Leven na de dood bestaat: Eerste teken van overleden vader. Contact na de dood (Deel 3)

leven na de dood bestaat
Pap, ik zie je

Leven na de dood bestaat. De eerste keer dat ik een teken van leven kreeg, was ’s nachts. Die volgende dag voelde ik mij – naast diep verdrietig en met die onverdraaglijke pijn in mijn hart – tegelijk intens gelukkig en blij. En dat soort van verliefde gevoel heeft weken aangehouden.

Mijn vader heeft mij haarfijn laten weten dat hij nog bij me is, hoe dood hij ook mag zijn. Hij is dood, maar hij is nog ergens. En dus niet alleen in mijn hoofd en in mijn hart.

Ik wist het na die nacht gewoon. Hij is er nog.

“Papa was bij me. Ik heb het niet gedroomd. Ik weet het zeker.”

Zo stond ik die ochtend in de woonkamer. En met die boodschap ging ik onmiddellijk m’n moeder bellen. En met die boodschap ging ik naar m’n broers.

Het ontvangen van informatie van een overleden persoon was compleet nieuw voor mij, maar ik ben er door mijn ervaringen van overtuigd geraakt dat er leven na de dood bestaat. In Contact na de dood (Deel 1) lees je dat ik zoiets niet zomaar aanneem. In Contact na de dood (Deel 2) lees je meer over het bewijs van een leven na de dood.

Leven na de dood bestaat.

Want je ziel, geest, chi, qi, bewustzijn of spirituele energie leeft verder in een andere dimensie, een hiernamaals of wat dan ook, hoe jij het ook wil noemen. Er is na het sterven van ons stoffelijke lichaam een ander soort bestaan dat we met onze aardse ogen niet kunnen waarnemen. Waar precies en hoe? Dat heeft nog niemand wetenschappelijk bewezen, maar dat hoeft ook helemaal niet.

Alle ervaringen van ontelbare mensen door de eeuwen heen en vooral ook mijn eigen ervaringen, zijn voor mij genoeg bewijs.

Mijn papa ging dood.

Als je mijn Contact na de dood (Deel 1) en (Deel 2) al hebt gelezen, weet je dat ik weleens met hem gepraat heb over een mogelijk voortleven na de dood, maar dat we het er niet uitgebreid over hebben gehad. Achteraf heb ik weleens gelezen dat mensen die wel beiden geloven dat er contact na de dood mogelijk is, soms afspreken met elkaar om ook echt contact te zoeken wanneer het zover is. Maar dat hebben wij dus niet gedaan.

Van de ene op de andere dag kreeg ik rare en tegelijkertijd vertrouwde boodschappen van mijn vader.

En dat ze van hem afkomstig zijn, weet ik zeker omdat het alleen maar dingen zijn die alleen hij zo zou zeggen of doen, of die alleen hij kon weten. Het is niet uit te leggen als je zelf nooit zoiets voelt of meemaakt. En ook niet te snappen. En toch ga ik mijn best doen mijn ervaringen zo precies mogelijk op te schrijven, zodat dit soort ervaringen normaler worden en zodat meer mensen soortgelijke dingen (weer) durven delen.

Sommige gebeurtenissen zullen jou of anderen ongeloofwaardig in de oren klinken.

Of wazig, vaag en helemaal nietszeggend. Of ontzettend vergezocht. Misschien vraag je je af of ik het verzin.

Dat begrijp ik volledig. Maar in mijn context en mijn beleving was er meestal geen twijfel mogelijk of een gebeurtenis, samenloop van omstandigheden, gevoel of ervaring van papa afkomstig was of niet.

Dat varieerde van bijvoorbeeld warmte voelen alsof er iemand tegen je aan zit, tot en met zijn horloge dat lange tijd stilstond en spontaan weer ging tikken en dan weer bleef stilstaan op een veelzeggende datum en tijd en dat meerdere keren. En nog vele andere dingen. In volgende delen Contact na de dood kun je hierover verder lezen.

Ervaringen als bewijs dat leven na de dood bestaat, komen veel vaker voor dan we weten.

Dat komt, omdat dit soort gebeurtenissen met de opkomst van de wetenschappelijke wereld lange tijd werden gezien als onmogelijk. Dat leven na de dood bestaat, kan wetenschappelijk (nog) niet.

En dus zouden de mensen die beweren dat leven na de dood bestaat, dom zijn of goedgelovig of niet goed snik. Geloof is maar geloof en wetenschap en bewijs zouden het enige echte zijn. Maar de wetenschap weet niet alles. Zelfs meer niet dan wel.

Ik wil meer openheid over ervaringen met leven na de dood, en dus zonder dat die ervaringen worden weggezet als zijnde niet normaal.

Leven na de dood bestaat? Contact met een overledene? Dat zouden ervaringen zijn van iemand die in de war is, psychotisch of te fantasievol. Gebeurtenissen in je hoofd als gevolg van trauma, als gevolg van zeldzame dromen, als gevolg van een of andere stoornis. Trucjes van je hersenen om je verdriet te verzachten. Toevallige gebeurtenissen waar je betekenis aan wil hechten.

Niet dus.

Die allereerste keren heb ik opgeschreven nadat het gebeurde.

Later ben ik daarmee opgehouden, want ik hoefde niemand meer te overtuigen. Dan geloofden ze het maar niet.

Ik kon er gewoon in rust van genieten. Iedere keer dat ik iets zeer bijzonder toevallig meemaakte, of bijvoorbeeld iets wat ik nog nooit had gevoeld, was voor mij opnieuw bewijs dat hij er écht nog is.

De aanwijzingen werden in de loop der jaren ook minder treffend, omdat er niets meer te bewijzen viel denk ik. Ook ik had geen overdreven duidelijke tekens van leven meer nodig, omdat hij al zo zijn best had gedaan en ik het nu gewoon normaal vind dat hij er soms is.

Hij weet dat ik het weet. Hij weet dat ik hem heb opgemerkt.

Hij hoeft nu als het ware niet meer te roepen en te zwaaien. Zo van: “Joehoe, Esje!”

Hartstikke dood en onzichtbaar voor de meesten. Onzichtbaar als een ziel die voortleeft in een ander soort energie, in een andere frequentie, maar wel voor mijn neus: “Esther! Merk je het nou, ik ben er nog! Let op dan, zie je wat ik doe? Hoor je me? Voel je dit? Heb je dat wel gezien?”

Hij is er af en toe en ik voel dat en dan geniet ik van zijn aanwezigheid.

Ik weet vaak niet wanneer hij weer vertrekt, wat dan word ik weer afgeleid door bijvoorbeeld mijn kinderen. Misschien merk ik het soms ook niet op wanneer hij er is. Ik heb vast en zeker ook niet alles opgemerkt wat hij heeft laten weten. Niet alles gehoord wat hij in mijn oren toeterde. Maar soms kon ik hem duidelijk horen.

Dus dat hij af en toe langs komt voor de gezelligheid of om mij te steunen, daarvan ben ik overtuigd. Waar hij daarna weer naartoe gaat, dat weet ik niet.

Hij is regelmatig met zijn energie bij mij in huis of soms ook heel ergens anders. In het begin heeft hij me bijvoorbeeld ook vaak laten weten dat hij er nog is, toen ik naar de supermarkt ging. Of in de auto. Maar dat komt later.

Op een nacht liet hij de eerste keer van zich horen.

Het was geen droom.

De volgende ochtend heb ik het volgende opgeschreven. Een verslagje van het gebeurde en tegelijkertijd een briefje aan mijn papa:

Hoi pap,

ik liep door een donkere gang (in een soort van droom) met aan het einde helder licht. Aan het eind dacht ik aan jou en ik voelde me snel in de lucht getild. Alsof ik naar boven viel. Op dat moment werd ik mij bewust van een droom en tegelijk een wakker zijn. Ik vroeg op het moment dat ik de lucht in ging: “Pap, ben jij dat?”

Toen voelde ik onmiddellijk een enorm sterk tintelend gevoel in mijn borst en buik, een soort prikkelend, schrikachtig verliefdheidsgevoel, een soort wakker schrikken gevoel uit een droom, maar dan veel en veel sterker. Ik was wakker en zag met mijn ogen dicht jouw silhouet in wit afgetekend in mijn hoofd verschijnen, eerst alleen je hoofd, toen daarna leek het of je zat.

Daarna deed ik mijn ogen open om te kijken of ik je kon zien, maar dat was niet zo. Toen zei je: “Es, ga maar weer lekker slapen.” Ik hoorde je.

Ik droom vaker en ’s nachts weet ik veel nog wanneer ik erdoor wakker word, maar de volgende dag niet meer. Nu weet ik alles nog precies. Ik werd wakker en het was geen droom meer. Ook het begin dat op een droom leek, was geen droom.

Het gebeurde in een soort andere dimensie, in een andere staat van bewustzijn, die begon tijdens mijn slaap. En ik ontmoette jou daar. Van mijn droom vóórdat ik door die gang liep, weet ik zoals gewoonlijk niets meer.

Pap, ik zie je!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Social Share Buttons and Icons powered by Ultimatelysocial