroeger gedwongen werden om rechts te schrijven.

Links of rechts?

In de huidige maatschappij kan het voor hoogsensitieve personen een beetje zijn alsof ze proberen links te schrijven terwijl ze rechtshandig zijn. Ze passen zich aan omdat ze niet beter weten of omdat ze dat zo gewend zijn.

Als je niet weet dat je hoogsensitief bent, kan je je dus afvragen hoe het komt dat jij moeite hebt met dingen waarmee de meeste anderen geen moeite hebben, ook al ben je volwassen en normaal en niet zozeer opvallend anders.

Of je houdt het lange tijd vol te functioneren en bent op de top van je presteren op je werk, maar moet op den duur concluderen dat jij het niet meer vol kan houden. De nooit pauze mentaliteit, de werkdruk, het lawaai van collega’s, de muziek op de achtergrond, de rotzooi om je heen, het geroddel, de emoties die je eraan overhoudt, de gesprekken die in je hoofd blijven doorgaan, et cetera.

Eigen grenzen.

Jij ligt echt altijd de hele nacht wakker na een avondje stappen of een feestje, terwijl je mede feestgangers als een blok liggen te slapen. Dat soort dingen kan je lang volhouden, maar het is fijner als je weet hoe je binnen je eigen grenzen kunt blijven.

Je houdt namelijk hartstikke van een feestje en je bent echt goed in het werk dat je doet. Juist omdat je je goed kunt inleven in anderen, juist omdat je perfectionistisch bent ingesteld en een doorzetter bent, lever jij kwaliteit op je werk. Je bent met iedereen begaan, ziet het grote doel voor je, belicht problemen van meerdere kanten.

Last of kwaliteit?

Hoogsensitiviteit kan als een last of kwaliteit ervaren worden, afhankelijk van de manier hoe ermee wordt omgegaan. Dat hangt ook weer af van hoe ermee werd omgegaan door ouders, leerkrachten en jezelf. En het hangt natuurlijk ook af van de rest van de mensen die deel uitmaken of uitmaakten van je omgeving.

Tegenwoordig is er steeds meer bekend over hoogsensitiviteit en wordt het eerder opgemerkt.

Tegelijkertijd is er nog enorm veel onbegrip. Vooral wanneer het kinderen betreft die overprikkeld of zelfs langdurig overbelast zijn. Er zijn veel volwassen personen die vinden dat een kind erg anders is dan de rest of dus niet normaal, terwijl het alleen maar hoogsensitief is en niet goed begrepen en begeleid wordt, waardoor het lastig gedrag laat zien.

Je moet maar gewoon meedoen. Als je dat niet doet – of niet meer doet of kunt doen – ben je zwak of overbelastingsgevoelig of stel je je aan. Of je hebt juist een stoornis.

Want wat is normaal?

De maatschappelijke eisen op werk, school en thuis liggen tegenwoordig hoog.

Iedereen moet presteren, werken, zowel kinderen opvoeden als werken, sporten, vrienden hebben, op sociale media actief zijn, altijd bereikbaar zijn zowel voor werk als privé, mediteren, er goed uitzien, gezond eten, wat nog meer?

Kinderen moeten ook gewoon meedoen.

Vele kinderen op de basisschool lopen al rond met mobieltjes en plaatsen filmpjes op sociale media en gaan ’s nachts kijken of ze nog berichten hebben.

Veel hoogsensitieve kinderen kunnen de eisen op school, de drukte in de klassen, de continu roosters, de vele wisselingen van leerkrachten, de stress op kinderdagverblijven en naschoolse opvang en drukte thuis en op sport ook niet bijbenen. Problemen thuis en op school versterken elkaar en al helemaal als er te weinig begrip is.

Wanneer een kind hoogsensitief is en dat wordt niet erkend of herkend, is er te weinig kennis aanwezig om een kind te ondersteunen. Dus heeft je hoogsensitieve kind een last of een kracht?

Het is geen aandoening, maar inzicht is fijn. Voor iedereen.

Hoogsensitiviteit is geen diagnose. Geen stoornis.

Je bent normaal, want je bent alleen maar hoogsensitief, of je nou volwassen bent of een kind.

Het is wel fijn om inzicht te hebben in wat het in de dagelijkse praktijk inhoudt om hooggevoelig te zijn. Het is daarom toch wel handig om het een naam te geven.

Door de eigenschap te herkennen en wanneer je zelf hoogsensitief bent – misschien eindelijk – te begrijpen wat het inhoudt, zal je jezelf beter begrijpen. Daardoor ben je vanzelf in staat beter voor jezelf te zorgen.

Of je bent zelf niet hoogsensitief, maar kunt iemand anders een beetje beter begrijpen.

Intens.

Omdat hoogsensitieve personen alle zintuiglijke prikkels dus intenser ervaren, diepgaander voelen, er langer en uitgebreider over nadenken en ook langer de tijd nodig hebben om alles te verwerken, kan dat soms lastig zijn.

Maar dat intens ervaren en verwerken gebeurt ook in positieve zin.

En dat is nou juist precies hetgeen zo mooi is aan hoogsensitiviteit.

Genieten.

Omdat je alle prikkels intenser ervaart, beleef je ook de leuke en mooie en geweldige dingen intenser. En die hebben ook langer de tijd nodig om verwerkt te worden.

Vroeger.

Vroeger waren school, verjaardagen, partijtjes, familievisites, feestjes, zwemles, schoolkampen, familiedagjes en sportclubs waarschijnlijk lastig voor je. Dat kan zijn op de basisschool, maar ook op de middelbare school, of allebei.

Uitgaan? Examenfeestjes? Een volle schoolkantine?

Ook wanneer je als beginnend volwassene verder ging studeren of werken, kon dat worden ervaren als bedreigend en eng. Of wel leuk maar gewoon vermoeiend.

Gesloopt.

Studentenvereniging? Een kamer vol nieuwe collega’s? Een vrijdagmiddagborrel? Reünie?

Ook wanneer je al lang volwassen bent, kunnen dat soort situaties een gevoel van onbehagen bij je oproepen. Of je vindt het wel gezellig, maar voelt je achteraf totaal gesloopt.

Ware emoties.

Al die situaties die vroeger dikwijls als bedreigend werden ervaren, maakten dat je je vaak angstig, ongemakkelijk, onzeker en beschaamd voelde.

Verlegen, bang.

Tegelijkertijd had je geleerd je ware emoties niet te tonen, waardoor je je soms eenzaam en alleen voelde.

Je kon niet vertrouwen op je gevoel.

Negatieve conclusie.

Het gevolg was dat je onbewust een negatieve conclusie over jezelf trok.

Ik ben zwak, ik ben raar, ik voldoe niet, ik hoor er niet bij. Met alle gevolgen van dien. Je voelde of voelt je niet gezien en begrepen, onrustig, oververmoeid, gespannen.

Nu je al volwassen bent, weet je dat je normaal doet en bent, je hebt intelligent werk en bent een heel gewoon mens, maar toch voel je je dan anders of zo, als je hoogsensitief bent en vooral als je dat niet weet.

Je hebt meestal geleerd je rustig te houden en observerend, afwachtend, op de achtergrond, je aan te passen aan anderen. Maar je innerlijk leven is groots. Je bent gedreven en passioneel, maar dat zien ze vaak niet aan je. Wanneer je wel van je laat horen, lijken de meesten niet te begrijpen wat je precies bedoelt en waar je je zo druk om maakt.

Grenzen en bij jezelf blijven.

Je vindt het vaak moeilijk om je grenzen aan te geven, of je weet niet goed waar je grenzen liggen. Omdat je vaak gewend bent je vooral naar anderen te voegen en aan de eisen te voldoen die algemeen gelden.

Je geeft vaak je energie weg aan anderen en vindt het moeilijk om bij jezelf te blijven.

Dit maakt dat je vatbaarder bent om overspannen te raken of zelfs burn-out. Wanneer je zo vaak over je grenzen gaat dat je echt een burn-out krijgt, dan zorgt dat voor nog meer onbegrip vanuit je omgeving, wat het nog lastiger maakt als hoogsensitief persoon.

Je neemt vaak onbewust gevoelens van anderen over, en leeft zo intens mee met de ander, dat je anderen wil helpen en jezelf te weinig helpt.

Dat alles gebeurt zonder dat je het in de gaten hebt.

Zwakte.

Onze westerse maatschappij ziet gevoelig zijn vaak als een zwakte, waardoor anderen je misschien wel eens bestempelen als iemand die te veel piekert, die zich te veel zorgen maakt. Ze vinden dat je zwaar op de hand bent, of overgevoelig of aanstellerig. Als jij last hebt van een bepaalde negatieve sfeer, weten de meesten niet wat je bedoelt, maar je bent sfeergevoelig.

Je maakt je te druk.

Vaak ben je snel moe, je bent iemand met weinig energie en je bent stressgevoelig. Je kunt weinig hebben en vaak zien ze je als verlegen. Te serieus. Niet zo sociaal misschien.

Maar als iemand jou echt kent, blijkt het tegenovergestelde waar.

Positiviteit.

Wanneer jij jezelf zou omschrijven, kun je jezelf herkennen in het diep nadenken en voelen met betrekking tot zaken die ertoe doen.

Je bent bedachtzaam, creatief, empathisch en je zoekt naar zingeving, naar diepgang. Je bent begaan met anderen en behulpzaam. Jij gebruikt je hersens maar ook je gevoel. Je bent iemand die originele ideeën en oplossingen heeft. Jij zoekt naar vrijheid en hebt geregeld rust en tijd voor jezelf nodig.

Waar anderen overal aan voorbij gaan en alleen bij de feiten blijven, herken jij je in het gewoon weten en voelen wat nodig is of wat iemand nodig heeft. Je bent nauwkeurig en hebt oog voor detail en nuances, zowel wat betreft feiten als wat mensen onbewust uitstralen.

Valkuilen.

Je hebt dus prachtige eigenschappen. Maar wanneer je niet goed genoeg voor jezelf zorgt, kun je een aantal valkuilen herkennen.

Dan ben je iemand die gestuurd wordt door perfectionisme. Je hebt (te) weinig zelfvertrouwen. En je kunt jezelf verliezen in besluiteloosheid en in keuzestress. Je hebt moeite om bij jezelf te blijven en hebt daardoor sneller last van lange werkdagen, stress en een drukke werkomgeving. Ook wanneer je thuis te weinig aan je rust toekomt, heeft dat direct effect op jouw gemoedstoestand.

Sensitiviteit waarderen en ontwikkelen.

Wanneer jij als volwassen mens jezelf en je hoogsensitiviteit normaal leert te waarderen en ontwikkelen, als je dat nog niet had gedaan, omdat je niet wist dat je hoogsensitief bent en de negatieve aspecten ervan vaak meer op de voorgrond stonden, dan gaat er een wereld voor je open.

Er gaat een wereld voor je open.

&

Social Share Buttons and Icons powered by Ultimatelysocial