Oordelen over anderen – de gulden regel?

oordelen over anderen
Oneindig gulden regel

Oordelen over anderen doet iedereen. Soms positief maar vooral ook vaak negatief. En het gaat veel verder dan mooi, of lelijk, wat dom, of aso.

Hoe kan zij nou een burn out hebben, ze doet toch niks?

Je vindt het zelf vervelend of zelfs diep kwetsend wanneer iemand een negatief oordeel over je velt, want het is meestal iets persoonlijks dat je zo raakt. En diegene weet er meestal ook niets vanaf, anders zou dat oordeel namelijk niet zo ongenuanceerd zijn. Juist ook wanneer het wel doordacht en genuanceerd is, kan zo’n oordeel hard aankomen.

Toch doe je het zelf ook.

En de gulden regel of de gulden leefregel, die kent ook iedereen. ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.’ Bijna iedereen zal beamen dat het een prima regel is en dat we graag willen dat het zo gaat. Maar in de praktijk blijkt het behoorlijk moeilijk.

Vaak gaat het gewoon prut

Het lijkt wel of negatief oordelen over anderen de gulden regel is.

Misschien sla je nooit iemand of voer je geen oorlog, of misschien ben je altijd beleefd en doe je niemand kwaad. Maar ook als we niet lelijk doen tegen anderen, of niet lelijk praten over anderen, dan denken we wel lelijk. We oordelen negatief over anderen.

Oprotten idioot. Heb je geen rijbewijs ofzo. Wat kom jij nou opeens 80 voor me rijden dan. Blijf dan rechts

Serieus. Dat kind is één en ze heeft ‘m nog steeds aan de borst.

Als je naar de voedselbank moet, neem je toch geen drie honden.

Doe dan een bh aan.

Hoezo draagt dat kind van zes een hoofddoek; natuurlijk, de wil van God?

Jeetje, wat heeft die dan?

Gewoon de kak van je hond laten liggen voor de ingang van de supermarkt? ASO

Kijk hem dan. Sport Billy.

Kaas? Dat laat je je kind toch niet trakteren op school.

Behandel de mensen zoals u door hen behandeld wilt worden

De gulden regel kent vele variaties, zowel oude als nieuwe formuleringen. In bijna elke godsdienst kom je de leefregel tegen, hoewel de aanhangers van elke godsdienst afzonderlijk vaak denken dat de uitspraak typisch is voor hun eigen godsdienst.

Je komt de gulden regel tegen in bijna elke godsdienst

Hindoes, boeddhisten, islamieten, christenen, joden en vele anderen; allemaal kennen ze deze regel. Ook niet-gelovigen proberen volgens de gulden regel te leven.

Kinderen op openbare scholen krijgen de regel mee en eigenlijk iedereen heeft er wel eens van gehoord.

Bekende profeten en wijsgeren in de wereldgeschiedenis hebben het over de gulden regel. Overleveringen in heilige geschriften, in religieuze en filosofische teksten van over de hele wereld laten in feite dezelfde tekst zien.

Bemin uw naaste zoals uzelf

Wat in jouw ogen niet goed is, doe dat je medemensen niet aan. Wat jij wilt dat jou de mensen altijd doen, doe dat bij allen.

Behandel anderen zoals je door hen behandeld wil worden.

Wat mij niet aangedaan moet worden, wil ik ook andere mensen niet aandoen.

Wat bij u weerzin oproept, doe dat uw medemens niet. Zo is de wet: al het overige is toelichting.

Wens de mensheid wat je voor jezelf wenst.

Helaas

Bijna niemand slaagt erin hem in praktijk te brengen.

Dat wensen misschien nog wel. Dat iemand voor een ander wenst wat hij voor zichzelf wenst. Maar het doen is toch echt een ander verhaal. En wanneer je een uiterst beheerst persoon bent, is het doen voor jou misschien soms weggelegd. Maar wanneer het op denken aankomt?

Wees eens eerlijk. Eerlijk naar jezelf.

Je probeert het wel waarschijnlijk. Bij de meeste mensen zal dat wel zo zijn. Maar het mislukt vaak.

De mens is een emotioneel wezen

Emoties en op hol geslagen gedachten nemen de overhand. Je handelt vaak niet bewust. In ieder geval meestal niet wanneer je emoties het van je overnemen. Een persoonlijke kwestie die je raakt en bam. Fout. Een beetje of veel te weinig slaap en daar gaat het mis.

Misschien mediteer je of je bidt en je voelt je over het algemeen rustig. Je bent begaan met je medemens of je doet elke dag yoga, of je voelt je lekker relaxed met je muziekje of je kopje thee.

Maar dan stap je in je auto en je wordt afgesneden op de snelweg. Of er duwt iemand achter op je bumper. Een vrachtwagen gaat zonder pardon naar rechts terwijl jij daar rijdt.

Dan is het gedaan met de gulden regel

Bemin uw naaste zoals uzelf?

Niks hoor. Schelden.

Middelvingers omhoog.

De wat rustigere mensen onder ons zullen het misschien beschaafd houden, maar inwendig stijgt de temperatuur.

Inwendig gescheld dan? Of wensen we die wegpiraat op dat specifieke moment echt een hoop liefs en goeds?

Misschien in tweede instantie, als je bij jezelf opmerkt dat het zinloos is en dat je niet zo wil zijn. Je kunt je voorstellen dat diegene je echt niet gezien had toen hij opzij ging. Of je probeert je voor te stellen dat die auto die jou bijna vooruit duwt, een vrouw achterin heeft die op het punt staat een kind te baren.

De meesten van ons zullen in hun eerste reactie een negatief oordeel vellen

Je emotie neemt het over en je handelt niet bewust.

Of het gaat veel vaker mis. Zonder grote emoties.

Oordelen over anderen gebeurt aan de lopende band.

In het dagelijks leven vind je dingen stom, lelijk, of raar. Irritatie maakt zich meester van je. Je maakt verwijten. Je bent boos op iemand of iets. Je ergert je aan zaken. Of je bent ongeduldig. Omdat je op tijd naar je werk moet, schreeuw je naar je kinderen die zo traag zijn. Ze luisteren niet naar je. Of stiekem ben je jaloers. Iemand doet altijd vet irritant of snapt er absoluut niets van. En met die moet jij samenwerken. Je maakt ruzie. Je vindt dingen oneerlijk.

Het is echt te gek voor woorden – dus

Boontje komt om zijn loontje. Eigen schuld dikke bult.

Soms nemen we wraak. Of misschien niet echt, wanneer we weer gekalmeerd zijn, maar we denken het wel. Al is het maar een moment.

We verdedigen onszelf. En ons ego.

We verdedigen onze identiteit

Want we willen een soort van winnen. Gelijk krijgen. Ons goed voelen over onszelf, ten koste van de ander. We roddelen soms met anderen, maar we roddelen vooral met onszelf. Oordelen over anderen zijn meestal negatief.

We zeggen of denken negatieve dingen over anderen

Geef dat kind nou gewoon wat hij wil, dan houdt ie tenminste op met dat gejank.

Tsja als je dat kind altijd zijn zin geeft, blijft ie overal om janken.

Tsss. Snapt die het zelf wel helemaal.

Doe jij dat nooit?

Ik wel. Ook al merk ik het vaak onmiddellijk op wanneer ik het doe. Ik oefen ermee namelijk. Maar gebeurd is gebeurd. Een lelijke of oordelende gedachte is er zo uitgefloept. Vanzelf. Per ongeluk.

Dus waar krijg jij braakneigingen van? Wat vind jij vreselijk irritant? Wie vind jij er echt niet uitzien? Wat vind jij belachelijk?

Betrapt.

Kwets anderen niet op een manier die u kwetsend zou achten voor uzelf.

Iedereen doet het. Het gaat onbewust

Maar als je het kunt opmerken, is dat hopelijk het echte begin van de gulden regel. De gulden leefregel die bijna iedereen prima vindt, maar die oh zo moeilijk uit te voeren is. Ook wanneer we hartstikke ons best doen.

Nou het begon leuk dit blogbericht, maar uiteindelijk ging het nergens over, zonde van m’n tijd. Wat een kont verhaal.

Ja leuk dit. Ga ik wat mee doen. Positief omdraaien als ik het merk, of helemaal niet oordelen. Moeilijk hoor. Ach nou doe ik het ook. Stom zeg. Oh alweer. Nou gelukkig gaat dit over mezelf.

Naastenliefde.

Begint het met liefde voor jezelf?

&

Leven na de dood bestaat. Dat weet ik zeker. Contact na de dood (Deel 2)

Leven na de dood, geïllustreerd door een detailfoto van twee notenbalken met drie maten waarin de toon drie maten wordt vastgehouden, waaronder de tekst met de hand geschreven: 'you.'
Je bent er nog

Leven na de dood bestaat en dat weet ik zeker. Het duurde een tijdje voordat ik er echt van overtuigd was, van het idee dat je ziel blijft bestaan na je fysieke dood. Je ziel, of je geest of spirituele energie of hoe je het ook wil noemen. En er is er ook contact mogelijk met die ziel: Contact na de dood (Deel 1). De eerste keer dat ik merkte dat mijn vader er nog is, lees je in Contact na de dood (Deel 3).

Ziel? Of geest? Dat zijn toch twee verschillende dingen?

Wanneer je een woord gaat opzoeken, dat het wat blijft bestaan, zou moeten omschrijven, betekent niets eigenlijk precies wat ik bedoel.

Ziel niet helemaal. Geest is niet allesomvattend. Bewustzijn is het ook niet precies.

Chi is toch ook iets anders. Spirituele energie heel misschien, maar dat vind ik dan weer zo’n wazige en moderne uitdrukking, alsof het om iets nieuws gaat. Maar voor zover we kunnen terugkijken, hebben mensen altijd gesproken over zoiets.

Soms omvat een bepaald begrip in de ene overtuiging of leer ook iets anders dan in de andere.

Er is voor mij niet echt een naam voor. Dat komt grotendeels doordat ik er geen geloof aan hang. Maar ook omdat er volgens mij geen woord voor is, geen woord dat niet wordt gekleurd door een soort geloofsovertuiging of een wetenschappelijke benadering.

Ziel, bewustzijn, geest, chi, qi, spirituele energie

Met respect voor ieders mening, overtuiging en geloof of niet-geloof, wil ik beweren dat al dit soort begrippen – uiteindelijk – ondanks de verschillen – uiteindelijk – een soort overlap hebben. Een kleine of een grote overlap.

Hoe kunnen alle mensen over de hele wereld het hebben over iets, waar overal een andere naam voor is, of waar andere namen voor zijn, waar sommige begrippen samen worden gebruikt of juist apart, waar de één met hetzelfde begrip iets anders probeert te omschrijven dan de ander, terwijl er – uiteindelijk – hetzelfde mee wordt bedoeld?

De essentie

Uiteindelijk is de essentie van wat we allemaal bedoelen en/of geloven, hetzelfde, volgens mij.

Hetzelfde

Iets Ziel-igs. Iets Bewustzijn-achtigs. Iets Geest-igs. Iets Energie-achtigs. Iets Chi-igs. Iets Spiritueel-achtigs.

Ik bedoel dus datgene wat onsterfelijk is.

Je wordt geboren, je sterft.

Maar datgene wat jou diegene maakt, leeft verder. Ergens anders, in een andere dimensie, en tegelijkertijd gewoon hier. Naast je.

Het duurde even voordat ik het zelf kon geloven, terwijl ik het zeker wist.

Dat wil zeggen; mijn gevoel wist het zeker. Maar mijn verstand sputterde tegen. Mijn verstand zei dat het helemaal niet kon en zocht naar allerlei andere verklaringen.

Ik dacht dat mijn verstand betrouwbaarder was dan mijn gevoel

Veel mensen zijn geneigd in de eerste plaats hun verstand te gebruiken. En dan op zo’n manier dat ze hun gevoel als het ware ondergeschikt maken. Ze zijn het niet meer gewend om naar hun gevoel te luisteren.

Ik had daar ook last van. En daar heb ik nog steeds vaak last van.

Je verstand is belangrijk en handig

Tot op zekere hoogte is je verstand erg bruikbaar. Maar wanneer je niet meer op je gevoel kunt of durft te vertrouwen, heeft je verstand de overhand gekregen. En wordt je gevoel overschaduwd; vaak of meestal of zelfs helemaal.

We zitten veel te vaak en te veel in ons hoofd.

Maar de meeste dingen kunnen niet met je verstand verklaard worden. Of opgelost.

Er wordt wetenschappelijk onderzoek gedaan. Alleen dan kun je dingen bewijzen

We zijn tegenwoordig gewend om alles te willen verklaren. Om voor alles een bewijs te willen hebben. En voor sommige dingen is dat erg handig. Als je een medicijn slikt tegen een ernstige ziekte, is het fijn wanneer bewezen is dat het werkt. En dat je enigszins duidelijk hebt wat voor bijwerkingen je kunt verwachten.

Maar contact na de dood?

Mijn verstand wilde graag bewijs. Wetenschappelijk bewijs voor die vreemde gewaarwordingen die ik steeds had.

Nieuwe gevoelens. Een – soort van – dromen. Toevallige gebeurtenissen. Zijn stem die ik een paar keer gehoord heb, maar anders dan in mijn gedachten of herinnering en anders dan hardop zoals ik jouw stem zou horen als je tegen me zou praten. Zelfs fysieke ervaringen – ik voelde hem naast me op de bank.

Dat is nogal vaag. Voor velen. Klopt.

Contact na de dood is niet wetenschappelijk bewezen – dus kan het niet waar zijn

Er moet een andere verklaring zijn voor die gewaarwordingen.

Wanneer je dat denkt, is het je verstand dat aan het woord is. Je hersens willen het snappen. Er moet bewijs komen.

Omdat het idee van het voortbestaan van je ziel of geest bijvoorbeeld niet past in het beeld dat jij van de dood hebt. Of omdat het niet past binnen de geloofsovertuiging waarmee je bent opgegroeid. Of omdat het niet te plaatsen valt binnen het geloof dat je nu bewust aanhangt. Omdat het niet past binnen jouw idee van hoe het in elkaar zou zitten. Iedereen heeft zijn eigen geloof, gedachtes of ideeën.

Het paste ook niet bij mij.

En tegelijkertijd kon ik er niet omheen.

Want het was zo.

Mijn verstand zocht verklaringen om mijn gevoelens en het idee van een leven na de dood de grond in te boren

Mijn verstand zocht ook naar verklaringen om het idee van een leven na de dood te bevestigen.

Het lastige aan deze materie is dat het – nog – niet echt wetenschappelijk bewezen is.

Wat is bewijs?

Voor een wetenschappelijk onderzoek heb je een vraag nodig die je wilt bewijzen. Dat heet een hypothese of onderzoeksvraag. Bijvoorbeeld de vraag of er contact mogelijk is na de dood. Wanneer deze vraag in verschillende experimenten bevestigd wordt, heb je een theorie.

Een getoetst model ter verklaring van waarnemingen van de werkelijkheid. Dus dan heb je daarmee bewezen dat contact na de dood mogelijk is.

Maar. De vraag of contact na de dood mogelijk is, kun je niet onderzoeken volgens de gangbare methodes

Je kunt er geen gestandaardiseerd onderzoek naar doen.

Omdat deze persoonlijke ervaringen niet te herhalen zijn.

Wetenschappelijk onderzoek is gebaseerd op onderzoek dat te herhalen is. Iemand anders moet je onderzoek opnieuw kunnen uitvoeren. Dus als je overleden oma plotseling naast je bed staat als geestverschijning, geldt dat niet als bewijs. 

Dat soort vreemde en onverklaarbare zaken worden meestal door het verstand afgeschilderd als verzinsels, hallucinaties, dromen, wensen, psychologische trucjes et cetera. En vele mensen zijn vandaag de dag geneigd om eerder hun verstand te geloven dan hun gevoel. Zo niet, dan worden ze wel aan het twijfelen gebracht door hun omgeving.

Je hoort de laatste tijd wel steeds vaker iets over leven na de dood

Ik merk een verschil met een aantal jaren geleden. Toen mijn vader dood ging, kon ik op internet bijna niks vinden over leven na de dood. Ik heb er wel literatuur over gevonden, maar weinig.

Aan de andere kant waren de meeste verhalen die ik vond in boeken, al van voor mijn tijd. En opgeschreven in een tijd zonder internet. Juist voor mij een bevestiging dat mijn belevenissen van alle tijden zijn.

Universeel.

Boven welk geloof dan ook uitstijgend.

Wat ik dan gevonden heb?

Dat dit soort avonturen door de eeuwen heen altijd aanwezig zijn geweest, in alle culturen en overal ter wereld.

Wat voorbeelden die me zijn bijgebleven.

Overal zijn verklaringen van mensen over geestverschijningen; soms zelfs twee personen die tegelijkertijd hetzelfde waarnemen. Ze zien een geest, soms een vreemde en soms een bekende. En vooral veel getuigenverklaringen van mensen voor wie zoiets niet vanzelfsprekend is.

Mensen voelen aan dat iemand is overleden op een exact tijdstip, terwijl ze niet aanwezig zijn. Ze weten het en het blijkt achteraf te kloppen.

Over de hele wereld zijn verhalen over bijna dood ervaringen en er worden dan dikwijls overleden bekenden of zelfs overleden onbekenden gezien, die later bekenden blijken te zijn. Zoals het voorbeeld van iemand die tijdens haar bijna dood ervaring haar in de buik overleden tweelingzusje zag, waarover nooit iets verteld was.

En ze bleek dus wel degelijk dat tweelingzusje te hebben.

Onverklaarbare dingen

Er zijn verhalen van medewerkers in hospices die onverklaarbare dingen hebben meegemaakt bij stervende mensen. Bijvoorbeeld patiënten die in theorie en praktijk zo ziek en/of dement waren dat ze al lange tijd niet meer aanspreekbaar waren en niemand meer herkenden. Maar vlak voor het moment van sterven zaten ze opeens rechtop in bed en spraken tegen bijvoorbeeld hun allang overleden moeder die in de kamer bleek te zijn. Die hen kwam halen.

Er zijn kleine kinderen die spontaan vertellen over mensen die ze bij hun bed zien staan. Terwijl de ouders helemaal niemand zien. Vaak blijken het dan ook nog overleden bekenden te zijn, wanneer wordt omschreven wie ze dan zien.

Of een klein kind praat tegen opa of oma die overleden is. Ze vertellen dan spontaan dat opa of oma gewoon op visite is.

Hoezo kan dat niet? Oma is er gewoon hoor

Verschijningen bij een afscheid zijn ook overal te vinden. Iemand heeft zijn overleden tante achter de kist zien staan en meer van dat soort verhalen.

Of mensen hebben zelfs iemand gevoeld, alsof er een hand op hen werd gelegd tijdens het afscheid, terwijl er toch niemand te zien was. Ik heb zoiets verschillende keren meegemaakt: Overleden dierbaren voelen – Een subtiele aanraking. Contact na de dood (Deel 9).

En ook weer dezelfde ervaringen van verschillende mensen die tegelijkertijd bij het afscheid van een persoon aanwezig waren.

Maar het is niet bewezen dat het echt is

Wat is echt?

Is iets alleen maar echt wanneer er een wetenschappelijk bewezen verklaring voor te vinden is?

Ik vind al die voorbeelden en verhalen fascinerend. Mijn verstand wilde ook lang ontkennen dat het echt is. Maar mijn gevoel wist het vanaf het begin zeker. En mijn verstand zegt na het vinden van al die verhalen inmiddels ook dat het gewoon mogelijk is. Alleen niet echt bewezen.

Nou en?

Want. Als het dan echt allemaal onzin zou zijn volgens de wetenschap, hoe is het dan mogelijk dat zovele mensen onafhankelijk van elkaar getuige zijn van hetzelfde soort waarnemingen?

Pas ná mijn persoonlijke dingen ben ik me gaan verdiepen in de mogelijkheden van leven na de dood

Dat liep uiteen van het bestuderen van verschillende godsdiensten tot wetenschappelijke verklaringen. Van trillingsfrequenties tot geneeskunde tot kwantummechanica. Van mensen die overtuigd een godsdienst belijden en geloven dat er een hiernamaals is, van mensen die medium zijn en met overledenen aan een andere zijde communiceren, tot mensen die ervan overtuigd zijn dat dood helemaal dood is en dat alles letterlijk ophoudt. 

Ik heb informatie meegenomen van psychologen tot chirurgen tot ervaringsdeskundigen. Van wetenschappers die ervan overtuigd zijn dat leven na de dood wél bestaat en van wetenschappers die ervan overtuigd zijn dat het absoluut onzin is. Van niet-wetenschappers die overtuigd zijn van absolute dood is dood en van het tegendeel en andersom. 

Ik wik en weeg en vertrouw op mijn gevoel en verstand.

De combinatie van alles maakt mij ervan overtuigd dat leven na de dood werkelijk bestaat

Totdat ik dingen ging meemaken, wist ik niet wat ik geloofde of dacht over een mogelijk leven na de dood.

Het staat voor mij ook volkomen los van de één of andere godsdienst. Ik was nergens van overtuigd; eigenlijk was ik er helemaal niet mee bezig. Ik was niet bezig met me af te vragen of dat kon; contact met een overledene en zo.

Die vage shit

Die je vroeger op school weleens hoorde over glaasje draaien. Ik vond dat allemaal reuze griezelig. Geesten oproepen. Heb dat ook nooit gedaan. Het eventueel bestaan van geesten die bij je zijn, vond ik werkelijk een ongelooflijk eng idee.

Totdat mijn vader dood ging.

Want als híj nu een geest zou zijn, die bij me zou zijn, zou dat namelijk helemaal niet eng of griezelig zijn. Maar nu loop ik op de zaken vooruit.

“Als er helemaal niets is, ben ik dik tevreden”

Dit zei mijn vader nadat ik hem had gevraagd wat hij geloofde

Ik vroeg hem of hij dacht dat er iets zou zijn wanneer hij dood ging.

En dit vroeg ik, toen we hadden gehoord dat hij nog maar kort te leven had.

Hij vertelde dat hij niet geloofde in een of andere god met een baard op een wolk. Er was ook niet één bepaalde godsdienst waarin hij zich helemaal kon vinden.

Hij zei dat hij het idee dat er iets zou zijn, wel mogelijk achtte

Je moet weten dat hij bijna zijn hele leven leraar catechese, oftewel, zoals het later werd genoemd, leraar godsdienstonderwijs en maatschappijleer is geweest in het voortgezet onderwijs.

En als ik zijn lesmateriaal en bewaarde werkstukken en proefwerken bekijk, volgde hij zeker niet klakkeloos de gangbare methoden. En dat wist ik natuurlijk ook wel. Hij liet de kinderen zelf nadenken en tot inzichten komen, los van hun opvoeding en/of godsdienst die ze van huis uit meekregen.

Alles werd behandeld

Eigenlijk net zoals ik dat zelf heb gedaan toen hij eenmaal dood was.

Het tegenstrijdige is alleen dat ik het op eigen houtje heb moeten doen. Hij was er niet meer om het aan te vragen. Dat ik dat hele leven na de dood niet eerder en uitgebreider met hem heb besproken, vind ik nog steeds bijzonder jammer.

Oneindig jammer.

Soms heb je een aanleiding nodig om je ergens in te verdiepen.

Zoals je vader die dood is en aan je laat merken dat hij er nog is

Zonder twijfel.

Geen twijfel meer.

Je bent er nog!

&

Kindertraktatie op school origineel, gezond en lekker? Uitdeelgekte

kindertraktatie op school
Lekker?

Doe jij wel of niet mee met de uitdeelgekte? Ben jij cool en kek of niet? Een kindertraktatie op school. Je kind is jarig en nu zoek je iets om uit te delen in de klas. Alle kekke mama’s, de hippe moeders en vaders, de ouders van deze tijd zorgen dat hun kind op hun verjaardag voor de dag komt met minstens een mooie, leuke, originele traktatie. Alle coole moeder blogs en pinterest pagina’s en weet ik veel wat nog meer, staan vol met ideeën voor de mooiste, beste, leukste, lekkerste, origineelste, meest prachtige en ook nog gezonde traktaties. Alles staat daarbij perfect op de foto, liefst met kind en al en de juf er ook nog bij.

Trendy opvoeders van nu doen in mijn ogen aan uitdeelgekte:

De-maak-het-allermooiste-kunstwerk-van-de-traktatie-van-je-kind-en-het-moet-ook-nog-lekker-en-gezond-en-origineel-zijn-rage.

Op internet staan de meest geweldige uitdeelideeën en voorbeelden voor een kindertraktatie op school. Traktaties waar je kind goed mee voor de dag kan komen. En er wordt gezegd dat een blokje kaas écht niet meer kan. Je krijgt het idee dat je indruk móet maken. Als je niet oppast, zou je er gewoon stress van krijgen.

Het lijkt wel een wedstrijd.

Maar waarom kan je niet meer aankomen met een blokje kaas?

Wat is daar dan mis mee?

Dan ben ik zeker niet trendy.

Wat gaat jouw kind trakteren op school?

Ik beken dat het me elke keer weer een hoop denkwerk kost om iets te verzinnen om uit te delen. Daarom kijk ik even op internet. Kindertraktatie op school. Maar dan schrik ik me een hoedje.

Uitdeelgekte dus.

Een traktatie voor de klas en dan ook nog iets voor de juffen. Liefst iets anders voor de juffen – en meesters, als die er in een uitzondering zijn – dan voor de kinderen.

In het begin liet ik me wel een beetje beïnvloeden.

Toen ik al die geknutselde kunstwerken zag, die bij de kleuters werden uitgedeeld, heb ik me afgevraagd wat ik zou doen. Ik geef toe dat ik er de eerste keer toch wel wat werk aan heb gehad. Het voorbereiden moest zeker geen uren duren, maar het was toch een combinatie van iets knutseligs met iets te eten.

De jaren daarna moest het vooral makkelijk en voor de meesten lekker zijn. En ook nog een beetje gezond.

Maar die echte gekte daar doe ik niet aan mee.

Want.

Voor wie maak jij een prachtige traktatie?

Voor je kind? Voor de andere kinderen in de klas? Voor jezelf? Voor de andere ouders die je ’s ochtends tegenkomt? Voor de leerkracht?

Ben jij een trendy, hippe moeder of vader die meedoet met de uitdeelmode?

Je hebt uren zitten knutselen en plakken en knippen en rijgen en vlechten en knopen en nieten en lamineren. Dus je hebt veel tijd en ook geld besteed aan een kunstwerkje bóven op de eigenlijke traktatie, die meestal om op te eten is.

Weet je wat er gebeurt met je traktatie kunstwerk?

Die belandt in de prullenbak.

Meestal onmiddellijk.

Denk je echt dat die kinderen geïnteresseerd zijn in hoe prachtig de traktatie is?

Er zijn natuurlijk uitzonderingen en misschien heeft een enkeling echt oog voor een origineel ingepakt doosje rozijnen. Maar ik heb zelf gezien hoe kleuters de verbazingwekkend mooie Minion van het eten aftrekken en direct in de prullenbak gooien.

Natuurlijk ziet een juf erop toe dat er met respect wordt omgegaan met wat er wordt uitgedeeld, maar kinderen reageren primair en zijn veel meer geïnteresseerd in het eten.

Lekkers.

Of niet-lekkers.

Wat is eigenlijk lekker en gezond?

Daar begint de volgende uitdaging.

Wanneer je besluit om iets uit te delen wat lekker én gezond is, wordt het pas echt moeilijk.

Veel scholen zijn tegenwoordig een gezonde school en op een verjaardag hoort daar ook een gezonde kindertraktatie bij. Maar wát dan? De meningen zijn verdeeld over wat gezond is. En als het ook nog aantrekkelijk moet zijn voor kinderen?

Heerlijke bananen verdwenen in de prullenbak.

Gezien.

Of gehoord dat dat gebeurde.

Een moeder had van die mooie grote mandarijnen gekocht als lekkere en gezonde traktatie van haar jarige kind. Maar minstens de helft van de klas vond dat vies, smerig of stom.

Die zakken met chips en snoep worden niet weggegooid, dus ik kan me goed voorstellen dat je je kind (en jezelf?) een afgang wilt besparen en denkt:

Gezond, prima, maar dit is een feestje en dan mag je best iets lekkers dat slecht voor je is.

Taart dus? Zelfgemaakt dus nog een beetje verantwoord?

Ook taart heb ik in de prullenbak zien belanden.

Een zelfgebakken taart met daarbovenop pure chocolade. Heerlijk als je het mij vraagt. Kinderen riepen:

Gatver, dat hoef ik niet!

En het werd zo aan de kant geschoven. Het waren geen kleuters dit, maar bovenbouwers. Gelukkig waren er dan ook nog wel kinderen die graag een tweede portie lustten. Of die even proefden en daarna beleefd zeiden dat ze het niet zo lekker vonden. Maar toch.

Dat lust ik niet!

Er zijn erg vaak kinderen in een klas die iets niet lusten. Als je het dan hebt over witlof of radijsjes, zeg ik oké. Maar een mandarijn of een appel weggooien? Of een bakje druiven? Of een ijsje gemaakt van een danoontje?

Aardbeien. Druiven. Watermeloen.

IJsjes van watermeloen.

Schitterend idee want het is naar mijn mening lekker en gezond. Maar ik begin er niet aan. Het kost een hoop geld en het is een heleboel werk en als het dan met plezier opgegeten wordt: prima. Dat gebeurt alleen niet. Ik zie het alweer verdwijnen in de prullenbak nadat er één hapje van genomen is.

Ik lust dit ijs niet. Dit is geen echt ijs.

Natuurlijk, smaken verschillen en je kunt nooit iedereen tevreden maken. Maar als je je best doet om op school voor de dag te komen met een kindertraktatie die lekker en gezond is, wordt het dus knap lastig. Zeker als het ook nog betaalbaar moet zijn.

Moet je dan maar roze koeken uitdelen?

Dat gaat er letterlijk in als koek. En als iemand het niet lust, is het toch goedkope troep die in de afvalbak verdwijnt.

Een zak met snoep zie je af en toe wel voorbij komen. Sommige ouders hebben maling aan de gezonde school. Op een feestje mag het wel, vinden ze. Dat moet ik toch zeker zelf weten, denken ze. Maar ik persoonlijk wil die kinderen niet vol stampen met zoveel zoete rotzooi. Thuis doe ik dat heus wel eens want je moet niet overdrijven, maar dan ben je alleen verantwoordelijk voor je eigen kind.

Dus geen snoep.

Liever niet. Want als de school vraagt om gezonde traktaties, willen we daar graag gehoor aan geven. Het goede voorbeeld geven. Een beetje dan. Voor zover mogelijk.

Maar wat dan wel?

Cadeautjes?

Dat is nog zoiets. Cadeautjes als traktatie.

Mini puzzeltjes, slappe zonnebrillen, lichtgevende stokjes, springkikkers, ballonnen, bellenblaas, stuiterballen, et cetera.

Soms is het zo waardeloos dat het thuis meteen de prullenbak in gaat omdat het al stuk is. Zonde van het geld dus. En soms is het zo duur, dat ik me afvraag wat ouders in vredesnaam uitgeven aan de traktatie van hun kind.

Hoezo?

Denk ik dan.

Want ook zo’n duur mini cadeau verdwijnt tussen ander speelgoed, omdat het in verhouding wel duur, maar toch net niks is.

Uitdeelgekte. Tsja.

Blokje kaas dan maar.

Lekker en gezond.

Wil jij toch liever leuke ideeën en recepten die 100% natuurlijk zijn, zonder geraffineerde suiker en e-nummers? Ook prima.

&

Stress filmpje in mijn hoofd: vinger kind doormidden

Een stress filmpje in mijn hoofd. Op een tegel staat de tekst: Van het concert des levens krijgt niemand een program.
En wat als je wel een program zou krijgen?

Over hoe het vingertje van mijn kind maar één kant op kon: doormidden – een stress filmpje in mijn hoofd. Een paar jaar geleden zag ik dit filmpje dag en nacht en kwam ik er bijna niet los van. Hoe kom je af van filmpjes in je hoofd die voor stress zorgen? Bijna iedereen heeft er weleens last van; die gedachtes die maar rondgaan in je hoofd. Meestal zijn het dan ook nog zeer vervelende gedachtes. Je kunt niet meer stoppen met denken. Films die zich non-stop afspelen.

Zonder pauze met popcorn of een ijsje.

Een stress filmpje in je hoofd herhaalt een nare gebeurtenis uit het verleden, of laat een angstige of zorgwekkende toestand in de toekomst zien. Maar simpel gezegd is het verleden al voorbij en van de toekomst weet je niet wat die brengen zal.

Misschien is die toekomstige gebeurtenis waar je zo tegen opziet wel helemaal niet zo ernstig als je dacht, of er gebeurt helemaal niets van hetgeen waar je je zo druk om maakte. Maar terwijl je in je hoofd ronddwaalt in vreselijke gedachten, reageert je lichaam met stressgevoelens en stressreacties.

Ik heb dus een heel afschuwelijk filmpje.

Als je ervaring hebt met kinderen, kun je misschien herkennen dat hoe langer de pauze tussen de pijn en het geschreeuw is, dus hoe langer het duurt voordat je gehuil hoort, des te erger het is.

Normaal gesproken huilt mijn kind nauwelijks of niet. Hij valt keihard, maar rent gewoon door. Hij stoot ongelooflijk hard zijn hoofd, maar knippert met zijn ogen en gaat verder.

Die kleine maakt jammer genoeg een hoop ongelukken en valpartijen en toestanden mee, maar het is een bikkel. Ik zou soms willen dat hij eerder jankte, want nu denken anderen vaak dat er niks aan de hand is, terwijl dat wel zo is.

Maar nu.

Afgrijselijk.

De pauze tussen de pijn en het gegil was angstaanjagend lang. Ik hoorde hem buiten adem zijn en wachtte tot het gekrijs zou losbarsten. En dat was harder dan ik ooit had – en heb – gehoord.

Op dat moment schreeuwde hij alsof zijn leven ervan afhing. En dat wil dus heel wat zeggen.

Ik zag het ook gebeuren.

Ik zat op de wc, met de deur open, met zicht op de deur naar de kamer, die ook open was. Mijn broek hing nog op mijn knieën en mijn kind wilde naar mij toe komen door de gangdeur.

Hij wilde de deur tegenhouden, maar mijn andere kind ramde die deur net dicht.

De deur ramde dicht.

Op het moment dat dat kleine handje die deur wilde openhouden.

Er stak één vingertje net tussen de rand van de dikke houten deur en het kozijn.

Dat ging dus fout. Die deur ging veel te hard dicht. En die deur ging op het verkeerde moment dicht. Dat kleine handje hield op het verkeerde moment de deur tegen om naar mama te gaan.

Pletter.

Ik zag dat vingertje geplet worden. Eén meter voor mijn ogen. Verpletterd. Niet plat, maar het werd met zoveel kracht geperst op één plekje dat alles open spatte.

Dat vingertje kon maar één kant op en dat was uit elkaar.

Broek ophijsend rende ik achter het oorverdovende gebrul aan. Mijn andere kind ook hels aan het blèren van de schrik.

Een bloedspoor door de kamer naar de keuken en weer terug.

Blinde paniek was uitgebarsten.

Het topje van zijn vinger was er bijna helemaal af en bungelde los.

Ik zag allerlei vlees dat je niet hoort te zien.

De pijn die hij voelde, voelde ik zo mogelijk ook. Mijn hart kromp in elkaar zo’n pijn deed het. En ik stond absoluut stijf van de stress. Ik wist niet wat ik moest doen. Ze bleven maar luidkeels gillen allebei. En verdwaasd rondlopen. Het was echt erg. Niet alleen maar de schrik en het valt wel mee.

Rustig maar.

Nee.

Stress – en géén filmpje in mijn hoofd, maar echt.

Ik moest onmiddellijk naar het ziekenhuis met hem.

Maar ik was alleen thuis met twee kleine kinderen en zo kon ik onmogelijk naar een dokter rijden. Alleen bedacht ik dit niet; mijn hersens werkten niet. Helder denken was er niet bij.

Alleen maar een bungelende vinger, kneiterhard gegil waar geen eind aan kwam en een kleuter die vol afgrijzen en in radeloze angst met zijn vingertje in de lucht bleef rondlopen.

Een kind dat zich niet liet helpen.

Hij bleef maar krijsen en niet alleen van de pijn. Voor het eerst in zijn leven stond mijn kind ook stijf van de stress.

Er was geen sprake van levensgevaar.

We konden allemaal nog lopen. En toch heb ik 112 gebeld. Zonder erbij na te denken.

Ik riep naar mijn andere kind dat ze de telefoon moest pakken. Politie, brandweer of ambulance? Ik kreeg een mevrouw aan de lijn. Meteen begon ik me te verontschuldigen, dat ik misschien niet had moeten bellen. Maar ze hoorde de paniek, ze hoorde het gejank en ze hoorde de leeftijd en wat er aan de hand was. En ze zei dat ze iemand langs zou sturen. De ziekenwagen kwam eraan.

De mevrouw aan de lijn zei dat ik er absoluut een schone doek omheen moest doen, maar dat was onmogelijk. Ik moest het toch proberen.

Het geschreeuw van mijn kind werd nog groter zodra ik maar een poging deed om iets met een theedoek te doen.

Het idee dat de ziekenwagen eraan kwam, gaf ook stress en dat was toen wel een filmpje in mijn hoofd.

Ik hoorde de sirene. Mijn andere kind had de voordeur al opengedaan.

Zodra die lieve meneer binnen kwam, was er rust.

Serieus. Rust.

Hulp.

Redding.

Mijn kleine mannetje werd kalm. Liet zich op het aanrecht tillen en liet zich verbinden. Hij huilde niet meer. Mijn dochter huilde ook niet meer. Die ontzettend aardige en deskundige meneer zei ook onmiddellijk dat het niet haar schuld was. Ook niet de mijne. Ook niet zijn eigen schuld.

Het was een ongeluk. Dit soort dingen gebeuren.

Maar we moesten wel snel naar het ziekenhuis.

Dat dikke verband was alleen voor tijdelijk.

Hoewel ik me weer verontschuldigde dat ik gebeld had, had ik zelfs mee gemogen met de ziekenwagen. Maar met twee kinderen ging dat niet. Hij dacht met me mee. En hij zag dat ik stond te trillen op mijn benen. Hij vroeg of ik kon rijden. De andere meneer die zich eerst wat op de achtergrond hield, dacht ook mee hoe ik mijn dochter eerst even weg zou brengen. Want dat was toch vlakbij.

Ze wachtten totdat we veilig in de auto zaten. Ze zwaaiden en staken hun duim op. We vertrokken tegelijkertijd.

In het ziekenhuis moesten we plaatsnemen in de wachtkamer.

Die lieve meneer van de ziekenwagen kwam nog bij ons kijken, en legde uit dat ze nog drie reanimaties hadden en dat we daarom een tijdje moesten wachten. Snap ik. Geen probleem.

Mijn kleine vent lag inmiddels met knalrode wangen, alsof hij koorts had, bij mij op schoot. Het leek of hij in een soort shocktoestand was, zeer slaperig, als reactie op de stresstoestand.

Tegen verschillende mensen die ondanks de drukte vast informatie over ons wilden hebben, zei ik dat de bovenkant van zijn vinger er bijna helemaal af was.

Tuurlijk overdrijven moeders.

Ja hoor mevrouw, we gaan zo kijken.

Hij kreeg een drankje met pijnstillers aangeboden, maar weigerde dat op te drinken. Weer vertelde ik dat het topje van zijn vinger er zo goed als af was.

We zullen zo snel mogelijk ernaar kijken.

Toen we aan de beurt waren en er echt iemand ging kijken, die van plan was mijn kind ook zelf te gaan helpen, vertelde ik het opnieuw.

Ja hoor, ik ga nu kijken.

En toen schrok diegene. En er werd meteen een specialist bij gehaald. Een chirurg met veel ervaring.

Want toen was het echt zo.

Moeders maken zich zorgen en zijn vaak in paniek, ook wanneer het allemaal wel meevalt.

Maar ik weet heus wel wat ik heb gezien.

De chirurg bekeek het slordig afgerukte vingertje opnieuw. En ik ook. En mijn kind ook.

De chirurg legde uit wat hij ging doen. Hij kon niet zeggen of het goed zou komen. De vraag of het weer aan zou groeien, zou voorlopig een vraag blijven. Hij zou het gaan vastnaaien, maar met zo min mogelijk steken. Omdat elke hechting extra trauma zou zijn aan dat kleine vingertje, zou elke hechting teveel de kans dat het goed zou komen, kleiner maken.

En verdoven zou nog meer pijnlijke prikken betekenen, meer dan wanneer hij het zou dichtnaaien zonder verdoving.

Oké. Logisch.

Zonder verdoving dus.

En ook zonder pijnstillers gedronken te hebben.

Mijn kind liet zich rustig helpen. Zoals ik zei, een bikkel.

Ik keek goed wat die meneer deed.

Hij naaide het vingertje van mijn kind er weer aan. En toen zat het scheef.

Dat vingertje dan hè. Niet de hechting ofzo. Nee. Eerst zo’n losse vinger en dan een vastgenaaide vinger die opzij wijst.

Ik zei:

Volgens mij zit het scheef…

En die dokter zei:

Ik ben het met u eens…

Gelukkig was mijn kind zo rustig met de behandeling.

Het moest opnieuw. En oja, zonder verdoving, want dat zou meer prikken opleveren dan meteen dichtnaaien. Maar nu moest het eruit worden getrokken en moest er weer met die soort vishaak naald door mijn kleine vinger gestoken worden.

De tweede keer leek het er meer op.

Ik was niet boos. Kan gebeuren. Die dokter deed ook zijn best.

Maar dat waren toch meer steekjes dan noodzakelijk en hoe meer steekjes, des te groter het trauma dus. Dan zou het niet aangroeien en goed komen. Dan zou het topje afsterven.

Dan zou het zwart worden. En eraf vallen.

Horror.

Maar dat was toen een nieuw filmpje in mijn hoofd, want dat was nog niet echt gebeurd. Dat was in de toekomst kijken. Eerst maar afwachten.

En tot rust komen. Wat mij niet lukte.

Het was ontzettende schrik. Angst. Bloed. Plotseling. Je kind zo kwetsbaar en zo makkelijk kapot.

Mega stress en geen filmpje in mijn hoofd maar werkelijkheid.

De hele middag en de hele avond heb ik niets gegeten. In een dagelijkse situatie zou ik me erg slap hebben gevoeld, duizelig zelfs. Eenmaal thuis en ’s avonds laat, dacht ik eraan dat ik nog moest eten, maar ik werd bij de eerste hap ongelooflijk misselijk. Er ging niets naar binnen. Ik stond nog steeds stijf van de stress.

In een echte stresssituatie staat je lichaam in opperste paraatheid.

En eerlijk gezegd valt een vinger best mee natuurlijk. Het had veel erger gekund. Er zijn veel ergere dingen die mensen meemaken.

Misschien had een ander rustiger gereageerd.

Kan prima, want ik was op het bewuste moment behoorlijk ver heen in oververmoeidheid en structurele overbelasting. Mijn lichaam was al een soort wandelende stress bom.

Maar toch denk ik dat ik ook in een gezondere situatie zo had gereageerd. Ik voelde me compleet machteloos bij zoveel pijn en zo’n griezelige toestand. Zo’n klein kind, mijn kind, dat nooit een krimp geeft en nu duidelijk iets afschuwelijks doormaakte waarbij ik helemaal niets kon doen. Er moet gewoon nooit zoiets met je eigen vlees en bloed gebeuren.

En zoiets moet je al helemaal niet zíén gebeuren.

Gelukkig is het goed gekomen.

Omdat die dokter het de tweede keer wel netjes had gedaan. En omdat we veel geluk hebben gehad en wekenlang uiterst voorzichtig hebben gedaan en iedere keer de wond goed hebben verzorgd. Ook omdat hij onder een bepaalde leeftijd was, met meer kans op genezing bij dit soort letsel.

Zijn vinger is uiteindelijk mooi roze geworden in plaats van afgestorven zwart.

Ietwat anders dan daarvoor. Niet scheef, maar iets langer.

Maar je hoort mij niet klagen. Wat ook nog had gekund, was dat het wel zou aangroeien, maar dat het gevoel eruit zou blijven. Dat de zenuwen niet zouden herstellen. Het heeft heel lang geduurd, maar na verloop van tijd is zelfs dat goed gekomen.

En waar gaat het nou om?

De echte situatie was realiteit. En toen had ik last van stressreacties. Maar daarna heeft dat stress filmpje zich dagenlang of zelfs maandenlang afgespeeld in mijn hoofd. De eerste weken dag en nacht.

Ik beleefde opnieuw en opnieuw en opnieuw het stress filmpje in mijn hoofd.

Dus voelde ik ook stress. Misschien niet precies zo intens als die dag zelf, maar het kwam absoluut in de buurt. Zeker in het begin voelde ik elke keer spanning en buikpijn en versnelden mijn hartslag en ademhaling. Ik gruwelde ervan. Ik zag ontelbare keren de deur dicht knallen, ik zag opnieuw al dat bloed, ik hoorde het geschreeuw.

Ik zag dat vingertje.

Steeds.

Weer.

En nog steeds, bij elke deur waar ze aan trekken of die ze dichtgooien, of bij welke deur dan ook waar welk kind dan ook vingers tussen steekt, wordt in mijn hoofd het stress filmpje afgespeeld.

Stress voor niets dus. Want er is nu niets aan de hand.

Stress is goed. In noodsituaties.

Maar zulke filmpjes draait bijna iedereen constant af. Erge of iets minder erge. Anders of hetzelfde. Maar wel filmpjes waar je stress van krijgt. Zelfs wanneer de film zich afspeelt in de toekomst en het dus pure fantasie is waar je stressreacties door krijgt. Of een film die zich afspeelt in het verleden en je fantaseert wat er anders had kunnen gaan.

Om knettergek van te worden.

Je gedachtes bezorgen je vaak stress. Misschien heb je het niet eens in de gaten. Zich herhalende en malende stress gedachtes zijn zinloos en slopen je.

Wanneer je je gedachtes opmerkt, kun je eruit stappen.

Want nu is alleen maar nu.

Maar soms makkelijker nu gezegd dan nu gedaan.

&

Last van stress? Hier vind je de allerbelangrijkste tip

Ik heb stress wat moet ik doen
Aan of uit?

Er is maar één ding dat je wil: rust. “Ik heb stress – wat moet ik eraan doen? Wat kan ik eraan doen?” Dat heb ik me vaak afgevraagd. En jij vraagt het je misschien ook af, zo nu en dan, of misschien wel dagelijks.

Je wil rust.

Rust in jezelf en rust om je heen. Je wil een leven zonder stress, want je bent vaak of altijd gestrest. Je ervaart allerlei stress gerelateerde klachten die je functioneren in de weg staan. Je voelt je bijvoorbeeld opgejaagd en kan niet slapen. Of je hebt er gewoon last van, van al dat moeten en dat gezeur aan je kop.

Je kunt soms de oorzaken van de stress niet wegnemen, maar dan nog is er veel te veranderen in jezelf, zodat de stressgevoelens afnemen. Ik heb een Mindfulness training gedaan en dat heeft mij enorm geholpen. Een online cursus kun je makkelijk thuis doen.

Er zijn vele oorzaken voor stress.

Kun je de opvoeding van je kleine kinderen amper combineren met je baan? Maak je je druk wat anderen van je vinden? Heb je geldzorgen? Lig je in scheiding? Moet je in je eentje voor je zieke moeder zorgen naast je werk? Is je partner vreemdgegaan? Heb je last van hoge werkdruk? Word je gediscrimineerd? Kun je je grenzen niet aangeven? Ervaar je problemen in de opvoeding? Heb je ruzie met je ex?

Eh – Laten we het even niet hebben over kinderen die doodgaan aan honger en dorst.

Aardbevingen, overstromingen, het uitmoorden van volkeren.

Dat is pas echt erg.

Maar toch hebben we vaak last van stress. Ook wanneer we de boel relativeren en eigenlijk wel weten dat het zo erg niet is allemaal.

Iedereen is anders en verkeert in andere situaties.

Iedereen maakt vervelende of lastige of moeilijke dingen mee en iedereen heeft zijn eigen manier om daarop te reageren en ermee om te gaan. De één kan meer hebben dan de ander. Maar iedereen heeft een bepaalde draagkracht en een bepaalde draaglast.

Op sommige momenten wordt de balans te lang en te erg uit evenwicht gehaald en kun je de balans niet terugvinden of terugbrengen. Dan wordt de stress echt een probleem en krijg je allerlei klachten. Lichamelijk of psychisch of allebei.

Wanneer je je stress-klachten gedurende lange tijd chronisch negeert, of eraan voorbij gaat, krijg je een burn-out. Wanneer je doorgaat als je overspannen bent, of wanneer je weer op de oude voet doorgaat wanneer je overspannen was, krijg je een burn-out.

Met een burn-out kun je tegen allerlei onbegrip aanlopen in je omgeving, wat voor nog meer stress zorgt en waardoor je geneigd bent opnieuw over je grenzen te gaan.

De stress die je hebt bij een burn-out is echte stress. Dan is je stress systeem in je lichaam volledig uit balans en dat lost niet even op met een beetje rust. Maar gewone stress daar kun je wel iets aan doen.

Wat kun je doen tegen stress?

Er zijn vele en vele tips te vinden tegen stress.

Maar ik spreek uit ervaring, want anders zou ik dit niet beweren. Wat heb je aan al die tips van mensen die niet écht weten waar ze het over hebben? Ik heb zelfs adviezen gekregen die de boel erger maakten.

Je hebt stress en ik weet wat je eraan kan doen.

De allerbelangrijkste tip is ook de allermoeilijkste.

Besef dat de meeste stress in je hoofd zit.

Reuze flauw en toch is het waar. Simpel en onwijs moeilijk tegelijk.

Serieus. Ik zal het kort uitleggen en in andere berichten ga ik er dieper op in. Er is absoluut oefening voor nodig en misschien begrijp je nog lang niet wat ik bedoel. Maar wanneer je doorkrijgt dat de stress waar je last van hebt alleen maar in je hoofd bestaat, in je gedachten, gaat je stress afnemen.

Ik zeg niet dat er geen vervelende en nare situaties bestaan.

Die bestaan wel. En je gevoelens over die nare situaties zijn er ook. Die bestaan en die zullen er zijn. Er zal soms verdriet, angst, boosheid, jaloezie, woede en frustratie zijn. Of andere negativiteit.

Er zal pijn zijn.

Maar.

Hoe je omgaat met die pijn bepaalt voor een groot deel je stress niveau. Je gedachtes bepalen je stress niveau. Maar je bent niet je denken. Stress ontstaat door verzet.

Stress ontstaat wanneer er verzet is tegen een bepaalde situatie.

Wanneer je de frustratie of woede of verdriet of wat dan ook kunt voelen die er is, maar die tegelijk kunt accepteren, ervaar je geen stress. Het doet wel pijn, maar je hebt geen stress.

Accepteren.

En je concentreren op het nu. Het enige moment dat er is en dat er ooit zal zijn. Accepteren dat iets zo is. Voelen wat er is. En accepteren wat je voelt op dat moment.

Niet loslaten of je erbij neerleggen, dat is iets heel anders.

Ik zeg niet dat je moet accepteren dat je wordt gediscrimineerd op je werk, dat je het maar oké moet vinden wanneer je in elkaar geslagen wordt of dat je het maar goed moet vinden als je kinderen de muren vol tekenen met watervaste stift.

Het betekent ook niet dat je niets moet doen. Sommige situaties vragen om verandering of inbreng of actie, van jou of van iemand anders.

Het gaat erom de situatie te accepteren zoals die is, zonder er allerlei zich herhalende gedachtes en emoties en dus frustraties over te hebben die tot niets leiden.

Je negatieve gedachtes leiden tot lijden. Tot stress.

Stress is een reactie van je lichaam die erg nuttig is.

Stress is noodzakelijk om te overleven. Vroeger had je stress nodig wanneer er een beer voor je stond. Dan stond je stil of je vluchtte. Je hartslag ging op hol om die ene juiste beslissing te nemen om te blijven leven. Je instinct nam het over. Of je werd toch nog opgegeten met een beetje pech, want een stressreactie is geen wondermiddel.

Natuurlijk heb je stress niet altijd nodig.

Stress is een reactie van je lichaam in een stresssituatie.

En dan is het een prima systeem van je lichaam om te overleven.

Hoewel er meestal geen beren loslopen, kan je tegenwoordig ook baat hebben bij stress. Wanneer er achter de dubbel geparkeerde auto een snelheidsmaniak tevoorschijn komt, die jou en je overstekende kind niet heeft gezien en die jij niet hebt zien aankomen.

Dan reageer je instinctief en wordt de adrenaline in je lijf rondgepompt.

Je hart gaat tekeer. Het is schrikken en tegelijkertijd juist reageren, of platgereden worden. En een beetje mazzel hebben omdat die automobilist met een in werking getreden ABS-systeem vlak voor je kind stil staat. Omdat hij gelukkig ook door zijn eigen stresssysteem juist reageert.

Maar stress die de meeste mensen dagelijks ervaren is zinloos.

En van die stress kun je afkomen. Wanneer je beseft dat die stress zich afspeelt in je hoofd en wordt veroorzaakt door hoe jij tegen de dingen aankijkt.

Die stress wordt veroorzaakt door je gedachtes.

Je verlangens, je wensen, je verwachtingen, je patronen, je ideeën. Je hebt zorgen en problemen. Je problemen zijn er wel, maar het zijn problemen omdat jij ze problemen vindt. Omdat je denkt dat het problemen zijn. Omdat je iets anders wil. Je wilt een andere situatie dan er nu is. Je verkeert met je gedachtes in het verleden of in de toekomst. Er worden filmpjes afgespeeld in je hoofd.

Ik speel ook stress filmpjes af in mijn hoofd. Ik zeg zeker niet dat het makkelijk is om dat niet te doen. Maar je kunt het veranderen.

Je hebt stress. Wat moet je doen om er vanaf te komen?

Accepteer. Voel wat er is. Nu. Op dit moment.

Lukt dat niet? Waarschijnlijk slepen je gedachtes je mee. Je voelt stress door je problemen. Door je gedachtes.

Heb je stress wanneer je niet denkt?

Nee.

De kunst is het niet denken te oefenen.

De kunst van het geen stress ervaren is te accepteren wat er nu is en tegelijk te beseffen dat er in het huidige moment helemaal geen probleem is.

Nu is nu.

Problemen worden veroorzaakt door de gedachtes en verwachtingen en oordelen die je eraan hangt.

Maar niet denken is voor de meesten erg moeilijk.

En toch zijn er momenten waarop zelfs de meest hardnekkige denkers en aan denken verslaafde mensen níet denken. Momenten waarin ze opgaan in het moment zelf. Meestal erg kleine momentjes, maar toch.

Wanneer je opmerkt dat je denkt, dan stopt het denken zelf al even.

En op dat moment ervaar je dus ook geen stress. Je bent compleet aanwezig in het nu.

Als je je afvraagt:

Ik heb stress en daar heb ik last van en wat moet ik doen om daar vanaf te komen?

En je gaat je op dat moment serieus bezighouden met oplossingen en bijvoorbeeld het opzoeken van informatie, dan zul je merken dat je op dat moment geen stress had. Je was zo geconcentreerd bezig dat je niet echt dacht aan je probleem.

Er zijn situaties waarin je wel je hoofd gebruikt, maar waarin je niet wordt meegesleept door het probleemdenken en de stress daarbij.

En daar is het begin.

In een achtbaan. In het zwembad van een snelle glijbaan. Daar sowieso.

Maar ook wanneer je een spannende film kijkt, wanneer je van een berg af skiet, wanneer je nadenkt over een moeilijk cryptogram, wanneer je een Sinterklaas gedicht schrijft, wanneer je een instrument bespeelt. In al dat soort situaties doe je je best te focussen op iets in het huidige moment.

Je concentreert je zodanig op iets dat je niet over je problemen kunt fantaseren. Je doet iets dat net genoeg aandacht vraagt om je best te moeten doen, maar dat niet zo moeilijk is dat je er steeds mee stopt en dat ook niet zo makkelijk is dat je gedachtes op volle toeren in de toekomst of in het verleden kunnen verkeren.

Het is iets waar je in opgaat, maar wat toch net zoveel aandacht vraagt dat je er niet bij kan nadenken.

Stress waar je continu last van hebt, wordt veroorzaakt door je gedachtes.

Je hoeft niet uren te gaan mediteren om te proberen gedachteloos te worden. Het kan wel en zal ook zeker werken, maar het hoeft niet. Het beginnen op te merken dat je denkt is genoeg en dat kan overal. Tijdens het mediteren, maar ook tijdens het afwassen of wanneer je ligt te malen in bed.

Merk op dat je maalt en je zorgen maakt en filmpjes draait in je hoofd, die zich afspelen in de toekomst of in het verleden.

Merk op dat je denkt.

Concentreer je op was er nu is. Om te beginnen iets waar je makkelijker je aandacht bij kunt houden. Bijvoorbeeld de kleine zachte haartjes van je baby. Mooie muziek. Het zachte wangetje van je kleinkind. Koffie met slagroom. Iets waar je je prettig bij voelt en waar je je makkelijk op concentreert.

Je kunt ook in je eigen lichaam voelen wat je voelt, maar dat is vaak moeilijker. Iets waar je aandacht vanzelf makkelijk blijft hangen, is handig om te beginnen.

Heb je geen slagroomtaartje? Je ademhaling kan ook. Maar ik vind mijn hartslag prettiger omdat je je ademhaling alsnog kunt sturen. Je hartslag is hoe ie is.

Word je weer naar je denken toegetrokken? Dat kan. Dat gebeurt in het begin heel erg vaak. Ga gewoon weer met je aandacht naar je kind. Of je hartslag.

Kan je dat niet? Lukt het niet?

Alle begin is moeilijk. Oefening baart kunst.

Niet denken is onmogelijk? Toch is dit de sleutel tot je stressloze bestaan.

Besef dat alle stress door je gedachtes veroorzaakt wordt. Je gedachtes over de toekomst en over het verleden.

Nu is echt alleen maar nu. Daarna is het alweer verleden tijd. Je weet niet wat de toekomst brengen zal. Als je opgaat in het heden en het moment helemaal beleeft, kunnen er geen storende stressgedachtes zijn. En dus ook geen stress. Behalve als nú die beer voor je staat, of die auto. Of als nú de vinger van je kind eraf wordt geperst.

&

Hoe kan je gelukkig zijn – een sprookje?

Hoe kan je gelukkig zijn
Het

Hoe kan je gelukkig zijn? In het onderstaande sprookje van Grimm komt wat mij betreft wonderbaarlijk naar voren wat er wordt bedoeld met verlichting, met vrede in jezelf, met de kracht van het nu, met een god, met de spirituele wereld. Vrede, manieren om gelukkig te zijn, tevredenheid, een leuk leven, rust in jezelf, eenheid, heelheid, zingeving. Ik scheer nu eventjes veel termen over één kam, maar ik ben ervan overtuigd dat wat veel mensen zoeken, in feite meer overeenkomsten heeft dan verschillen.

Gelukkig zijn: hoe doe je dat en kan dat wel?

Mensen zoeken het in meditatie, we proberen om onze eigen geest te leren kennen, onze geest te temmen. Terwijl we doen wat we leuk vinden, willen we ook gelukkige relaties. We zoeken het in god of in goden, we zoeken het in geloof, of we zijn bezig met het opnieuw ontdekken van de spirituele wereld. We proberen zonder stress te (gaan) leven. We zijn bezig met de combinatie van wijsheid en geloof, met het blij zijn met wat je bent en hebt. Terwijl we bezig zijn met bewuste ontspanning, met mindful leven, met therapie en met cursussen, zijn we bezig met alles dat verdieping geeft aan ons aardse bestaan.

Veel mensen zoeken manieren om zin te geven aan hun dagelijkse leven.

Sprookjes bestaan niet. Of bestaan ze vaker dan we denken?

Jacob en Wilhelm Grimm waren twee broers, geboren in 1785 en 1786. Zij verzamelden historische verhalen en dit leidde in 1812 tot een uitgave van sprookjes, niet geschikt voor kinderen. Oorspronkelijk waren het volksvertellingen voor volwassenen, vol geweld. Na verscheidene bewerkingen kwamen de sprookjes op de markt voor kinderen.

Op mijn tafel ligt Janosch erzählt Grimm’s Märchen uit 1972 (oorspronkelijke titel), oftewel Janosch vertelt de sprookjes van Grimm, uit 1978.

Gisteravond las ik mijn kinderen uit dit boek een sprookje voor. Ik kende het niet van tevoren en het was een gekregen oud boek. Het was het eerste verhaaltje dat ik eruit las en gewoon zomaar ergens uit het midden, uitgekozen door mijn dochter. Ik was verbaasd en verrast over de inhoud.

Het gaat over wat vele mensen zoeken. Soms zoeken ze het zelfs zonder dat zelf te weten.

In het sprookje wordt ook exact omschreven dat iemand van wie je houdt en die dood is, gewoon naast je is. Precies hoe ik het voel.

Hoewel ik het sprookje “Het zingende beentje” (blz. 58) aan mijn kinderen voorlas, kan ik er als volwassene nog het meest van opsteken. Ook na jarenlange veranderingen en herschrijvingen en andere versies, vind ik dit sprookje zo veelzeggend, dat ik het hier volledig overschrijf:

Het zingende beentje

Er was eens een jongen die niets om geld of rijkdom gaf. Alles wat hij bezat, droeg hij aan zijn lijf: broek, jas, hemd, schoenen en in de winter had hij nog een muts op. Wat hij kreeg, liet hij weer ergens achter voor een gelukkige vinder.

Muziek was het enige waar hij om gaf en hij kon prachtig spelen. Waar hij heenging, maakte hij muziek, waar hij uitrustte, speelde hij een lied; altijd hoorde hij binnen in zich muziek en die móest hij spelen, spelen. Heerlijk was dat!

Wanneer hij een berg beklom en hout vond dat door de wind uitgedroogd was, ging hij zitten en maakte uit het hout een fluit. En alle liedjes, die door de wind over de berg heengeblazen werden, kon de jongen aan de fluit ontlokken.

Zat hij bij een vijver, dan maakte hij een fluit van riet en alle liedjes, die het water en de watervogels door dat riet gezongen hadden, kon hij spelen.

Zat hij in een weide, dan bouwde hij een kleine viool.

Zo zwierf hij altijd maar rond en trok ook naar andere landen. Hij hoefde zich over eten en drinken geen zorgen te maken, de mensen gaven het hem graag omdat hij muzikant was.

Eens kwam hij op een eiland, waar bijna geen mensen woonden. De bossen waren uitgedroogd, het zand was heet en verder was er de zee en de zon.

Toen de jongen op het strand liep, vond hij een vogelbot, een vogelbeentje, wit van kleur en heel broos. Van binnen was het hol. De jongen maakte er een fluit van. En toen hij erop speelde, klonk de muziek heel bijzonder, betoverend en heerlijk. Het was een lied, maar het was ook een verhaal. Een verhaal van een heilige vogel en de jongen zweefde over de zee, heel hoog in de blauwe hemel. Hij zweefde over droomlanden, die nooit ontdekt waren.

Het vogelbot was een beentje van de heilige vogel Kolp, die achthonderd jaar geleden door de mensen was doodgeslagen. Niemand had ooit zijn lijkje gevonden, want de wind had het met zich meegedragen en het op het eiland in het zand gelegd.

Hoe langer de jongen speelde, hoe betoverender het vogelbeentje zong; tijd bestond er niet meer, gisteren was vandaag geworden en vandaag was gisteren en gisteren was morgen. De uren en dagen waren weggevallen, op het plekje waar de jongen speelde was de hele wereld te vinden, alles was samengesmolten.

Op een keer hield de jongen op met spelen. Hij ging weer naar de mensen en toen gebeurde er iets wonderbaarlijks. Als het vogelbeen zong, beleefde iedereen een ander verhaal. Het gezang was een lied, er waren klanken, maar er was ook een verhaal. Wie bijvoorbeeld iets verloren was, wist plotseling waar hij het terug kon vinden. Wie zich zorgen maakte, wist plotseling hoeveel die zorgen waard waren en meestal was dat niet veel. Wie door de dood een goede vriend verloren had, wist nu opeens waar hij was. Niet weg, nee, hij was hier, naast hem. En de allergelukkigste mensen zweefden heel, heel hoog in de lucht; ze waren als de heilige vogel Kolp, ze waren wolken en hemel en vuur en zand, ze waren lachen en tranen en regen en zon, maar ook waren ze een boom.

Ja, toen de jongen op het vogelbeen speelde, was alles goed. Het was, alsof de heilige vogel Kolp nog leefde.

Wanneer kan jij gelukkig zijn en hoe doe je dat?

Je zoekt naar rust in je hoofd, naar vrede in jezelf? God? Spiritualiteit? Verbinding? Innerlijke rust? Verlichting? Vrede? Tevredenheid? Vreugde? Je zoekt verdieping, je wil weten wat de zin van het leven is? Of zoek je niet zoveel? Of niks eigenlijk?

Veel mensen zoeken het. Maar het is er altijd al. Als je het wil vinden, hoef je niet ver te zoeken. Het zit allemaal al binnen in je. In jou. En in iedereen. We zijn allemaal met elkaar verbonden, is wat ik geloof. Wat je geloof of niet-geloof ook is.

Dit sprookje is een lang en lang geleden keer op keer doorverteld verhaal. Maar volgens mij is het de werkelijkheid.

En het vertelt hoe je gelukkig kan zijn. Alleen heb je geen muziek uit een vogelbeen van een heilige vogel nodig om te beseffen dat alles goed is. Dat kun je gewoon zelf.

Het nare is alleen dat de heilige vogel door de mensen is doodgeslagen. En dat is precies wat er volgens mij keer op keer gebeurt. Je slaat het gelukkig zijn in jezelf kapot. Je slaat de tevredenheid in jezelf stuk. Veel mensen slaan daardoor ook anderen stuk, soms letterlijk.

Hoe kunnen we samen als de heilige vogel zijn en wolken en hemel en vuur en zand en tranen en lachen en regen en zon en een boom, terwijl we dat ook weten?

&

Strijd tegen de warmte – 6 tips die echt werken

Tips tegen de warmte die echt werken
Koele voeten

Ik heb een hekel aan de hitte in de zomer. Verkoeling nodig? Ik heb tips tegen de warmte die echt werken. Ook kleine kinderen hebben er zeker weten baat bij. Er zijn vele adviezen te vinden om de zomer door te komen als je niet van de warmte houdt, maar de meeste tips die ik tegenkom, zijn zo voor de hand liggend dat ik er niks aan heb. Of ze helpen voor geen meter en zijn alleen maar leuk verzonnen. Maar wat nou als je ziek wordt van de warmte overdag en er ook nog de hele nacht van wakker ligt? Wat nou als je kleine kind duidelijk last heeft van de hitte?

Uit de zon blijven… serieus?! Je zoekt toch tips tegen de warmte die echt werken?

Uit de zon blijven. Ja. Dit is een tip die ik tegenkom. Natuurlijk blijf je uit de zon als je gek wordt van die warmte. Logisch toch. Veel adviezen tegen de hitte had je makkelijk zelf bedacht. Uit de zon blijven doe je automatisch. Net als op het heetst van de dag binnen blijven. Tenminste als dat kan. Die tips tegen de warmte werken niet echt, dat is het soort tips om aandacht te trekken met een stukje tekst, terwijl diegene niet spreekt uit ervaring.

Soms weet je van tevoren al dat de tip niet gaat werken.

Hitte accepteren?

Ja en nee.

Zelf kan ik bijzonder slecht tegen de hitte. Ik verbrand snel, maar word ook gewoon niet goed van die warmte. Ik word er letterlijk beroerd van als de temperatuur stijgt. Ook wanneer ik me erbij neerleg dat het zo heet is.

Ik heb lang gedacht dat ik de zomer en de zon leuk moest vinden, zoals bijna iedereen dat lijkt te doen. Maar ik vind het niet leuk. Ik heb een hekel aan de hitte in de zomer. Daarom doe ik alles om zo koel mogelijk te blijven. Het is toch fijn als je iets kunt doen om je beter te voelen.

Als je niet tegen de warmte kunt, heb ik 7 tips voor je die echt werken.

Tips die er zeker voor zorgen dat jij je meteen fijner voelt wanneer je ze toepast. Ook kleine kinderen kunnen met deze tips goed koel blijven, zowel overdag als ’s nachts. Al het onderstaande voer ik namelijk zelf uit als ik me onprettig of ziek voel door de warmte. En dan voel ik me weer kiplekker! Het makkelijkst is wanneer je thuis bent, maar ook wanneer je naar je werk moet, kun je met een beetje creativiteit en brutaliteit een heel eind komen.

1. Ga zitten met je voeten in een emmer koud water.

Wanneer je er even uit moet, ga dan vooral niet je voeten afdrogen. Juist het water op je huid zorgt dat je fris blijft.

2. Maak een handdoek goed nat en hang die over je schouders.

Wanneer je thuis zit, is dit makkelijk uit te voeren en het is iets waar je enorm van opknapt. Een natte handdoek en het liefst een grote zorgt onmiddellijk dat je je stukken beter voelt. Het werkt het best wanneer je bovenlijf zo bloot mogelijk is. Maar over een hemdje kan natuurlijk ook prima.

Zit je op je werk waar je niet zoveel privé zit? Als je alleen tegenover je collega zit te typen en te bellen, kan je best een natte handdoek over je schouders leggen. Maar als je een bus bestuurt, is dat wat moeilijker. Dan zou je een sjaaltje goed nat kunnen maken en dat in je nek en over je borst leggen, of een klein handdoekje.

Wanneer deze tip voor jou moeilijk uit te voeren is, dan is tip 5 misschien praktischer.

3. Ga ’s nachts onder een natte handdoek liggen.

Geen lakens in de vriezer, geen koele dekens. Dat werkt natuurlijk voor geen meter. Ook alleen onder de sloop van je dekbed liggen is veel en veel te warm. Koude lakens zijn binnen een paar minuten opgewarmd. Dat zijn tips tegen de warmte die echt niet werken en zelfs helemaal niets doen. Ook zonder iets over je heen is het te heet om te kunnen slapen! Je temperatuur is te hoog en daardoor voel jij je beroerd.

Wil je het ’s nachts zelfs koud krijgen zodat je daarna onder je warme laken of deken kunt kruipen? Kan je kind niet slapen door de warmte?

Neem een groot badlaken of gewone handdoek en maak die goed nat. Echt drijfnat zodat het lekt is misschien teveel van het goede, omdat je bed dan ook nat wordt, maar doe vooral wat je zelf prettig vindt. Zo nat dat het lekker doorweekt is, maar niet lekt, vind ik het best.

Ga er onder liggen en geniet van de kou. Vooral ook lekker op je voeten leggen. Je zult merken dat je veel beter slaapt. Als je het na verloop van tijd koud krijgt omdat de nacht afkoelt, gooi je je natte handdoek gewoon aan de kant.

4. Trek ’s nachts natte sokken aan.

Wanneer je de natte handdoek iets teveel van het goede vindt, of juist nog meer verkoeling wil, dan werkt het fantastisch om natte sokken aan te doen. Die handdoek verschuift na een tijdje en ook hete voeten zorgen ervoor dat je niet kunt slapen. Wanneer je je sokken goed nat maakt, blijven die lekker op hun plaats. Heerlijk koud.

5. Maak je kleding nat.

Volgens mij kan bijna iedereen dit doen. Natuurlijk is het alweer het makkelijkst wanneer je thuis bent, maar je kunt vrijwel alles nat maken. En het geeft echt enorm veel verkoeling. Dit is de tip voor overdag die het beste werkt. Zeker ook voor kinderen.

Giet een paar bekers water over je rok of broek. Ga in de weer met een plantenspuit. Hou je shirt en broek onder de kraan. Verzin het maar. Een spijkerbroek of spijkerrok blijft lekker lang fris. Katoen neemt veel water op en blijft lang vochtig. Beetje opgedroogd? Dan weer langs de kraan.

Alleen voor mensen met een dik uniform lijkt het me wat lastiger, maar misschien kun je je hemd of shirt eronder nat houden. Een plantenspuit binnen handbereik moet toch kunnen. Of maak alleen je broek of rok nat omdat dat minder opvalt. Ook gedeeltelijk natte kleding geeft al enorm veel verlichting in de warmte.

Alle sportkleding is er tegenwoordig op gemaakt om je goed droog te houden, maar zoek nu juist kledingstukken die lekker nat blijven.

6. Zet een hoed op.

Moet je langere tijd echt buiten zijn of wil je dat? Ook wanneer je gek wordt van de zon? Zet een hoed op. Pet mag ook, maar een hoed is beter. En dan niet zo’n dun lichtdoorlatend strooien gevalletje zonder rand, dat helpt nog niks. Ja, het gaat eronder zweten, maar de schaduw op je gezicht en op je schouders en nek is echt veel koeler dan met je hoofd in de volle zon lopen.

7. Houd ijsklontjes paraat.

Wanneer je een baan hebt waar je onberispelijk moet blijven – voor zover dat lukt in de hitte – en er is dus geen airco, houd dan een voorraadje ijsblokjes klaar. Leg er een paar in een bakje en laat regelmatig je handen en polsen ijskoud worden. IJsblokjes in je mond kan natuurlijk ook.

8. Alles bij elkaar!

Met 25 graden hoeft het misschien niet. Maar 29? Pfff. En met 34 graden in het vooruitzicht, weet ik wel zéker wat ik dan ga doen. Zo gauw het mogelijk is, zit ik met mijn voeten in een emmer koud water, heb ik een doorweekte rok die lekker lang nat blijft, hangt er een kletsnatte handdoek over mijn blote schouders en lig ik ’s nachts onder een natte handdoek en heb ik natte sokken aan. Als ik in een pretpark ben met 30 graden in de volle zon, heb ik een hoed op die de zon echt tegenhoudt.

Mijn tips die serieus werken tegen de afschuwelijke warmte, ook als je echt niet tegen de hitte kunt. Probeer maar!

Hittegolf? Geniet van de koelte!

&

Een hekel aan de hitte in de zomer is normaal

Een hekel aan hitte in de zomer.
Brandblusser…?

Waarom je de hitte in de zomer en de hete zon gewoon hartstikke vreselijk mag vinden. Lang heb ik gedacht dat het tussen mijn oren zat en ik heb ook lang het idee gehad dat het niet normaal was om een hekel te hebben aan de hete zon, de hitte en het zogenaamd mooie weer in de zomer. Het lijkt altijd alsof iedereen erg geniet van de zon en zelfs van een hittegolf. Ik niet. Mijn tips tegen de warmte helpen dus echt.

Heb jij een hekel aan de hitte in de zomer?

Ik wel.

Natuurlijk word je gewaarschuwd wanneer het heel erg warm wordt en moeten vooral ouderen en baby’s en kleine kinderen oppassen in de warmte. Maar wat als je nou niet geniet van de warmte? Er wordt toch meestal verwacht dat je de zomer heerlijk vindt.

Lekker op een terras, fijn naar het strand, vertoeven aan of in een zwembad en dat allemaal in de snikhete zon.

Alsof dat leuk is.

Op vakantie naar tropische oorden met het vliegtuig, omdat het in Nederland nou niet altijd zo prachtig is. Maar de laatste jaren waan ik mij in Spanje of nog erger en warmer. Ik ben ooit naar Thailand geweest en naar Vietnam, om iets mee te krijgen van een andere cultuur. Ooit ging ik ook nog wel op vakantie naar een warm land omdat ik daar niet zo goed over nadacht… Maar wat deed ik voornamelijk?

Zeuren.

Mijn mede vakantiegangers werden altijd gek van mijn geklaag.

Elk uur of soms wel elke minuut kan ik zeggen dat ik het zo warm heb.

Het is zo héét!!! Oh, wat is het heet! Ik zweet me de ….! Ik voel me zo …! Wat een … hitte! Oh … wat heb ik het … héét!”

En op de puntjes horen dan allerhande scheldwoorden. Sorry.

Ik krijg meestal te horen dat het heus niet minder warm wordt als ik steeds zeg dat ik het zo heet heb. En dat iedereen zweet. Dat wanneer ik er niet zo over zeur, dat het dan best meevalt. Ik moet me eroverheen zetten.

Ik moet proberen ervan te genieten.

Als ik bedenk dat ik het heerlijk vind, dat ik er dan vanzelf van geniet. Het zit dus in mijn hoofd, dat ik last heb van de warmte.

Voor een deel zit daar iets in. Je bent je gedachten niet – en toch weer wel. Wanneer je dingen kunt accepteren zoals ze zijn, scheelt dat een hoop stress, want de meeste stress zit in je hoofd. Zeker waar. Maar waarom voel ik me dan niet beter als ik dat doe?

Waarom voel ik me dan nog steeds beroerd in de hitte?

Omdat het toch niet zo werkt. In ieder geval niet met warmte waar je een hekel aan hebt, of liever gezegd, de hitte in de zomer waar je gewoon niet goed tegen kunt. Ik ben er sinds kort achter dat het gegeven dat ik me ziek voel in zulke hoge temperaturen, een lichamelijk feit is.

Het zit niet in mijn hoofd.

Nou heb ik ergens gelezen dat vooral dikke mensen en mensen die te weinig zweten erg last hebben van de warmte. Dat zal best zo zijn, maar je kunt je ook absoluut ziek voelen door de warmte als je dun bent en genoeg zweet: daar ben ik het levende voorbeeld van.

Mijn lijf wordt letterlijk enorm langzaam en mijn hersens functioneren niet meer zoals ik gewend ben wanneer de temperatuur stijgt. Ik kan niet meer helder denken, mijn spieren voelen als elastiek, mijn voeten doen pijn, ik voel me echt slap en ziek en wazig. En ik zie er ook nog uit als een natte tomaat. Dat is niet omdat ik de hitte en de zon niet leuk vind, maar omdat mijn lichaam zo reageert op die hitte.

Vanzelf. Spontaan. Genetisch.

Net alsof je verkouden wordt of je teen stoot; dat ongemak en die pijn zijn niet psychisch. Het is niet zo dat wanneer je er anders mee leert omgaan, dat het dan overgaat. Het zijn geen gedachtes. Het is niet zo dat als je maar accepteert dat je verkouden bent, dat het dan weggaat. Je teen stoten doet heel erg pijn. Dat is het resultaat van je lichaam en een factor daarbuiten. En zo is het ook met die warmte.

Ik stel me niet aan. Ja tuurlijk, er zijn ergere dingen, maar daar gaat het nu even niet over. En nee, zeuren helpt niet. Maar het is soms gewoon fijn. Om te zeggen hoe je je voelt. Zodat ze het snappen.

Niet dus.

Wat ben je wit! Jij moet nodig in het zonnetje.

Echt niet. Niet in de zon.

Lang geleden heb ik een soort van alsof gedaan. Meegedaan. Omdat iedereen bruin wilde zijn en dat normaal was. Ik wilde ook een bruin kleurtje en niet steeds voor gek worden verklaard omdat ik zo wit was. Gewoon doen wat de meesten doen. Net zoals het plaatsen van foto’s op social media normaal gevonden wordt, leek het vroeger alleen normaal als je uren in de zon ging liggen bakken.

En dat deed ik dus ook…

Daar ben ik overheen gelukkig. Dan maar wit en ook in de zomer. Zo ben ik van nature. Prima toch. Ik vind het zelfs mooi.

Nu is er steeds meer bekend over de nare gevolgen van teveel zon en verbranden en val je minder op als je je goed insmeert. Maar een aantal jaren geleden nog kreeg ik altijd commentaar op factor 50. Behalve dat ik slecht tegen de hitte kan, verbrand ik ook snel. Er zijn natuurlijk erg veel mensen die nog wel uren in de zon gaan liggen of onder de zonnebank gaan, of zich van top tot teen met bruiningscrème insmeren, maar ik wil nu gewoon lekker wit zijn.

Maar er is nog iets.

Het idee dat je naar buiten moet wanneer de zon schijnt en zelfs in de zon moet zitten.

Behalve de bruin of wit vraag en het feit dat sommigen serieus slecht tegen de warmte kunnen, is er sociale druk. Je wordt geacht te doen wat de meesten doen. En in sommige situaties is het dan best moeilijk om te doen wat je zelf prettig vindt. Er wordt vaak vanuit gegaan dat iedereen blij wordt van de hete zomerzon.

Mijn vader zat met de hitte altijd het liefst binnen.

En dat vonden de meesten een beetje raar. Hij viel op. Het werd wel geaccepteerd, maar zeg nou eerlijk, wie gaat er nou binnen zitten met dat mooie weer? Zelfs toen er nog geen internet was, was er blijkbaar veel invloed van anderen.

Wie gaat er nou vrijwillig binnen zitten in de zomer?

Dat is zo ongezellig. Iedereen viert feest. In voortuinen en op balkonnetjes worden lekkere drankjes gedronken. In achtertuinen zijn ze in de zon aan het barbecueën.

Je moet toch lekker naar buiten en van het zonnetje genieten?

Je moet toch gewoon mee op een terras?

“Es, je gaat toch niet alleen thuis blijven met dat mooie weer, ga gezellig mee naar het strand!”

Ja, dat deed ik soms. En andere dingen ook waarbij ik het werkelijk bloedheet had en niet wist waar ik het zoeken moest.

Met collega’s wandelen tijdens de lunchpauze. In de snikhete zon iets drinken. Met een verjaardag bij alle visite in de tuin zonder schaduw. Met een teamuitje bij een restaurant buiten eten zonder parasol, omdat iedereen vanzelfsprekend in de zon zit.

Je voelt je toch een buitenstaander wanneer je met het prachtige weer niet meedoet.

Maar ook daar ben ik overheen. Het is prima om in de schaduw te blijven, ook in je eentje. Het is oké om binnen te zitten als de rest buiten zit en het ook met een parasol niet te harden is. En soms kan het niet anders of wil je niet anders en moet je even doorbijten.

Heb jij ook een hekel aan de hitte in de zomer?

Je wijkt af van het gemiddelde. Je bent niet normaal.

Althans zo lijkt het.

Maar.

De andere mensen die de warmte en de brandende zon niet fijn vinden, die zie je natuurlijk niet. Die hebben het ook vast gezellig, maar alleen anders.

Het heeft even geduurd, maar nu zit ik dus ook vaak binnen in de zomer. Niet altijd natuurlijk, maar ik vind het normaal.

Ik heb een hekel aan die bloedhete zon in de zomer en die afschuwelijke hitte.

Ik voel me er ziek door.

Maar weet je wat nou zo fijn is? Zodra ik een supermarkt binnenstap, voel ik me op slag vrolijk en fit en zo fris als een hoentje. Mijn ziekte verdwijnt onmiddellijk. Ook als ik er niet over heb nagedacht van tevoren, want boodschappen worden gewoon gehaald, ook met een langzaam brein en een traag lichaam.

Lekker weertje joh.

Mwah. Geef mij maar een pak sneeuw.

Ook zo’n last van de warmte? Lees dan vooral Mijn 6 Tips tegen de warmte die echt werken!

&

Is heel oud worden wel zo leuk?

Wat als jij het enige blaadje aan de boom bent?

Een week geleden overleed de vader van een kind bij mijn kinderen op school. Een basisschool welteverstaan. Die vader was een paar jaar ouder dan ik. We willen meestal niet dood. Maar is het wel zo leuk om heel erg oud te worden? Je kunt je afvragen wat er fijn aan is, hoewel we dat meestal iedereen en onszelf toewensen. We gunnen iedereen een lang en gelukkig leven. Eerder schreef ik over regels voor verdriet, die er volgens mij dus niet zijn.

Het lijkt wel of iedereen zo oud mogelijk wil worden.

Enkele uitzonderingen daargelaten. We zijn meestal erg verdrietig als er iemand doodgaat van wie we houden. En we leven mee met degenen die een dierbare hebben verloren. Des te jonger iemand is die sterft, des te erger lijkt het toch te zijn. Een jonge vader die veel te vroeg gemist moet worden door zijn vrouw en kinderen. Ouders die hun kinderen verliezen. We vinden het erg als iemand doodgaat en hebben zelf verdriet of leven mee met andermans verdriet.

Vanochtend sprak ik iemand van 91 jaar oud.

En ik heb hem niet gevraagd of hij het leuk vindt om heel oud te worden. Maar ik realiseerde me later dus dat het nog maar de vraag is of het fijn is. Nou bedoel ik zeker niet dat we maar moeten hopen dat het leven snel ophoudt. Maar:

Voor wíe is het eigenlijk leuk als we heel oud worden?

Wanneer iemand jong sterft, is het voor de omgeving bijzonder naar. Je moet iemand missen die er nog voor je had kunnen zijn. Voor wie jij er nog had willen zijn. Iemand met wie je nog van alles had willen doen, is er niet meer. Mensen worden weggerukt in de bloei van hun leven. Of zelfs voordat hun leven goed en wel begonnen is. En dat is vreselijk.

Maar waarom zeggen we dan zo vaak dat je moet stoppen op het hoogtepunt?

Je wilt niet aftakelen als topvoetballer.

Of als tennisser nu wedstrijd na wedstrijd verliezen terwijl je vroeger de beste was. Een acteur die eerst wordt gezien als de beste, wordt afgeschreven wanneer er een paar films floppen. Of wanneer hij of zij te oud wordt! En diegene verdwijnt langzaam uit beeld. Er wordt soms zelfs negatief over diegene gepraat. Ze zeggen dan dat je beter kunt stoppen op je hoogtepunt, anders is het zo’n afgang.

Omdat het anders zo sneu is.

Ja, we gaan wel met pensioen en dat is vaak niet het hoogtepunt. Maar toch. Stoppen op je hoogtepunt wordt soms als positief gezien als het om grote prestaties gaat.

Ik wil trouwens niet beweren dat acteren en topsport uit grotere prestaties bestaan dan bijvoorbeeld het werk dat een buschauffeur doet, een chirurg, een leerkracht, een postbode, een timmerman of een kassière. Wanneer een dokter zou stoppen op het hoogtepunt in zijn carrière, zou dat behoorlijk jammer zijn.

Het geldt dus niet voor alles.

Maar waarom zeggen we dat? Hoezo mag je niet aftakelen of minder presteren in vergelijking met anderen?

Wat is er zo erg aan doodgaan in de bloei van je leven?

Die meneer van 91 jaar oud was vanochtend zelf een behoorlijk eind naar de supermarkt gelopen. Ik had hem al geruime tijd niet gezien, maar hij wist nog precies wie ik was. En toen ik hem sprak, dacht ik aan die vader van school. Die had de helft van het leven van deze meneer geleefd. De helft van de tijd bedoel ik.

Die meneer van 91 rijdt af en toe met zijn kleindochter op een tandem en geniet daarvan. Maar hij heeft al een behoorlijke tijd geleden zijn vrouw verloren. En het eerste wat hij tegen me zei, was dat hij nu zijn dochter ook moet missen. Die is namelijk ook overleden een tijdje terug.

En hij zei dat dat het ergste is wat je als ouder kan overkomen.

Het alleroudste blaadje.

Als vader of moeder je kind verliezen, is volgens mij de grootste nachtmerrie voor iedereen. In ieder geval wanneer dat kind nog een kind is of een jonge volwassene. Maar je kind verliezen dat als volwassene sterft omdat je zelf 90 wordt, is dus ook heel erg.

Wat is er zo leuk aan heel erg oud worden?

Heel erg oud worden is misschien alleen echt leuk als iedereen heel erg oud wordt.

En dan nog het liefst helder van geest en lichamelijk fit. Wanneer je 110 wordt terwijl iedereen om je heen doodgaat, kan je dan nog wel echt genieten? Wat als je partner er niet meer is, je zus niet, je broer niet, je vriend niet en je buurvrouw niet? En wat als je zelfs je kinderen overleeft?

Het was echt het enige overgebleven blaadje. Het bleef nog dagen alleen in de boom hangen.

Kunnen we dan maar beter vroeg doodgaan?

Ik zeg nee.

Ik overleef liever mijn kinderen dan dat zij mij moeten missen. Ik bedoel dan ook absoluut dat ik hoop zij ook heel erg oud worden, maar ik nóg veel ouder. Ik blijf liever zielsalleen over in een bejaardentehuis, dan dat ik nooit oma word of dat ik mijn kinderen niet kan zien opgroeien. Dus ik wil zeker niet dood in de bloei van mijn leven.

Ik denk dat dat de kracht is van het leven.

Want anders zouden we allemaal onmiddellijk mee willen met degene die overlijdt. Dan zou er niemand overblijven. We gaan door met leven, ook met verdriet en gemis. Hoeveel pijn het ook doet. We willen meestal heel oud worden, ook als dat misschien helemaal niet zo leuk is. En we gunnen iedereen een lang en gelukkig leven. Maar zo gaat het helaas vaak niet.

We hebben het niet voor het uitkiezen.

Wie of hoe of wat je ook bent. Iedereen is gelijk en iedereen is hetzelfde. Er is maar één ding dat zeker is in het leven.

We gaan allemaal dood.

Maar ik weet dat ik met iedereen van wie ik hou, ook wanneer ik eerst heel, heel erg oud word, ooit weer echt samen ben.

Pap, ik zie je

&

Verdriet en rouw en waarom er geen regels voor zijn

Er bestaan geen regels voor je verdriet.
Gevoel of verstand?

Mijn vader is dood en dat vind ik oneerlijk. Mag dat wel? Wanneer je een bepaalde leeftijd bereikt, ga je je volgens mij vaker afvragen hoe lang je zult leven. In ieder geval doe ik dat zelf. Want mensen om je heen worden ouder en gaan vaker dood. Je wordt zelf ouder en het leven is soms niet meer zo vanzelfsprekend. Als het dat ooit al was. Wat zijn de regels voor rouw en verdriet?

Je leeft. Je gaat dood. En je leeft lang. Of je leeft kort. En wat is dat dan? Lang? Of kort?

Zijn er regels over hoe lang of hoe erg je verdriet mag of hoort te zijn?

Vanochtend keek ik een dvd met daarop mijn vader. Hij was de bassist in een groot koor en bij een optreden in de schouwburg is een opname gemaakt. Mijn dochter pakte vanochtend spontaan die dvd tussen een lading dvd’s uit en vroeg: “Mama, wat is dat? Mag ik dat zien?”

Voordat we naar school gaan, zie ik dus onverwacht mijn papa levensecht voor me. Goede muziek, goed koor, goeie bassist. Hij staat er niet duidelijk op, maar ik kan zijn grijze bolletje duidelijk herkennen. Met een close-up van het combo is hij heel eventjes dichterbij in beeld. De vertrouwde gezichtsuitdrukking en zijn bewegingen, zijn mee mompelen met de zang.

Ik voel me blij en verdrietig tegelijk.

Ik vind het oneerlijk dat ie dood is.

Want hij had nog veel ouder kunnen worden. En hij was nog lang niet klaar om dood te gaan. Mijn kinderen waren te klein om hem zich nog te kunnen herinneren. Dus ze kennen hem alleen van foto’s en van mijn verhalen. En nu zien ze hem vaag in beeld. Opa. Maar niet zoals ik hem zie. Voor mij is het plaatje compleet.

Mijn herinnering.

Tastbaar kan ik hem horen. Ik zie hem met geluid en gevoel.

Zij niet. Zij zien een onscherp beeld van een hoofd van een meneer met grijs haar achter een hoop andere mensen. Opa. Lieve papa. Ik wil hem knuffelen maar dat gaat niet meer. In vind het niet eerlijk.

En dan krijg ik ’s middags bericht dat iemand onverwacht en plotseling is overleden. De vader van een kind bij mijn kinderen op school.

En ik voel me schuldig.

Want wat bof ik eigenlijk. Wat heb ik nou te klagen?

Dat kind is elf of misschien twaalf en zijn vader is zomaar dood. Opeens. Je bent een klein kind en je hebt al geen vader meer.

En ik heb verdriet om mijn vader en wil graag dat hij opa is voor m’n kinderen. Ik wil dat hij bij me komt eten. En dat hij zijn fiets parkeert voor het raam. Ik wil hem opbellen. Hem piano horen spelen. Ik wil dat hij de bassist is in dat koor en niet die andere die kwam omdat hij dood ging.

Eerlijk? Ik vind het oneerlijk dat ie dood is. Overtreed ik nu de regels van rouw en verdriet?

Want wat zeur ik nou?

Ik was zelf al moeder en heb nog afscheid kunnen nemen van mijn vader. Ja, hij is te vroeg dood gegaan. Maar wat is te vroeg? Hij had nog honderd kunnen worden. Zo hoort het, vind ik. Maar er zit nu een kind van elf zonder vader.

Dit kind heeft nu al geen vader meer. Dat is pas oneerlijk.

Zomaar, pats. Weg.

Baby’s sterven, kinderen gaan dood en er sterven mensen van zesendertig die kleine kinderen achterlaten. Er zijn mensen die doodgaan als ze 95 zijn. Als je moeder of vader 95 is, jong van geest, voor zichzelf zorgt, lekker in de tuin werkt en dan dood neervalt, mag je dan geen verdriet hebben? Mag je dan minder verdrietig zijn? Is je verdriet groter als je vader doodgaat wanneer je veertien bent, dan wanneer je achtendertig bent?

Zijn er regels voor verdriet en rouw?

Ik weet het niet.

De band die je met elkaar hebt, is natuurlijk ook van belang. Tenminste, dat zou je denken. Iemand die je erg lief vindt, daar hou je meer van. En daar heb je dus meer verdriet van. Of niet? Als je weinig of geen contact hebt met iemand, ook al is dat je vader of moeder, is het dan minder erg als die dood gaat?

Ik heb een aantal boeken over rouw gelezen en het staat me bij dat er ook een levensgroot verdriet kan zijn om iemand met wie je het contact had verbroken. Dus je zag je moeder nooit meer, omdat je dat niet wilde, maar nu ze dood is, heb je toch enorm veel verdriet. Omdat je dan zeker weet dat de band nooit meer zal worden zoals je dat graag had gewild.

Verdriet.

Om de persoon en het gemis.

Verdriet om hetgeen dat was en wat je nu mist.

Of verdriet om dat wat had kunnen zijn en om wat gemist is.

Allebei.

Wat is het verschil?

Is er wel een verschil?

Kun je oordelen? Ja, dat kan. Waarschijnlijk doet iedereen dat ook wel. Want we oordelen de hele dag door. Het lijkt toch stiekem wel of er regels bestaan voor de duur van je rouw en de ernst van je verdriet. Maar is dat terecht?

Iemand die een kind kwijt raakt en het leven weer op pakt en ook nog blij kan zijn, is dat verdriet dan niet diep? Houdt diegene dan niet van dat kind? Of moet diegene de rest van zijn leven blijven treuren? En iemand die vreselijk veel verdriet heeft om zijn vader, terwijl die stierf op zijn honderdste na een goed leven, is dat dan niet terecht? Stelt die zich aan?

Iemand die na het overlijden van een dierbare na een paar dagen weer aan het werk gaat en nergens last van heeft, is dat raar? Of normaal? En iemand die zich vier jaar na iemands overlijden elke avond in slaap huilt, is dat raar? Of normaal?

Verdriet en rouw zijn niet gebonden aan regels.

Gevoel is niet gebonden aan regels. Je voelt wat je voelt. Of niet voelt. En dat mag.

Besef dat hetgeen je iedere dag doet, zomaar voorbij kan zijn. Pats. Weg.

Leef.

&

Social Share Buttons and Icons powered by Ultimatelysocial