Leven na de dood bestaat. Dat weet ik zeker. Contact na de dood (Deel 2)

Leven na de dood, geïllustreerd door een detailfoto van twee notenbalken met drie maten waarin de toon drie maten wordt vastgehouden, waaronder de tekst met de hand geschreven: 'you.'
Je bent er nog

Leven na de dood bestaat en dat weet ik zeker. Het duurde een tijdje voordat ik er echt van overtuigd was, van het idee dat je ziel blijft bestaan na je fysieke dood. Je ziel, of je geest of spirituele energie of hoe je het ook wil noemen. En er is er ook contact mogelijk met die ziel: Contact na de dood (Deel 1). De eerste keer dat ik merkte dat mijn vader er nog is, lees je in Contact na de dood (Deel 3).

Ziel? Of geest? Dat zijn toch twee verschillende dingen?

Wanneer je een woord gaat opzoeken, dat het wat blijft bestaan, zou moeten omschrijven, betekent niets eigenlijk precies wat ik bedoel.

Ziel niet helemaal. Geest is niet allesomvattend. Bewustzijn is het ook niet precies.

Chi is toch ook iets anders. Spirituele energie heel misschien, maar dat vind ik dan weer zo’n wazige en moderne uitdrukking, alsof het om iets nieuws gaat. Maar voor zover we kunnen terugkijken, hebben mensen altijd gesproken over zoiets.

Soms omvat een bepaald begrip in de ene overtuiging of leer ook iets anders dan in de andere.

Er is voor mij niet echt een naam voor. Dat komt grotendeels doordat ik er geen geloof aan hang. Maar ook omdat er volgens mij geen woord voor is, geen woord dat niet wordt gekleurd door een soort geloofsovertuiging of een wetenschappelijke benadering.

Ziel, bewustzijn, geest, chi, qi, spirituele energie.

Met respect voor ieders mening, overtuiging en geloof of niet-geloof, wil ik beweren dat al dit soort begrippen – uiteindelijk – ondanks de verschillen – uiteindelijk – een soort overlap hebben. Een kleine of een grote overlap.

Hoe kunnen alle mensen over de hele wereld het hebben over iets, waar overal een andere naam voor is, of waar andere namen voor zijn, waar sommige begrippen samen worden gebruikt of juist apart, waar de één met hetzelfde begrip iets anders probeert te omschrijven dan de ander, terwijl er – uiteindelijk – hetzelfde mee wordt bedoeld?

De essentie.

Uiteindelijk is de essentie van wat we allemaal bedoelen en/of geloven, hetzelfde, volgens mij.

Hetzelfde.

Iets Ziel-igs. Iets Bewustzijn-achtigs. Iets Geest-igs. Iets Energie-achtigs. Iets Chi-igs. Iets Spiritueel-achtigs.

Ik bedoel dus datgene wat onsterfelijk is.

Je wordt geboren, je sterft.

Maar datgene wat jou diegene maakt, leeft verder. Ergens anders, in een andere dimensie, en tegelijkertijd gewoon hier. Naast je.

Het duurde even voordat ik het zelf kon geloven, terwijl ik het zeker wist.

Dat wil zeggen; mijn gevoel wist het zeker. Maar mijn verstand sputterde tegen. Mijn verstand zei dat het helemaal niet kon en zocht naar allerlei andere verklaringen.

Ik dacht dat mijn verstand betrouwbaarder was dan mijn gevoel.

Veel mensen zijn geneigd in de eerste plaats hun verstand te gebruiken. En dan op zo’n manier dat ze hun gevoel als het ware ondergeschikt maken. Ze zijn het niet meer gewend om naar hun gevoel te luisteren.

Ik had daar ook last van. En daar heb ik nog steeds vaak last van.

Je verstand is belangrijk en handig.

Tot op zekere hoogte is je verstand erg bruikbaar. Maar wanneer je niet meer op je gevoel kunt of durft te vertrouwen, heeft je verstand de overhand gekregen. En wordt je gevoel overschaduwd; vaak of meestal of zelfs helemaal.

We zitten veel te vaak en te veel in ons hoofd.

Maar de meeste dingen kunnen niet met je verstand verklaard worden. Of opgelost.

Er wordt wetenschappelijk onderzoek gedaan. Alleen dan kun je dingen bewijzen.

We zijn tegenwoordig gewend om alles te willen verklaren. Om voor alles een bewijs te willen hebben. En voor sommige dingen is dat erg handig. Als je een medicijn slikt tegen een ernstige ziekte, is het fijn wanneer bewezen is dat het werkt. En dat je enigszins duidelijk hebt wat voor bijwerkingen je kunt verwachten.

Maar contact na de dood?

Mijn verstand wilde graag bewijs. Wetenschappelijk bewijs voor die vreemde gewaarwordingen die ik steeds had.

Nieuwe gevoelens. Een – soort van – dromen. Toevallige gebeurtenissen. Zijn stem die ik een paar keer gehoord heb, maar anders dan in mijn gedachten of herinnering en anders dan hardop zoals ik jouw stem zou horen als je tegen me zou praten.

Dat is nogal vaag. Voor velen. Klopt.

Contact na de dood is niet wetenschappelijk bewezen. Dus kan het niet waar zijn.

Er moet een andere verklaring zijn voor die gewaarwordingen.

Wanneer je dat denkt, is het je verstand dat aan het woord is. Je hersens willen het snappen. Er moet bewijs komen.

Omdat het idee van het voortbestaan van je ziel of geest bijvoorbeeld niet past in het beeld dat jij van de dood hebt. Of omdat het niet past binnen de geloofsovertuiging waarmee je bent opgegroeid. Of omdat het niet te plaatsen valt binnen het geloof dat je nu bewust aanhangt. Omdat het niet past binnen jouw idee van hoe het in elkaar zou zitten. Iedereen heeft zijn eigen geloof, gedachtes of ideeën.

Het paste ook niet bij mij.

En tegelijkertijd kon ik er niet omheen.

Want het was zo.

Mijn verstand zocht verklaringen om mijn gevoelens en het idee van een leven na de dood de grond in te boren.

Mijn verstand zocht ook naar verklaringen om het idee van een leven na de dood te bevestigen.

Het lastige aan deze materie is dat het – nog – niet echt wetenschappelijk bewezen is.

Wat is bewijs?

Voor een wetenschappelijk onderzoek heb je een vraag nodig die je wilt bewijzen. Dat heet een hypothese of onderzoeksvraag. Bijvoorbeeld de vraag of er contact mogelijk is na de dood. Wanneer deze vraag in verschillende experimenten bevestigd wordt, heb je een theorie.

Een getoetst model ter verklaring van waarnemingen van de werkelijkheid. Dus dan heb je daarmee bewezen dat contact na de dood mogelijk is.

Maar. De vraag of contact na de dood mogelijk is, kun je niet onderzoeken volgens de gangbare methodes.

Je kunt er geen gestandaardiseerd onderzoek naar doen.

Omdat deze persoonlijke ervaringen niet te herhalen zijn.

Wetenschappelijk onderzoek is gebaseerd op onderzoek dat te herhalen is. Iemand anders moet je onderzoek opnieuw kunnen uitvoeren. Dus als je overleden oma plotseling naast je bed staat als geestverschijning, geldt dat niet als bewijs. 

Dat soort vreemde en onverklaarbare zaken worden meestal door het verstand afgeschilderd als verzinsels, hallucinaties, dromen, wensen, psychologische trucjes et cetera. En vele mensen zijn vandaag de dag geneigd om eerder hun verstand te geloven dan hun gevoel. Zo niet, dan worden ze wel aan het twijfelen gebracht door hun omgeving.

Je hoort de laatste tijd wel steeds vaker iets over leven na de dood.

Ik merk een verschil met een aantal jaren geleden. Toen mijn vader dood ging, kon ik op internet bijna niks vinden over leven na de dood. Ik heb er wel literatuur over gevonden, maar weinig. Aan de andere kant waren de meeste verhalen die ik vond in boeken, al van voor mijn tijd. En opgeschreven in een tijd zonder internet. Juist voor mij een bevestiging dat mijn belevenissen van alle tijden zijn.

Universeel.

Boven welk geloof dan ook uitstijgend.

Wat ik dan gevonden heb?

Dat dit soort avonturen door de eeuwen heen altijd aanwezig zijn geweest, in alle culturen en overal ter wereld.

Wat voorbeelden die me zijn bijgebleven.

Overal zijn verklaringen van mensen over geestverschijningen; soms zelfs twee personen die tegelijkertijd hetzelfde waarnemen. Ze zien een geest, soms een vreemde en soms een bekende. En vooral veel getuigenverklaringen van mensen voor wie zoiets niet vanzelfsprekend is.

Mensen voelen aan dat iemand is overleden op een exact tijdstip, terwijl ze niet aanwezig zijn. Ze weten het en het blijkt achteraf te kloppen.

Over de hele wereld zijn verhalen over bijna dood ervaringen en er worden dan dikwijls overleden bekenden of zelfs overleden onbekenden gezien, die later bekenden blijken te zijn. Zoals het voorbeeld van iemand die tijdens haar bijna dood ervaring haar in de buik overleden tweelingzusje zag, waarover nooit iets verteld was. En ze bleek dus wel degelijk dat tweelingzusje te hebben.

Onverklaarbare dingen.

Er zijn verhalen van medewerkers in hospices die onverklaarbare dingen hebben meegemaakt bij stervende mensen. Bijvoorbeeld patiënten die in theorie en praktijk zo ziek en/of dement waren dat ze al lange tijd niet meer aanspreekbaar waren en niemand meer herkenden. Maar vlak voor het moment van sterven zaten ze opeens rechtop in bed en spraken tegen bijvoorbeeld hun allang overleden moeder die in de kamer bleek te zijn. Die hen kwam halen.

Er zijn kleine kinderen die spontaan vertellen over mensen die ze bij hun bed zien staan. Terwijl de ouders helemaal niemand zien. Vaak blijken het dan ook nog overleden bekenden te zijn, wanneer wordt omschreven wie ze dan zien.

Of een klein kind praat tegen opa of oma die overleden is. Ze vertellen dan spontaan dat opa of oma gewoon op visite is.

Hoezo kan dat niet? Oma is er gewoon hoor.

Verschijningen bij een afscheid zijn ook overal te vinden. Iemand heeft zijn overleden tante achter de kist zien staan en meer van dat soort verhalen. Of mensen hebben zelfs iemand gevoeld, alsof er een hand op hen werd gelegd tijdens het afscheid, terwijl er toch niemand te zien was. En ook weer dezelfde ervaringen van verschillende mensen die tegelijkertijd bij het afscheid van een persoon aanwezig waren.

Maar het is niet bewezen dat het echt is.

Wat is echt?

Is iets alleen maar echt wanneer er een wetenschappelijk bewezen verklaring voor te vinden is?

Ik vind al die voorbeelden en verhalen fascinerend. Mijn verstand wilde ook lang ontkennen dat het echt is. Maar mijn gevoel wist het vanaf het begin zeker. En mijn verstand zegt na het vinden van al die verhalen inmiddels ook dat het gewoon mogelijk is. Alleen niet echt bewezen.

Nou en?

Want. Als het dan echt allemaal onzin zou zijn volgens de wetenschap, hoe is het dan mogelijk dat zovele mensen onafhankelijk van elkaar getuige zijn van hetzelfde soort waarnemingen?

Pas ná mijn persoonlijke dingen ben ik me gaan verdiepen in de mogelijkheden van leven na de dood.

Dat liep uiteen van het bestuderen van verschillende godsdiensten tot wetenschappelijke verklaringen. Van trillingsfrequenties tot geneeskunde tot kwantummechanica. Van mensen die overtuigd een godsdienst belijden en geloven dat er een hiernamaals is, van mensen die medium zijn en met overledenen aan een andere zijde communiceren, tot mensen die ervan overtuigd zijn dat dood helemaal dood is en dat alles letterlijk ophoudt. 

Ik heb informatie meegenomen van psychologen tot chirurgen tot ervaringsdeskundigen. Van wetenschappers die ervan overtuigd zijn dat leven na de dood wél bestaat en van wetenschappers die ervan overtuigd zijn dat het absoluut onzin is. Van niet-wetenschappers die overtuigd zijn van absolute dood is dood en van het tegendeel en andersom. 

Ik wik en weeg en vertrouw op mijn gevoel en verstand.

De combinatie van alles maakt mij ervan overtuigd dat leven na de dood werkelijk bestaat.

Totdat ik dingen ging meemaken, wist ik niet wat ik geloofde of dacht over een mogelijk leven na de dood.

Het staat voor mij ook volkomen los van de één of andere godsdienst. Ik was nergens van overtuigd; eigenlijk was ik er helemaal niet mee bezig. Ik was niet bezig met me af te vragen of dat kon; contact met een overledene en zo.

Die vage shit.

Die je vroeger op school weleens hoorde over glaasje draaien. Ik vond dat allemaal reuze griezelig. Geesten oproepen. Heb dat ook nooit gedaan. Het eventueel bestaan van geesten die bij je zijn, vond ik werkelijk een ongelooflijk eng idee.

Totdat mijn vader dood ging.

Want als híj nu een geest zou zijn, die bij me zou zijn, zou dat namelijk helemaal niet eng of griezelig zijn. Maar nu loop ik op de zaken vooruit.

“Als er helemaal niets is, ben ik dik tevreden”

Dit zei mijn vader nadat ik hem had gevraagd wat hij geloofde.

Ik vroeg hem of hij dacht dat er iets zou zijn wanneer hij dood ging.

En dit vroeg ik, toen we hadden gehoord dat hij nog maar kort te leven had.

Hij vertelde dat hij niet geloofde in een of andere god met een baard op een wolk. Er was ook niet één bepaalde godsdienst waarin hij zich helemaal kon vinden.

Hij zei dat hij het idee dat er iets zou zijn, wel mogelijk achtte.

Je moet weten dat hij bijna zijn hele leven leraar catechese, oftewel, zoals het later werd genoemd, leraar godsdienstonderwijs en maatschappijleer is geweest in het voortgezet onderwijs.

En als ik zijn lesmateriaal en bewaarde werkstukken en proefwerken bekijk, volgde hij zeker niet klakkeloos de gangbare methoden. En dat wist ik natuurlijk ook wel. Hij liet de kinderen zelf nadenken en tot inzichten komen, los van hun opvoeding en/of godsdienst die ze van huis uit meekregen.

Alles werd behandeld.

Eigenlijk net zoals ik dat zelf heb gedaan toen hij eenmaal dood was.

Het tegenstrijdige is alleen dat ik het op eigen houtje heb moeten doen. Hij was er niet meer om het aan te vragen. Dat ik dat hele leven na de dood niet eerder en uitgebreider met hem heb besproken, vind ik nog steeds bijzonder jammer.

Oneindig jammer.

Soms heb je een aanleiding nodig om je ergens in te verdiepen.

Zoals je vader die dood is en aan je laat merken dat hij er nog is.

Zonder twijfel.

Geen twijfel meer.

Je bent er nog!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Social Share Buttons and Icons powered by Ultimatelysocial