Seintjes van overleden personen – Mijn speciale liedje. Contact na de dood (Deel 6)

tekens van overleden personen
Papa!
Waar ben je?!

De auto – zijn auto – moest ik aan de kant van de weg zetten. Want ik brulde het uit van verdriet en het was gevaarlijk om nog verder te gaan. Naast mij op de bijrijdersstoel stond een kartonnen doos. Een netjes gevouwen ding met een handvat om een urn te vervoeren. De urn met de lichamelijke restjes van mijn papa erin, die ik net in mijn eentje had opgehaald bij het crematorium. Ja dat zou ik wel even doen hoor, geen probleem. Maar onderweg ging het toch niet zo lekker. Uit onverwachte hoek kwam er steun. In dit geval een liedje dat mij bewust maakte van de seintjes die overleden personen kunnen sturen. Toeval? Het liet mij in ieder geval weer rechtop, stomverbaasd en vol kracht naar huis rijden. Wat mij betreft geen toeval, want het was alweer zo’n ijzersterk verhaal en heus niet één van de vele liedjes waaraan je makkelijk een speciale betekenis kunt hangen.

Je hoort wel eens dat overleden personen seintjes geven met behulp van een liedje.

Dat vind ik dan zo flauw.

Want er zijn zo en zoveel liedjes per dag op de radio, dat er altijd wel eentje tussen zit dat jou dat speciale gevoel geeft.

Ben je verliefd, dan hoor je de hele dag nummers die jouw gevoel bevestigen. Heb je liefdesverdriet, dan kan je er van op aan dat je alleen maar trieste muziek hoort van mensen die verlaten zijn, die jouw hartenpijn versterken. Je gaat er nog harder van huilen.

Je hoort natuurlijk precies wat je wil horen.

Onbewust. Dat wel.

Dus een liedje op de radio dat een speciale betekenis heeft, vind ik niet zo speciaal.

En hoe zou dat dan moeten? Dat mijn vader als onzichtbare zichzelf het licht weet aan te krijgen of de kastdeuren kan opengooien, vind ik nog tot daar aan toe. Als dat seintjes zijn van mijn overleden vader, kan ik dat nog wel bevatten.

Maar hoe moet je dan als ziel tekens via de radio sturen?

Als je overleden bent, maar je energie is er nog, hoe zou je dan seintjes sturen naar iemand via een zendmast?

De dj beïnvloeden? In het radio station waar de dj al lang een planning van de muziek heeft gemaakt, maar waarop iemand net de radio in de auto afstemt?

Gaat wel erg ver. En toch.

En toch is het in mijn geval wel opnieuw een verhaal dat niet verzonnen is, maar gewoon sterk, omdat het waar is.

Het nummer dat mij hartkloppingen bezorgde en in verwarring bracht op een cruciaal moment, kende ik niet eens.

Ik was die dag in de auto van mijn vader gestapt.

Die stond namelijk nog gewoon onder de carport alsof hij er elk moment in zou gaan wegrijden. Zijn huis – mijn ouderlijk huis – en mijn eigen huis zijn maar een paar minuten fietsen van elkaar vandaan. Het gaf een speciaal gevoel dat ik in zijn auto hem – wat er van hem over was – zou gaan ophalen.

De laatste keer dat we naar de specialist in het VU ziekenhuis reden, waarvan we op de heenweg nog niet wisten dat het de laatste keer zou zijn, gingen we ook met zijn auto.

Nog een maand te leven. Misschien.

Hoewel de specialist zei dat hij er meestal geen uitspraak over deed, wilde hij nu wel inschatten dat mijn vader misschien nog een maand te leven had.

Die terugweg was bizar.

Ik leefde in een wereld van verwarring en ongeloof. Hoewel autorijden toen wel ging op de automatische piloot of zo. Mijn vader naast mij met zijn blauwe pannetje om in te kotsen.

We hadden de nacht ervoor samen doorgebracht in het ziekenhuisverblijf.

Die ochtend daarna liep hij met zijn blauwe pannetje in de hand strompelend en leunend op mij naar de dichtstbijzijnde rolstoel.

Ik dacht nog steeds dat hij het zoveelste buikgriepje te pakken had met zijn slechte weerstand. De vorige keer waren de scans namelijk prima en stabiel geweest. Dat zou nu ook wel weer zo zijn.

Nee. Het was mis. Heel erg goed mis.

Dat was de laatste keer dat ik in de auto van mijn vader had gereden.

Met hem.

Binnen twee weken was hij dood.

Zijn auto bleef gewoon staan. Totdat er een plan zou komen. Totdat we eraan toe waren er iets mee te doen.

Wanneer iemand wordt gecremeerd kun je de as, oftewel hetgeen er van het lichaam van je dierbare over is, pas na een maand ophalen. En dat ging ik dus doen.

Effe de as van mijn vader ophalen.

In zijn auto dus. Nu alleen. Ik zou hem ophalen. Op afspraak. Hij zou niet naast me gaan zitten. Ik zou hem meenemen in een potje.

Ik was rustig. Kalm. Wel uiterst verdrietig en met letterlijke pijn in mijn hart, die met vlagen bijna niet te verdragen was.

Elke ochtend vroeg ik me serieus af hoe lang dat nog zou duren.

Die lichamelijke pijn.

Dat onverdraaglijke gevoel alsof mijn hart eruit gescheurd werd.

Zo’n intens en verschrikkelijk verdriet had ik nog nooit gevoeld. Ik was bang dat het nooit zou ophouden.

Dat gaat over, Es.

Dat zei hij toen hij nog net leefde. En ik me zorgen maakte over wanneer hij er niet meer zou zijn. Toen had ik nog geen idee van de pijn die ik zou gaan krijgen.

Verdriet ja. Maar dit verdriet?

Het heeft lang geduurd. Heel erg lang. Jaren. En heel soms heb ik het nog steeds.

Ja pap, het gaat over, maar toch niet helemaal. In elk geval niet bij mij.

Ik vertrok in zijn auto naar het crematorium.

De route naar het crematorium was gek genoeg voor het grootste deel de route die hij elke dag naar zijn werk reed.

Na een half uur was ik er. De laatste keer dat ik hier was geweest, had ik dus voorgoed afscheid moeten nemen van het lichaam van mijn vader.

Ik had hem niet achtergelaten in een kist, zonder precies te weten wat er zou gebeuren.

Hier had ik hem helemaal naar de oven gebracht.

Daar was een soort kleine lopende band, waarop mijn vader in de kist werd neergezet. Er was een meneer, die dit meestal alleen deed, maar waar wij graag bij wilden zijn. Die meneer legde uit dat mijn vader zo meteen daar achter dat luik naar binnen zou gaan.

De crematieoven.

Na een tijdje was het zover.

Het luik ging open en het lopende bandje nam mijn vader mee.

Door de extreme hitte zag je de kist al vlam vatten voordat de deur van de oven weer dicht was.

As.

Dat bleef er van hem over.

Toen ik het kwam ophalen, moest ik even wachten. Na een tijdje kwam een mevrouw met mijn vader in een nette kartonnen doos. Er had ook een dure fles wijn in kunnen zitten. Die doos nam ik mee en dat was dat. Ik heb hem niet in de achterbak gedaan.

Mijn vader heb ik naast mij gezet. Dat was extreem raar.

Ik begon aan de terugweg en werd steeds emotioneler. Opnieuw spookte het door mijn hoofd hoe het toch kon dat je zomaar dood kon gaan en dat je dan voorgoed weg was, behalve een hoopje stof.

Of was er nog meer van hem over?

Als het dan waar zou zijn, dat je ziel verder leefde en dat je er nog was na je dood, waar was mijn papa dan nu?

Was hij er wel, maar zag ik hem niet? Zat hij als een onzichtbare verschijning naast mij op de stoel? Zweefde hij boven de auto? Hield hij zijn intens verdrietige en wanhopige dochter vast om haar te troosten, hoewel zij daar niets van merkte?

Ik wilde weten of hij er nog was. Ik had dringend seintjes nodig van mijn overleden papa!

Papa, waar ben je?

Dat zei ik hardop. Wanhopig. In mezelf. Of tegen hem, als hij er misschien was.

Papa, waar ben je dan?

Als je er nog bent, waar dan?

Hoe dan?!

Stel dat je er nog bent, dan wil ik het weten!

Papa, waar ben je?!

Je bent dood! Overleden, gestorven, heengegaan, jaja blabla, maar waar, wáár ben je dan, geef me dan een teken of zo, ik wil seintjes, tekens van leven!

Dat klote potje naast mij, daar zit jij niet in!

Dat is alleen maar stof.

As.

Het lichaam dat je verlaten hebt.

Waar ben je? Papa, waar ben je?

Overweldigd door pijn en verdriet, kon ik niet meer verder rijden. Het was niet zo dat ik een traantje moest wegpinken. Nee. Ik moest ontzettend huilen en kon onmogelijk veilig door het verkeer. Snel pakte ik een zijweggetje en zette ik de auto aan de kant.

Hardop bleef ik herhalen.

Papa… waar ben je…?!

Papa! Waar ben je?

Vertel me waar je bent, papa!

Waar ben je? Papa, waar ben je?

Papa waar ben je?

In een opwelling zette ik de radio aan.

Omdat ik het gevoel had dat ik gek ging worden of iets dergelijks.

Ik huilde nog steeds.

Maar.

Zodra ik de radio had aangezet, hoorde ik een liedje dat ik nooit eerder had gehoord. Het was in het Frans. Er was onmiddellijk één zin die ik heel goed verstond en die steeds werd herhaald, zoals ik dat ook net had gedaan. Eigenlijk was het zo dat de tekst mij liet verstillen…

Papa, où t’es?

Papa, où t’es?

Dis-moi où es-tu caché?

Où t’es? Papa, où t’es?

Où t’es? Papa, où t’es?

Où t’es? Papa, où t’es?

Où t’es? Papa, où t’es?

Wat hoor ik nou? Hoor ik dat goed?

Bizar. Overrompeld, geschrokken, verbaasd, perplex.

Hoe? Wat? Hoe kan dat?

Met een zwaar behuild gezicht kan ik met een idioot gevoel van verbazing de motor weer starten. Nog steeds vol pijn, maar ook verwonderd blij. Ik rijd naar huis. Naar zijn huis.

Met naast mij mijn vader.

In een kartonnen doos in een urn. En daarin in een plastic zakje.

Of toch gewoon echt naast mij, maar dan onzichtbaar?

Mijn eigen papa die nog steeds bij me is, maar dan zonder zijn lichaam enkel als een ziel? Die mij seintjes geeft van zijn bestaan ook al is hij overleden?

Mijn eigen spook papa die dj’s kan beïnvloeden?

Wat denk jij?

Een andere keer schrok ik me wezenloos, zoals je misschien hebt gelezen in Schrikken van je overleden dierbare – Ik ben er nog! (Deel 5)

Lees verder: Spoken in huis – Niet één overleden papa, maar zelfs twee? (Deel 7)

2 Reacties

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Social Share Buttons and Icons powered by Ultimatelysocial