Leven na de dood bestaat. Dat weet ik zeker. Contact na de dood (Deel 2)

Leven na de dood, geïllustreerd door een detailfoto van twee notenbalken met drie maten waarin de toon drie maten wordt vastgehouden, waaronder de tekst met de hand geschreven: 'you.'
Je bent er nog

Leven na de dood bestaat en dat weet ik zeker. Het duurde een tijdje voordat ik er echt van overtuigd was, van het idee dat je ziel blijft bestaan na je fysieke dood. Je ziel, of je geest of spirituele energie of hoe je het ook wil noemen. En er is er ook contact mogelijk met die ziel: Contact na de dood (Deel 1). De eerste keer dat ik merkte dat mijn vader er nog is, lees je in Contact na de dood (Deel 3).

Ziel? Of geest? Dat zijn toch twee verschillende dingen?

Wanneer je een woord gaat opzoeken, dat het wat blijft bestaan, zou moeten omschrijven, betekent niets eigenlijk precies wat ik bedoel.

Ziel niet helemaal. Geest is niet allesomvattend. Bewustzijn is het ook niet precies.

Chi is toch ook iets anders. Spirituele energie heel misschien, maar dat vind ik dan weer zo’n wazige en moderne uitdrukking, alsof het om iets nieuws gaat. Maar voor zover we kunnen terugkijken, hebben mensen altijd gesproken over zoiets.

Soms omvat een bepaald begrip in de ene overtuiging of leer ook iets anders dan in de andere.

Er is voor mij niet echt een naam voor. Dat komt grotendeels doordat ik er geen geloof aan hang. Maar ook omdat er volgens mij geen woord voor is, geen woord dat niet wordt gekleurd door een soort geloofsovertuiging of een wetenschappelijke benadering.

Ziel, bewustzijn, geest, chi, qi, spirituele energie.

Met respect voor ieders mening, overtuiging en geloof of niet-geloof, wil ik beweren dat al dit soort begrippen – uiteindelijk – ondanks de verschillen – uiteindelijk – een soort overlap hebben. Een kleine of een grote overlap.

Hoe kunnen alle mensen over de hele wereld het hebben over iets, waar overal een andere naam voor is, of waar andere namen voor zijn, waar sommige begrippen samen worden gebruikt of juist apart, waar de één met hetzelfde begrip iets anders probeert te omschrijven dan de ander, terwijl er – uiteindelijk – hetzelfde mee wordt bedoeld?

De essentie.

Uiteindelijk is de essentie van wat we allemaal bedoelen en/of geloven, hetzelfde, volgens mij.

Hetzelfde.

Iets Ziel-igs. Iets Bewustzijn-achtigs. Iets Geest-igs. Iets Energie-achtigs. Iets Chi-igs. Iets Spiritueel-achtigs.

Ik bedoel dus datgene wat onsterfelijk is.

Je wordt geboren, je sterft.

Maar datgene wat jou diegene maakt, leeft verder. Ergens anders, in een andere dimensie, en tegelijkertijd gewoon hier. Naast je.

Het duurde even voordat ik het zelf kon geloven, terwijl ik het zeker wist.

Dat wil zeggen; mijn gevoel wist het zeker. Maar mijn verstand sputterde tegen. Mijn verstand zei dat het helemaal niet kon en zocht naar allerlei andere verklaringen.

Ik dacht dat mijn verstand betrouwbaarder was dan mijn gevoel.

Veel mensen zijn geneigd in de eerste plaats hun verstand te gebruiken. En dan op zo’n manier dat ze hun gevoel als het ware ondergeschikt maken. Ze zijn het niet meer gewend om naar hun gevoel te luisteren.

Ik had daar ook last van. En daar heb ik nog steeds vaak last van.

Je verstand is belangrijk en handig.

Tot op zekere hoogte is je verstand erg bruikbaar. Maar wanneer je niet meer op je gevoel kunt of durft te vertrouwen, heeft je verstand de overhand gekregen. En wordt je gevoel overschaduwd; vaak of meestal of zelfs helemaal.

We zitten veel te vaak en te veel in ons hoofd.

Maar de meeste dingen kunnen niet met je verstand verklaard worden. Of opgelost.

Er wordt wetenschappelijk onderzoek gedaan. Alleen dan kun je dingen bewijzen.

We zijn tegenwoordig gewend om alles te willen verklaren. Om voor alles een bewijs te willen hebben. En voor sommige dingen is dat erg handig. Als je een medicijn slikt tegen een ernstige ziekte, is het fijn wanneer bewezen is dat het werkt. En dat je enigszins duidelijk hebt wat voor bijwerkingen je kunt verwachten.

Maar contact na de dood?

Mijn verstand wilde graag bewijs. Wetenschappelijk bewijs voor die vreemde gewaarwordingen die ik steeds had.

Nieuwe gevoelens. Een – soort van – dromen. Toevallige gebeurtenissen. Zijn stem die ik een paar keer gehoord heb, maar anders dan in mijn gedachten of herinnering en anders dan hardop zoals ik jouw stem zou horen als je tegen me zou praten. Zelfs fysieke ervaringen – ik voelde hem naast me op de bank.

Dat is nogal vaag. Voor velen. Klopt.

Contact na de dood is niet wetenschappelijk bewezen. Dus kan het niet waar zijn.

Er moet een andere verklaring zijn voor die gewaarwordingen.

Wanneer je dat denkt, is het je verstand dat aan het woord is. Je hersens willen het snappen. Er moet bewijs komen.

Omdat het idee van het voortbestaan van je ziel of geest bijvoorbeeld niet past in het beeld dat jij van de dood hebt. Of omdat het niet past binnen de geloofsovertuiging waarmee je bent opgegroeid. Of omdat het niet te plaatsen valt binnen het geloof dat je nu bewust aanhangt. Omdat het niet past binnen jouw idee van hoe het in elkaar zou zitten. Iedereen heeft zijn eigen geloof, gedachtes of ideeën.

Het paste ook niet bij mij.

En tegelijkertijd kon ik er niet omheen.

Want het was zo.

Mijn verstand zocht verklaringen om mijn gevoelens en het idee van een leven na de dood de grond in te boren.

Mijn verstand zocht ook naar verklaringen om het idee van een leven na de dood te bevestigen.

Het lastige aan deze materie is dat het – nog – niet echt wetenschappelijk bewezen is.

Wat is bewijs?

Voor een wetenschappelijk onderzoek heb je een vraag nodig die je wilt bewijzen. Dat heet een hypothese of onderzoeksvraag. Bijvoorbeeld de vraag of er contact mogelijk is na de dood. Wanneer deze vraag in verschillende experimenten bevestigd wordt, heb je een theorie.

Een getoetst model ter verklaring van waarnemingen van de werkelijkheid. Dus dan heb je daarmee bewezen dat contact na de dood mogelijk is.

Maar. De vraag of contact na de dood mogelijk is, kun je niet onderzoeken volgens de gangbare methodes.

Je kunt er geen gestandaardiseerd onderzoek naar doen.

Omdat deze persoonlijke ervaringen niet te herhalen zijn.

Wetenschappelijk onderzoek is gebaseerd op onderzoek dat te herhalen is. Iemand anders moet je onderzoek opnieuw kunnen uitvoeren. Dus als je overleden oma plotseling naast je bed staat als geestverschijning, geldt dat niet als bewijs. 

Dat soort vreemde en onverklaarbare zaken worden meestal door het verstand afgeschilderd als verzinsels, hallucinaties, dromen, wensen, psychologische trucjes et cetera. En vele mensen zijn vandaag de dag geneigd om eerder hun verstand te geloven dan hun gevoel. Zo niet, dan worden ze wel aan het twijfelen gebracht door hun omgeving.

Je hoort de laatste tijd wel steeds vaker iets over leven na de dood.

Ik merk een verschil met een aantal jaren geleden. Toen mijn vader dood ging, kon ik op internet bijna niks vinden over leven na de dood. Ik heb er wel literatuur over gevonden, maar weinig.

Aan de andere kant waren de meeste verhalen die ik vond in boeken, al van voor mijn tijd. En opgeschreven in een tijd zonder internet. Juist voor mij een bevestiging dat mijn belevenissen van alle tijden zijn.

Universeel.

Boven welk geloof dan ook uitstijgend.

Wat ik dan gevonden heb?

Dat dit soort avonturen door de eeuwen heen altijd aanwezig zijn geweest, in alle culturen en overal ter wereld.

Wat voorbeelden die me zijn bijgebleven.

Overal zijn verklaringen van mensen over geestverschijningen; soms zelfs twee personen die tegelijkertijd hetzelfde waarnemen. Ze zien een geest, soms een vreemde en soms een bekende. En vooral veel getuigenverklaringen van mensen voor wie zoiets niet vanzelfsprekend is.

Mensen voelen aan dat iemand is overleden op een exact tijdstip, terwijl ze niet aanwezig zijn. Ze weten het en het blijkt achteraf te kloppen.

Over de hele wereld zijn verhalen over bijna dood ervaringen en er worden dan dikwijls overleden bekenden of zelfs overleden onbekenden gezien, die later bekenden blijken te zijn. Zoals het voorbeeld van iemand die tijdens haar bijna dood ervaring haar in de buik overleden tweelingzusje zag, waarover nooit iets verteld was.

En ze bleek dus wel degelijk dat tweelingzusje te hebben.

Onverklaarbare dingen.

Er zijn verhalen van medewerkers in hospices die onverklaarbare dingen hebben meegemaakt bij stervende mensen. Bijvoorbeeld patiënten die in theorie en praktijk zo ziek en/of dement waren dat ze al lange tijd niet meer aanspreekbaar waren en niemand meer herkenden. Maar vlak voor het moment van sterven zaten ze opeens rechtop in bed en spraken tegen bijvoorbeeld hun allang overleden moeder die in de kamer bleek te zijn. Die hen kwam halen.

Er zijn kleine kinderen die spontaan vertellen over mensen die ze bij hun bed zien staan. Terwijl de ouders helemaal niemand zien. Vaak blijken het dan ook nog overleden bekenden te zijn, wanneer wordt omschreven wie ze dan zien.

Of een klein kind praat tegen opa of oma die overleden is. Ze vertellen dan spontaan dat opa of oma gewoon op visite is.

Hoezo kan dat niet? Oma is er gewoon hoor.

Verschijningen bij een afscheid zijn ook overal te vinden. Iemand heeft zijn overleden tante achter de kist zien staan en meer van dat soort verhalen.

Of mensen hebben zelfs iemand gevoeld, alsof er een hand op hen werd gelegd tijdens het afscheid, terwijl er toch niemand te zien was. Ik heb zoiets verschillende keren meegemaakt: Overleden dierbaren voelen – Een subtiele aanraking. Contact na de dood (Deel 9).

En ook weer dezelfde ervaringen van verschillende mensen die tegelijkertijd bij het afscheid van een persoon aanwezig waren.

Maar het is niet bewezen dat het echt is.

Wat is echt?

Is iets alleen maar echt wanneer er een wetenschappelijk bewezen verklaring voor te vinden is?

Ik vind al die voorbeelden en verhalen fascinerend. Mijn verstand wilde ook lang ontkennen dat het echt is. Maar mijn gevoel wist het vanaf het begin zeker. En mijn verstand zegt na het vinden van al die verhalen inmiddels ook dat het gewoon mogelijk is. Alleen niet echt bewezen.

Nou en?

Want. Als het dan echt allemaal onzin zou zijn volgens de wetenschap, hoe is het dan mogelijk dat zovele mensen onafhankelijk van elkaar getuige zijn van hetzelfde soort waarnemingen?

Pas ná mijn persoonlijke dingen ben ik me gaan verdiepen in de mogelijkheden van leven na de dood.

Dat liep uiteen van het bestuderen van verschillende godsdiensten tot wetenschappelijke verklaringen. Van trillingsfrequenties tot geneeskunde tot kwantummechanica. Van mensen die overtuigd een godsdienst belijden en geloven dat er een hiernamaals is, van mensen die medium zijn en met overledenen aan een andere zijde communiceren, tot mensen die ervan overtuigd zijn dat dood helemaal dood is en dat alles letterlijk ophoudt. 

Ik heb informatie meegenomen van psychologen tot chirurgen tot ervaringsdeskundigen. Van wetenschappers die ervan overtuigd zijn dat leven na de dood wél bestaat en van wetenschappers die ervan overtuigd zijn dat het absoluut onzin is. Van niet-wetenschappers die overtuigd zijn van absolute dood is dood en van het tegendeel en andersom. 

Ik wik en weeg en vertrouw op mijn gevoel en verstand.

De combinatie van alles maakt mij ervan overtuigd dat leven na de dood werkelijk bestaat.

Totdat ik dingen ging meemaken, wist ik niet wat ik geloofde of dacht over een mogelijk leven na de dood.

Het staat voor mij ook volkomen los van de één of andere godsdienst. Ik was nergens van overtuigd; eigenlijk was ik er helemaal niet mee bezig. Ik was niet bezig met me af te vragen of dat kon; contact met een overledene en zo.

Die vage shit.

Die je vroeger op school weleens hoorde over glaasje draaien. Ik vond dat allemaal reuze griezelig. Geesten oproepen. Heb dat ook nooit gedaan. Het eventueel bestaan van geesten die bij je zijn, vond ik werkelijk een ongelooflijk eng idee.

Totdat mijn vader dood ging.

Want als híj nu een geest zou zijn, die bij me zou zijn, zou dat namelijk helemaal niet eng of griezelig zijn. Maar nu loop ik op de zaken vooruit.

“Als er helemaal niets is, ben ik dik tevreden”

Dit zei mijn vader nadat ik hem had gevraagd wat hij geloofde.

Ik vroeg hem of hij dacht dat er iets zou zijn wanneer hij dood ging.

En dit vroeg ik, toen we hadden gehoord dat hij nog maar kort te leven had.

Hij vertelde dat hij niet geloofde in een of andere god met een baard op een wolk. Er was ook niet één bepaalde godsdienst waarin hij zich helemaal kon vinden.

Hij zei dat hij het idee dat er iets zou zijn, wel mogelijk achtte.

Je moet weten dat hij bijna zijn hele leven leraar catechese, oftewel, zoals het later werd genoemd, leraar godsdienstonderwijs en maatschappijleer is geweest in het voortgezet onderwijs.

En als ik zijn lesmateriaal en bewaarde werkstukken en proefwerken bekijk, volgde hij zeker niet klakkeloos de gangbare methoden. En dat wist ik natuurlijk ook wel. Hij liet de kinderen zelf nadenken en tot inzichten komen, los van hun opvoeding en/of godsdienst die ze van huis uit meekregen.

Alles werd behandeld.

Eigenlijk net zoals ik dat zelf heb gedaan toen hij eenmaal dood was.

Het tegenstrijdige is alleen dat ik het op eigen houtje heb moeten doen. Hij was er niet meer om het aan te vragen. Dat ik dat hele leven na de dood niet eerder en uitgebreider met hem heb besproken, vind ik nog steeds bijzonder jammer.

Oneindig jammer.

Soms heb je een aanleiding nodig om je ergens in te verdiepen.

Zoals je vader die dood is en aan je laat merken dat hij er nog is.

Zonder twijfel.

Geen twijfel meer.

Je bent er nog!

&

7 Reacties

  1. Beste Esther,

    Wetenschap kent ongeveer 12 regels waarin het zich onderscheidt van pseudo wetenschap. Een bewering moet eerst bewezen worden door de persoon die hem heeft gedaan anders kan iedereen wel wat gaan roepen. De bewering moet zodanig zijn opgesteld dat het weerlegbaar is zodat anderen hem kunnen ontkrachten of herbewijzen. Wetenschap kan geen anekdotes onderzoeken. Een anekdote is dat je beweert contact gehad te hebben met je opa of zoiets. Zo worden ook de beweringen van v. Lommel over BDE als anekdotes gezien (niet zelf ervaren, achteraf en van een ander gehoord) etc. Ook wordt veel van zijn beweringen pseudo wetemschap genoemd door wetenschappers die zich aan de 12 regels houden.

    Wat je moet bewijzen wil je verder kunnen met de onderzoeksvraag of er leven na de dood is, is of een ziel onafhankelijk kan bestaan van het brein. Dat is niemand nog gelukt te bewijzen en de onderzoeken naar BDE leveren ook geen bewijzen, ook al suggereren mensen als v Lommel dat wel. Maar hun eigen onderzoeken rammelen wetenschappelijk aan alle kanten (die 12 regels weer). Het probleem bij BDE is dat je niet kan constateren of de later uitgesproken ervaring van de patient wel overeen komt met het hersendood zijn (een vlak EEG is daarin ook nog eens een serieus discussiepunt, is dat wel echt hersendood, het is de buitenkant van de hersenen). Er zijn nog heel veel logische verklaringen mogelijk die de ervaring juist geen BDE maken. In medische gevallen (hersenoperaties waar de hersenen bewust niet meer gevoed werden met bloed) hebben ze nooit een BDE kunnen optekenen. Hierin hadden ze speciaal als extra onderzoeksdoel objecten neergezet buiten het zicht van de patient die het alleen gezien zou kunnen hebben als die was opgestegen (uitgetreden). Maar helaas dan zijn er dus geen BDE’s om op te tekenen. Zo vind je dus ook nooit wat als je een paragnost onderzoekt dan kunnen ze het truckje ineens niet meer. Dus eigenlijk kunnen we het wel onderzoeken of de ziel bestaat. Moet je alleen mensen een tijdje bewust hersendood maken. Daarom noemen ze BDE,s anekdoten en die kan je niet wetemschappelijk onderzoeken zoals ook iedere paranormale bewering een anekdote is.

    Nu heb ik zelf ook alles van beide kanten bestudeerd. De spirituele boeken op dit onderwerp zijn nooit overtuigend ook al lijken de titels soms het verlosende antwoord te geven als je gaat lezen zit je weer midden in de anekdotes. Ook als iemand als Titus Rivas meegeschreven (vindt zichzelf wel wetenschappelijk) heeft aan het bewijs dat er leven is na de dood blijken het gewoon weer persoonlijke verhalen te zijn (dus anekdotes). Dat is nou de definitie van pseudo wetenschap en laakbaar.

    De tegenhangers in de literatuur zoals van Stephen Hawkin of het boek onzin van Herman de Regt ea zijn allemaal correct en wel overtuigend. Natuurlijk wil je zo graag dat er leven na de dood is. Ik zou ook willen dat een recent overleden dierbare goed terecht gekomen is maar als het een keuze mag zijn tussen wat ik hoop (kom ik in de wereld van anekdotes, pseudo wetenschap en ook bewuste misleiding) en dat wat wetenschappers als Hawkin (leven na de doos is een wensdroom maar natuurkundig onmogelijk) en hersenwetenschappers erover zeggen (het brein is het enige wat er is, het is een elektrische machine en een ziel bestaat niet) dan zet ik al mijn geld op dat laatste. Om te eindigen met de laatste zin van het boek wat een onzin : de lezer bevindt zich nu in het kamp van de opgevoede burger. Nu heeft hij de plicht om hard uit te roepen “wat een onzin”. Waarom we toch zo hardnekkig geloven en dat daar ook hele slimme mensen tussen zitten (ik heb ook willen geloven maar na voldoende literatuur onderzoek totaal niet meer) leggen ze in het boek ook heel goed uit (evolutie van de hersenen).

    Maar je mag gelukkig geloven wat je wilt geloven.

    1. Beste Paul, wat leuk dat jij zo uitgebreid reageert. Toch ben ik het totaal niet met je eens. Ik weet hoe de wetenschap in elkaar zit en wat ervoor nodig is om een theorie aan te nemen, een hypothese te toetsen etc. en de regels die er zijn. Ik ben mij ervan bewust dat de – zoals jij het noemt – anekdotes, niet te herhalen zijn. Dat het wel of niet bestaan van leven na de dood te bewijzen zou zijn als je iemand hersendood maakt, dat is niet zeker want dat is nooit gebeurd. En die ziel bestaat niet alleen in je hersenen wat mij betreft, dus dan ben je er nog niet. De wetenschap weet zoveel meer niet dan wel over de hersens. Hersenwetenschappers weten meer niet dan wel. En ik heb het niet alleen over bijna dood ervaringen.

      Het is makkelijk te zeggen dat leven na de dood niet bestaat omdat het niet bewezen is, of omdat ze het niet kunnen bewijzen. Maar om met een flauw voorbeeld te komen, maar toch, de mensen dachten vroeger ook dat degene die beweerde dat de aarde rond was, gek was. En ze beweerden dat degene die erachter kwam dat er veel minder mensen doodgingen als je als dokter eerst je handen ging wassen, gek was. De onzichtbare ziekteverwekkers, bacteriën, virussen etc. die waren nog niet ontdekt. Dus het bestond niet. Totdat ze het konden onderzoeken en erachter kwamen dat er veel meer was dan ze konden zien met het blote oog en dat er veel meer was dan dat ze voor mogelijk hielden. Is wetenschap het ontkennen dat het mogelijk is omdat je het nog niet hebt bewezen? Onderzoek doen is juist uitgaan van de mogelijkheid totdat je het tegendeel hebt gevonden. En dat is in het geval van het bestaan van leven na de dood ook niet gebeurd.

      De wetenschap zou gelijk hebben, maar het feit is dat ze het gewoon niet weten. Dat de zogenaamde pseudowetenschap ook geen bewijs heeft, dat ben ik met je eens, dat zeg ik juist in al mijn stukjes, dat het niet bewezen is, door niemand. Er zijn wel zoveel anekdotes dat je niet voorbij het bestaan van die anekdotes kunt gaan. Dat ze er zijn, maar dat ze niet te herhalen zijn, betekent niet dat er geen leven na de dood is. De wetenschap heeft nog een hoop te leren en uit te zoeken.

      En je mag geloven wat je wil, maar mijn ervaringen berusten niet op geloof. Het is een soort weten waar ook geen onderzoek naar gedaan wordt omdat dat ook nog niet mogelijk is. De hersens zijn voor de wetenschap een groot mysterie. Het hele leven is een groot mysterie. Niet alles wat de wetenschap beweert en heeft beweerd blijkt waar te zijn. Er is veel meer mogelijk dan je denkt. Nog steeds. De wetenschap weet nog steeds lang niet alles. En dat mijn vader af en toe voorbij komt, dat weet ik zeker 🙂 En dat gaat nog wel bewezen worden.

    2. L.S.,

      Ik heb nooit in een ziel geloofd totdat:

      Onze kater Pluis moest na 17 jaar afgemaakt worden omdat hij nierfalen had.

      Mijn man ging op vrijdagavond om 19.00 uur met Pluis naar een weekend arts omdat het vrijdagavond was. Zelf had ik de arts telefonisch gesproken. Na het nodige onderzoek zei ze dat ze zelden mensen tegen kwam die hun huisdier zo goed kenden. Pluis was een kat met verstand. Dat zeiden zelfs buitenstaanders.
      We hadden die avond nog 2 katten die buiten waren. De deur naar de tuin was dicht en er was geen kattenluik.

      Ergens in de avond hoorde ik Pluis miauwen in de eetkamer. Er was maar 1 kat die miauwde zoals hij en iedereen wist dat.
      Ik ging naar de eetkamer en er was niets.
      Terug lopend de woonkamer in kijk ik op de klok. Het was 22.07 uur.

      Om 22.30 uur komt mijn man met betraande ogen binnen. Hij vertelde dat Pluis niet wilde sterven. Na 2 uur of langer proberen hem in slaap te krijgen heeft de dierenarts hem om 22.07 uur rechtstreeks in het hart gespoten.

      Pluis heeft afscheid van mij genomen of mij laten weten dat het goed was zo. Dat weet ik 100% zeker!

      Er gebeuren (te)veel dingen die niet te verklaren zijn.

      1. Beste Elles,

        wat een wonderlijk verhaal. En ja ik weet ook 100% zeker met jou dat Pluis afscheid heeft genomen. Dit is te bijzonder weer om onder toeval weg te schuiven. Erg bedankt voor het delen van je ervaring. Daardoor worden steeds meer mensen zich bewust van iets zo moois dat anders verborgen blijft. Dit soort dingen komen zo vaak voor, maar je moet er wel oog voor hebben. Tegelijkertijd willen we soms zo graag contact met een dierbare en dan lukt het om de één of andere reden niet. Hoe dat komt is net zo’n groot mysterie als het omgekeerde.

    3. Naar aanleiding van dit antwoord van Paul, waarin u stelt dat er na de dood niets meer is, wil ik daar een paar aanvullingen op geven.

      Dit is de 1ste en is mijzelf overkomen:

      Mijn man René is op 5 maart overleden aan een hartstilstand. Hij was net 71 jaar jong en hield van het leven.

      Hij was ervan overtuigd dat zijn ziel/energie ergens zou blijven na zjn overlijden.

      Hoewel ik het graag zou geloven was ik er redelijk sceptisch over totdat ik me herinnerde wat ik lang geleden heb ervaren toen onze kater Pluis overleed.

      Onze kater Pluis moest na 17 jaar afgemaakt worden omdat hij nierfalen had.
      Mijn man ging op vrijdagavond om 19.00 uur met Pluis naar een weekend arts omdat het vrijdagavond was. Zelf had ik de arts telefonisch gesproken. Na het nodige onderzoek zei ze dat ze zelden mensen tegen kwam die hun huisdier zo goed kennen. Pluis was een kat met verstand. Dat zeiden zelfs buitenstaanders.

      We hadden die avond nog 2 katten die buiten waren. De deur naar de tuin was dicht en er was geen kattenluik.
      Ergens in de avond hoorde ik Pluis miauwen in de eetkamer. Er was maar 1 kat die miauwde zoals hij en iedereen wist dat.
      Ik ging naar de eetkamer en er was niets.
      Terug lopend de woonkamer in kijk ik op de klok. Het was 22.07 uur.

      Om 22.45 uur komt mijn man met betraande ogen binnen. Hij vertelde dat Pluis niet wilde sterven. Na 2 uur of langer proberen hem in slaap te krijgen heeft de dierenarts hem om 22.07 uur rechtstreeks in het hart gespoten.
      Later die avond miauwden de andere 2 katten buiten dat ze naar binnen wilden.
      Pluis heeft afscheid van mij genomen of mij laten weten dat het goed was zo. Dat weet ik 100% zeker!

      2e ervaring van nicht:
      Haar vader overleed en hield niet van “aapjes kijken”. Hij had bij leven bepaald dat niemand hem na zijn dood mocht zien.
      Hij was een zakenman en drie uisluitend grijze pakken, nooit iets anders.
      Zijn dochter kreeg een droom of visioen waarin ze haar vader zag in een donkerblauw pak, wit overhemd en geen stropdas.
      Toen ze dit vertelde aan haar vaders zus bleek dit exact te kloppen.

      3e ervaring:
      Diezelfde nicht had tijdens het sterfbed van mijn schoonmoeder haar hand vast.
      Vanaf het moment dat ze dit deed begon haar hand vanaf haar vingertoppen tot in haar schouder te tintelen.
      Dit heeft 7 dagen geduurd tot na de uitvaart.

      Verklaarbaar? Nee. Echt gebeurd? Ja.

      Kunt u dat uitleggen?

      1. Hallo Elles,

        wat een mooie aanvullingen. Het verhaal van Pluis had ik al gelezen. Maar dat van je nicht is ook weer zoiets bijzonders. Inderdaad in een visioen of droom die geen normale droom is, een overledene zien, en dan daardoor kennis hebben die in theorie niet mogelijk is. Of zoals de wetenschap het volgens Paul niet heeft bewezen en niet kan bewijzen – dus onmogelijk. Niet te herhalen. Maar totaal waarheid voor degene die het meemaakt. En met onverklaarbare kennis die klopt met de werkelijkheid. En dus met in mijn ogen welzeker bewijs, ook als is het (nog) niet te herhalen. Dankjewel!

        1. En als ik dan toch bezig ben. Het enige wat ik dit medium vertelde was zijn naam:
          René had meerdere lichte infarcten. Benauwd (klopt) zweten (klopt). 
          Diana zegt dat hij ook tijdens het fietsen een paar keer niet lekker is geworden (klopt). René was hier angstig over maar zweeg om mij niet ongerust te maken.
          René voelt zich verdrietig omdat hij me alleen achter heeft gelaten en hij niet eerder alarm heeft geslagen.

          Diana: Deurbel zegt René. Is daar iets mee? Ik: Wilde René vernieuwen omdat we deze allebei niet horen. Afdekklepje is zoek. 
          Diana: Ligt ergens achterin een laatje zegt René.

          Diana: René heeft het over bloemen. Hij wil dat je dat elke week blijft doen. Vindt hij fijn en ruikt lekker.

          Diana: Schoenen. Wat is er met schoenen? Heb je soms nieuwe schoenen nodig? Ik: Nee hoor, ik heb teveel schoenen. Na even piekeren weet ik het. René rookte af en toe nog stiekem en had een pakje sigaretten in 1 van zijn schoenen verstopt. Diana: René weet dat je die gevonden heb.

          Vader van René is jonger overleden dan René hè zegt Diana. Klopt.

          René heeft het over een boek. Of ik aan het lezen ben. Ja zeg ik.
          Als ik in dat boek lees zit René naast me zegt Diana.

          Diana: Heb je zijn foto in een lijstje staan? Ik: Ja. Diana: Zit je daar naast? Ik: Nee. Een vergrote foto van René staat op de stoel waar hij altijd zat. Diana: En daar zit je wel naast? Ik: Ja. Diana:Die bedoelt hij.

          Ik zie een hond bij René zegt Diana. Ik: we hebben 18 jaar een hond gehad

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Social Share Buttons and Icons powered by Ultimatelysocial