Schrikken van je overleden dierbare – Ik ben er nog! Contact na de dood (Deel 5)

schrikken van overleden dierbare
Spookt het of spookt het niet?

Ik schrok me wezenloos. En ik had er nog om gevraagd ook. Eigen schuld, dikke bult. In het leegstaande en muisstille huis van mijn overleden vader, waar ik de boel in mijn eentje aan het opruimen was, vlogen naast mij de grote kastdeuren open met een hard gepiep en gekraak. Je zou kunnen zeggen dat het spookte, zoals dat vaak wordt verwoord. Mijn hart klopte zowat uit mijn borst en omdat het één van de eerste tekens van leven was die ik kreeg, was ik ook behoorlijk van slag. Het is enorm schrikken als je overleden dierbare je op verzoek direct de stuipen op het lijf jaagt, dat kan ik je vertellen.

Jouw overleden dierbare die seintjes geeft als teken van leven?

De vraag of dat kon, hield me destijds erg bezig. Ik was er nog niet helemaal zeker van, maar had tegelijkertijd ook al wat dingen meegemaakt waar ik niet omheen kon. Niet met verstand en ook niet met gevoel. Een bijzondere droom die geen droom was. Contact na de dood (Deel 3).

Ik was met mijn nuchtere verstand naar een medium gegaan. Over die ervaring ga ik in een ander bericht meer vertellen, maar nu gaat het om één ding dat die persoon tegen mij zei.

Een medium – dat is toch vette onzin?

Ik wil wel even toelichten dat ik niet gewoon naar een medium ga en dat dit ook compleet nieuw was voor mij. Ik kan me voorstellen dat je een medium niet serieus neemt en als oplichter ziet. Met die instelling ben ik daar ook heen gegaan.

Ervan uitgaande dat je met je eigen verhaal en gedrag en grote verdriet en hoop op enige vorm van contact, iemand alle informatie geeft die hij of zij nodig heeft. Om jou een nep ervaring te bezorgen die je in feite zelf hebt weggegeven.

Nee, daar zou ik niet intrappen.

Heb ik ook niet gedaan.

Ik heb iemand gezocht die duidelijk kon uitleggen wat dat dan betekent, een soort communiceren met de spirituele wereld. Een medium is als een soort tolk tussen jou en een overleden persoon. Een andere frequentie waarop diegene als het ware de antenne goed richt, maar welk signaal jij niet goed genoeg kunt opvangen met jouw antenne.

Nuchter en achterdochtig ben ik naar die mevrouw toe gegaan. En om oplichterij tegen te gaan, heb ik helemaal niets over mijzelf of de situatie verteld. Ook niet verteld voor wie ik kwam, of die persoon een man of een vrouw was, helemaal niets. Ze wist geen telefoonnummer en ook geen achternaam.

Niets.

Ik heb daar in eerste instantie volledig mijn mond gehouden en viel achterover van verbazing over wat zij mij direct al kon vertellen zodra ik binnen was, zonder enig raden en gissen naar de juiste weg.

Maar dat een andere keer.

Ik wilde erg graag contact met mijn vader.

Na de verbazingwekkende ervaring dat het wel eens echt zo zou kunnen zijn, dat je – iemand – contact kon hebben met een overledene, vertelde ik dat medium wel een paar dingen. Omdat ze al meteen zoveel bewijs had geleverd, zonder dat ik een woord had gezegd of zelfs met mijn ogen had geknipperd.

Ik vertelde haar dat ik erg twijfelde aan het bestaan van een leven na de dood. Dat ik soms dacht dat ik een teken kreeg, maar dat ik dan dacht dat ik dat zelf had verzonnen bijvoorbeeld. Of dat ik het mij verbeeldde. Maar dat ik erg graag contact wilde met mijn vader.

Hij wil je niet laten schrikken.

Dat is wat ze zei.

Het bestaan van geesten vond ik eerst een eng idee.

Ik moet toegeven dat ik vroeger het rondspoken van geesten een nogal enge gedachte vond. Glaasje draaien, geesten oproepen, het bestaan van doden om je heen, vond ik behoorlijk griezelig.

Maar met het overlijden van mijn vader en het besef dat hij dan een geest zou zijn, die ik dan zo eng vond, verdween dat enge gevoel onmiddellijk. Want als mijn papa nu als een soort onzichtbare zichzelf zou rondzweven om mij heen, zou ik dat juist fijn vinden.

Het idee dat zo een enge geest niet meer en niet minder was dan mijn eigen vader, alleen nu zonder lichaam, vond ik juist prettig.

Het idee van mijn dode vader als geest was juist geruststellend.

Maar wat had ik eraan als ik het niet zou merken dat hij er nog was? Wat nou als hij daar voor me zweefde of zo en ik had het niet door? Ik zou heus niet schrikken van mijn dierbare paps die dan wel overleden was, maar van wie ik zo graag een teken van leven wilde. Of meer tekens!

Als het echt zo was, als hij er echt nog was, ergens, terwijl ik hem nergens zag, dan zou ik het toch willen weten!

Papa, doe dan wat!

Hij wilde me niet laten schrikken.

Dat had ze me uitgelegd. Dat had hij haar verteld.

Direct na dat consult ben ik naar het huis gegaan van mijn vader. Dat was nog precies zoals het was achtergelaten voordat hij dood ging. Bewoond en toch ook niet. Het was mijn ouderlijk huis waar hij nog alleen woonde en waar ik altijd al regelmatig langskwam, maar de laatste tijd meerdere keren per week. Om te helpen en te kijken hoe het ging.

Nu kwam ik daar elke dag wel even, om verdriet te hebben en in alle stilte het besef te laten doordringen, dat hij echt maar dan ook echt dood was. Om langzaam, beetje bij beetje dingen op te gaan ruimen. Om te snuffelen in alle spullen die zo vertrouwd waren.

Ik stond aan zijn eettafel.

De grote tafel die nu vol met spullen lag, alsof hij zo thuis zou komen en daar zou gaan zitten. Werken aan opdrachten, muziek en school, de krant lezen of een beetje zitten suffen. Zijn muziekpapieren, lesvoorbereidingen, boeken en tijdschriften die hij nog wilde lezen, verzamelingen artikelen uit de krant voor lessen op school, kaarten, noem maar op. Driekwart van de tafel lag altijd gevuld met stapeltjes.

Hoe moest ik daar nou aan beginnen? Ik was ook nog niet klaar om eraan te beginnen. Maar waar ik wel klaar voor was, was een teken. Ik praatte tegen mijn vader alsof hij ergens in de kamer was.

Pap, als je er echt, echt nog bent, wil ik dat zeker weten.

Laat je zien of weet ik veel wat. Ze zegt dat je me niet wil laten schrikken, maar ik wil gewoon merken dat je er nog bent! Ik schrik liever dan dat ik niks van je hoor!

Laat me maar schrikken!

Precies op het moment dat ik dat hardop zei, vlogen de kastdeuren met een vaart en veel lawaai open.

Een knal en hard gepiep en gekraak van de scharnieren.

Schrikken van je overleden dierbare?

Hoezo?

Ik vroeg er toch zelf om? Jemig ik dacht dat ik niet meer bijkwam van schrik. Ik keek met ontzag naar de grote antieke houten kast een meter of twee naast mij. De kast die dicht zat met een sleutel en waarvan de deuren nu wagenwijd open stonden.

Niemand in de kamer behalve ikzelf.

Of toch mijn vader? Die hartstikke dood en toch als een onzichtbare energie, als een soort krachtveld, zijn best had gedaan om de kast open te gooien? Zodat ik zou schrikken van hem, mijn dierbare maar overleden vader? Zoals ik had gevraagd, als bewijs van zijn aanwezigheid en voortbestaan?

Spoken bestaan?

Sommige mensen die ik dit soort dingen vertel, worden er bang van. Die vinden het eng. Spookachtig. Griezelig. Alsof de enge films op televisie werkelijkheid worden.

Maar spoken bestaan niet.

De ziel van een mens, die ziel van jezelf, is toch geen spook?

Ik werd er reuze blij van. Op dat moment was ik er nog niet helemaal van overtuigd, maar ik ben in al die spookachtige of liever gezegd onverklaarbare en tegelijkertijd verklaarbare gebeurtenissen de volgorde ervan kwijtgeraakt. Dit voorval met de deuren was in ieder geval wel eerder dan het ongelooflijke verhaal over zijn horloge.

Ik schrok me een ongeluk maar het was wel de enige keer dat ik ergens zo erg van schrok en erna moest lachen.

Dankjewel pap.

Lees je ook: Seintjes van overleden personen – Mijn speciale liedje. Contact na de dood (Deel 6)

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Social Share Buttons and Icons powered by Ultimatelysocial