Lieve papa

 

Ik zit bij je thuis

in mijn oude huis.

Jij ligt boven in bed.

Het is alsof ik net

onderaan de trap

heb geroepen: “Páp!”

Binnen met mijn eigen sleutel,

meestal met een kleine keutel,

of eigenlijk vaker met twee.

M’n mooie kinders gaan graag mee

even naar opa op de fiets,

voor een Milky way of voor niets.

Ik zit nu buiten in je tuin,

het is te warm; ik word niet bruin.

Jij houdt ook niet van hitte.

De laatste tijd wel van pitten,

slápen… en je had het koud!

Papa die van warmte houdt?!

Pyjama’s heb ik gehaald

en met jouw pinpas betaald.

Pap, ik zit naast je bed.

Het is alsof ik net

heb gezegd: “Ben je wakker, pap?”

Je ligt daar zo stil en zo slap.

Oh, gelukkig… Je bent niet dood…

“Moet ik Brinta halen of brood?”

“Es, ben jij dat?

Er is weer wat…

Kun je naar de apotheek?

En boodschappen voor een week?”

Je had hulp nodig.

En overbodig

 om te zeggen misschien,

maar ik had graag gezien

dat ik langer had gehad

om dit of dat

voor je te doen.

Meestal een zoen

voor ik weer wegging

en jij je eigen ding

kon doen.

En toen

naar Hospice Dignitas,

waar ik elke dag was.

Om bij je te zijn.

Ik ben niet meer klein, maar jíj bent

míjn pápa, weet je!

Ik hou van je en

niet zo’n klein beetje!

Pap, ik zit naast je bed.

Het is alsof ik je net

in de Deka heb gezien.

Met een kar en misschien

twee dingen erin ofzo.

Maar een mandje is zo

onhandig vind jij.

Pap, jij bent voor mij

de allerbeste ooit.

Ik vergeet je nooit.

Ik probeer over je te schrijven,

maar alle dingen blijven

te weinig op papier.

Wat je hier

hebt betekend voor mij,

is zoveel meer dan jij

je realiseert.

Wat ik heb geleerd

van jou is zóveel.

Nog elke keer deel

ik vele dingen met jou;

groot, klein, en of het nou

belangrijk is of niet,

zoals jij het ziet

is er geenéén.

En zo meteen

zeg je gewoon:

“Es, doe niet zo moeilijk.

Niet lullen, gewoon doen.”

En ik zit nu te lachen,

gewoon om toen.

En tegelijk zit ik te janken.

Ik hoor de vertrouwde klanken

van jou.

En nou

zit ik naast je bed.

Het is alsof ik je net

hoorde ademhalen.

Je buik zag dalen.

Pap, ik zit naast je bed.

Het is nog maar net,

maar jij bent dood.

En ik ben groot,

maar niet groot genoeg.

Het is veel te vroeg.

Ik wil niet dat je weggaat!

Ik wil dat je opstaat!

Pap, ik had geen betere papa

kunnen wensen.

Ik wil je niet missen

en van alle mensen

die ik ken

schrijft mijn pen

het moeilijkst voor jou.

Het is teveel om nou

op te schrijven.

Maar we blijven

bij elkaar.

En elk jaar

dat ik nog leef,

elke minuut beleef

ik met jou samen.

En zó kwamen

we uit de VU

en zó was het nu

dan écht einde verhaal.

Ik herinner het me allemaal.

Je kotsbakje erbij,

of gewoon met mij

aan tafel, gezond en wel.

Of met je slipper een lel.

Alles tolt in mijn hoofd.

En ik heb je beloofd

dat ik je nooit vergeet.

Ik wil dat je weet

dat dat niks anders is dan waar.

Maar met dit lichaam ben jij klaar.

Je leeft voort in mij

en vele anderen erbij.

Pap, ik zit bij je bed.

Ik heb je slippers klaargezet.

Je kunt er zó in stappen

en straks nog grappen

maken als je wil.

Misschien heb je mijn gegil

nog gehoord, toen je wegging.

Het maakt niet uit. Er is één ding

dat ik nog wil zeggen

en niet uit kan leggen.

Pap, ik ben bij je

tot in de eeuwigheid.

Pap, ik zie je!!!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.