Contact na de dood (Deel 1)

Detailfoto van stukje notenbalk, met daarop een enkele noot en daaronder de handgeschreven tekst: "you."
Papa waar ben je?

Contact na de dood bestaat. Echt.

Hoe bedoel je?

Nou precies hoe ik het zeg. Letterlijk. Leven na de fysieke dood bestaat. Je ziel of hoe je het ook wil noemen, houdt niet op te bestaan als je dood bent. Alleen je lichaam sterft. En met die ziel is contact mogelijk. Voor mij is het geen geloof maar een weten.

Ik weet het zeker.

Hoe kun je dat nou zeker weten?

Tekens, signalen, seintjes. Ik heb dingen meegemaakt sinds mijn vader dood is. Neem van mij aan dat ik dit niet zomaar beweer.

Ben jij zo’n vaag medium?

Nee.

Ben je een oplichter?

Nee.

Heb je een glazen bol?

Nee. Ook niet.

Mmmmm. Tsja. Ben je wel in orde?

Je bedoelt psychisch? Jahoor. Geen stoornissen of iets dergelijks. Ik heb wel nieuwe ervaringen gekregen nadat mijn vader was dood gegaan. Die ik dus niet meteen kon verklaren, zoals je verstand dat graag wil doen.

Verschijnselen, gebeurtenissen, gevoelens, gewaarwordingen. Toevalligheden die iets te toevallig waren.

Eerlijk: Ik heb weleens getwijfeld aan m’n eigen psychische toestand. Zou ik gek geworden zijn?

Nee. Dat is niet het geval.

Misschien toch hallucinaties?

Ik heb ooit gewerkt met een ervaren psychiater en die vertelde dat een patiënt overal kabouters zag. Gewoon, overal. Overal waar die psychiater helemaal niks zag. En jij waarschijnlijk niet (tenzij je ervaring hebt met hallucineren) en ik niet.

De ziektebeelden waarbij sprake kan zijn van hallucinaties, zijn niet op mij van toepassing. Je bent trouwens ook niet gek als je hallucineert. Het is een medisch verklaarbaar verschijnsel waarbij je zintuigen iets waarnemen wat er niet werkelijk is.

Zie je wel.

Ik geef het toe.

Die omschrijving komt dicht in de buurt komt bij wat ik soms ervaar. Maar ik weet dat het iets totaal anders is. Mensen die hallucineren zitten meestal voor langere tijd in hun eigen werkelijkheid en hebben bijvoorbeeld last van  angsten.

Die momenten waarop ik kleine dingetjes waarneem, zijn verweven in het dagelijks leven. Op de bank voor de tv, tijdens het autorijden, tijdens het aardappel schillen, wanneer ik naar de supermarkt loop.

Er kan ook sprake zijn van hallucinaties na het gebruik van drugs of medicijnen.

Nee. Dat is het ook niet.

Het komt vast door je grote verdriet.

Er bestaat een soort psychologische verklaring. Voor het feit dat mensen soms opeens onverklaarbare dingen waarnemen als een geliefde is overleden.

Het idee van de definitieve dood en het onverdraaglijke besef daarvan worden als oorzaak genoemd. De gedachte dat het leven absoluut eindig zou zijn, kunnen we niet aan en zou ervoor zorgen dat je hersens je iets leukers voorspiegelen.

We geloven dus liever dat het niet ophoudt. Om ons beter te voelen en om nog ergens op te kunnen hopen.

Klinkt aannemelijk. Heb ik voor mogelijk gehouden.

Maar?

Maar.

Ook een aantal jaren later, vandaag of gister bedoel ik, heb ik nog af en toe die ervaringen. Ook nu het verdriet veel minder intens is. Er zijn momenten dat ik opeens voel dat hij bij me is. Dat ik het zeker weet. Op tijden waarop ik met heel andere dingen bezig ben. Wanneer ik er absoluut niet meer bij stil sta dat hij dood is.

Opeens.

Zonder intens verdriet en gemis.

Is het gevoel er.

Dat ie achter me staat.

Dan heb je het vast gedroomd.

Ik heb verschillende dingen meegemaakt. Sommige daarvan leken inderdaad op dromen. Vooral de eerste keer dat ik een beleving had, leek het op een droom.

En toch.

Ik wist het na die nacht gewoon. Hij is er nog.

“Papa was bij me. Ik heb het niet gedroomd. Ik weet het zeker.”

Zo stond ik die ochtend in de woonkamer. En met die boodschap ging ik onmiddellijk m’n moeder bellen. En met die boodschap ging ik naar m’n broers.

Geloofden ze je?

Ja en nee. Misschien dachten ze toch wel stiekem dat ik het had gedroomd. Nu weet ik het volgende.

Dromen ben je een paar uur later weer vergeten. Of anders wel de volgende dag. Heel soms kun je een flard van een droom langer onthouden, bijvoorbeeld na een nachtmerrie. Sommige mensen herinneren zich niets van wat ze gedroomd hebben.

Ik droom regelmatig zeer levendig en kan ’s ochtends soms rare dromen navertellen. Alleen ’s middags weet ik er niks meer van.

Er is niets van overgebleven.

Maar?

Maar.

Die dromen van mij die dus geen dromen waren, die zie ik ook een aantal jaren later nog precies voor me. Ik hoor ze. Ik kan me het gevoel en de beelden die ik kreeg nog exact herinneren.

Er is niets van verdwenen.

Je hebt gewoon een grote fantasie.

Ja. Dat klopt.

Zo kan ik ook meteen vertellen dat het geen fantasie is. Ik zou graag willen dat ik het zou kúnnen fantaseren namelijk. Dan zou ik het vaker doen.

Toeval?

Sommige gebeurtenissen die niks te maken hadden met een soort zesde-zintuig-gevoelens, en die dus wat mij betreft als echt bewijs telden, werden bestempeld als toeval.

Wat is toeval?

“Toevallig is alleen datgene waarvan de bepalende oorzaken door de waarnemer over het hoofd worden gezien.” (cultureel woordenboek).

Voor mij was het geen toeval. Iets kan ook té toevallig zijn.

Dan is het gewoon onzin.

Voor mij waren het ervaringen die ik nooit eerder had gehad en die ik niet kon plaatsen. Daarom voelde het raar en spannend om te vertellen. En inderdaad: Ik vond er geen herkenning in bij anderen in mijn nabije omgeving.

Kletskoek?

Voordat ik zaken aanneem en redelijkerwijs voor mogelijk hou, gaat er eerst heel wat aan vooraf. Zeker bij zoiets als dit.

Ik heb me verdiept in alles. Alles wat mijn ervaringen bevestigt en alles wat mijn ervaringen onderuit haalt.

Alles neem ik mee. Dus zowel vóór als tegen.

Dus er is leven na de dood?

Ja.

Omdat ik een wetenschappelijke opleiding heb afgerond en heus wat weet over testtheorie, onderzoek, validiteit en betrouwbaarheid, theorieën en hypothesen, heb ik zelf ook getwijfeld.

Ik kan me voorstellen dat wanneer je in een aantal volgende delen van Contact na de dood leest wat ik zoal heb meegemaakt, het voor jou misschien vaag geneuzel is. Dat is het in feite ook. Vooral als je zelf niks vergelijkbaars hebt opgemerkt.

Ik geloof je niet hoor.

Misschien kun je open staan voor het idee dat er meer is. Ondanks je geloof of je niet-geloven. Misschien zit het wel anders dan je tot nu toe voor mogelijk houdt of gelooft of hoopt.

Je probeert me te overtuigen en dat vind ik irritant.

Snap ik helemaal. Misschien heb ik toch je nieuwsgierigheid gewekt.

En als dat helemaal niet nodig is omdat je al overtuigd wás van een leven na de dood, of als je misschien zelf wel onverklaarbare dingen hebt meegemaakt, dan heb ik misschien je geloof of weten bevestigd.

Misschien maak ik je blik ruimer. Misschien kan ik er iets aan toevoegen. Zodat je meer kanten kunt bekijken.

Hoe dan?

Als jij mij een aantal jaren geleden verteld zou hebben dat contact na de dood bestaat, zou ik je wazig hebben aangekeken.

Maar wel geïnteresseerd. Ik hoop dat jij dat ook bent.

Wat heb jij mij te vertellen?

Hoe kan je foto’s plaatsen op social media zonder gevaren?

Foto's op social media zonder gevaren: een extreme detailopname van een rol wc papier, waarvan je alleen het papier ziet, dat wit is met een textuur van ingedrukte stippen in een soort bloemenpatroon
Serieus. Wc papier?

Het plaatsen van foto’s van jezelf en/of je kind op social media brengt gevaren met zich mee. Realiseer je je dat wel?

Zet jij steeds de liefste foto van je kind als profielfoto op Whatsapp?

Deel jij je mooiste vakantiefoto’s met vrienden op Facebook?

Ik vraag me af wat de reden is dat je dat doet. Waarom mensen dat doen. Bijna iedereen doet het namelijk.

Ooit zat ik op Hyves. Zoiets als Facebook. En op een dag kreeg ik een bericht. Dat bericht was wat mij betreft privé, maar voor alle vrienden te lezen.

Schrik.

Waarom ging ik op Hyves?  Ik wilde erbij horen. Mijn collega’s hadden het over niets anders tijdens de lunch. Dus. Ik zette er een foto van mezelf op en ging mensen uitnodigen om

vrienden

te worden. Kennissen, collega’s, familieleden, oude bekenden, oud klasgenoten, je kent het wel. In het begin was ik nieuwsgierig. Gluurde lekker bij anderen om te zien wat die zoal uitvraten. Best geinig en zelf zette ik er weinig op.

Niks is privé. De foto’s van je kind op social media zijn niet alleen voor je vrienden.

Op een dag schrok ik me een ongeluk.

Het stond er al een tijdje.

Iemand feliciteerde mij op Hyves met mijn zwangerschap. In een bericht dat voor iedereen te lezen was. Die mensen die ik nooit in het echt zag of sprak – en zelfs niet op Hyves sprak – hoefden echt niet te weten dat ik zwanger was. 

Vrienden? Welnee.

Ik besefte: dit is niks voor mij. Meteen ben ik voorgoed van Hyves vertrokken. Ik koos er zelf voor om bijna niks te delen, maar dat werd wel voor mij gedaan!

De hele wereld kan het zien.

Bedenk je weleens dat alles wat je op internet zet, door de hele wereld gezien kan worden? Natuurlijk zeggen ze dat websites veilig zijn. Maar heus iedereen kan je foto’s kopiëren.

En er van alles mee doen.

En als jij jezelf op Facebook zet met je blote buik aan het strand? Wat is dan de boodschap naar een kind? Kinderen hebben steeds eerder een mobiel. We proberen ze te leren er veilig mee om te gaan.

Kinderen kúnnen de gevaren van foto’s op social media nog niet overzien.

Zowel basisschoolkinderen als kinderen in de puberteit hebben geen flauw benul van de mogelijkheden, gevolgen en de impact van het internet. En ook niet van de gevaren.

Maar kinderen kopiëren alles wat jíj doet.

Als papa een vakantiefoto van zichzelf in zwembroek naar al zijn vrienden stuurt, dan kan zoonlief toch zichzelf in bad naar al z’n vrienden sturen? En als mama pikante foto’s op Instagram zet, kan haar dochter toch een pikante foto naar haar vriendje sturen? Ja toch? Maar dat vriendje heeft een week later een nieuw vriendinnetje en stuurt dochterlief voor de grap rond op Facebook.

Lachen toch?

Je schattige babyfoto’s op social media plaatsen heeft grote risico’s. Al die hordes geliefden die als inmiddels boze ex-geliefden de intiemste foto’s het internet op sturen met naam en adres erbij?

Je naaktfoto de wereld rond en miljoenen keren bekeken?

Wil jij daar bij gaan horen?

Tuurlijk niet.  Dat zou jouw partner nooit doen.

Oeps – dachten al die anderen dat niet ook?

Een foto van je prachtige kind uitgeprint boven het bed van de buurman?

Overdreven?

Onzin?

Volgens mij niet. Ik bedoel niet dat je niemand moet vertrouwen. Integendeel. Maar de mensen met wie jij deelt, delen het opnieuw. Of ze kijken bij elkaar. En dan is niet iedereen meer te vertrouwen, want het zijn jouw vrienden niet meer. Als ze dat ooit al waren.

Welk voorbeeld wil je je eigen kind geven?

Wat voor voorbeeld wil je je neefje geven? Of je kleine buurmeisje? Of je kleinkind?

Dat het trots mag zijn op zichzelf en zich nergens voor hoeft te schamen?

Ja.

Dat het zichzelf op alle mogelijke manieren moet fotograferen? En zichzelf aan de hele wereld moet (laten) doorsturen, zodat elke willekeurige vreemde of bekende kan doen met die foto’s wat ie wil?

Nee.

Snap jij waarom ik niet wil delen?

Eigenlijk ben ik bang van niet. Omdat ik overal om mij heen zie en hoor en lees dat bijna iedereen overal op zit. Omdat het anno 2018 de normaalste zaak van de wereld lijkt om van alles wat je doet of hebt een foto te plaatsen.

Vakanties, uitjes, hobby’s, verjaardagen, je nieuwe bikini, je nieuwe borsten, je nieuwe auto, je nieuwe tattoo, je nieuwe kind, de nieuwste tandjes van je kind.

Ik vind dit niet normaal.

Ik weiger het normaal te gaan vinden.

Gelikte en gelikete foto’s bekijken en bekeken worden?

Is dat normaal? Op elke social media account zitten? Prachtige foto’s van zogenaamd perfecte levens?

Ik heb geen behoefte om selfies te maken. Is het tegenstrijdig dat ik een blog begin over onderwerpen die soms persoonlijk zijn?

Misschien.

Maar schrijven met een hoger doel voor ogen vind ik iets  anders. En zonder allerlei foto’s van mezelf.

Niemand ziet er altijd op zijn best uit.

Maar zo lijkt het wel. Als er meer aandacht zou zijn voor de binnenkant, zou je erachter komen dat iedereen meer op elkaar lijkt, dan je in eerste instantie denkt.

En achter al die schijnbaar mooie foto’s gaat heel wat leed schuil. Natuurlijk zijn er ook mensen die verdriet delen. Of die werkelijk alles delen. Wat is normaal?

Normaal is wat de meeste mensen doen. Maar moeten we dit normaal gaan vinden?

Ik vind dat ik meer toevoeg als ik foto’s laat zien van de dingen om mij heen. Ook al zit schoonheid wat mij betreft in diepgang en al het andere dan de uiterlijkheden die vergankelijk zijn, toch is er schoonheid om ons heen. En niet alleen bloemen en blauwe lucht enzo. Maar gewoon. Alles.

Het is heel simpel eigenlijk.

Kijk om je heen.

Wat zie je?

Bijvoorbeeld: Zit je binnen? Wat bevindt zich recht voor je? – Nee, niet je computer of mobiel, maar iets verder –  Misschien een plant, een theekopje, een tafel, een pen? Kies een voorwerp uit en bekijk dat eens uitgebreid. Wat kun je ontdekken als je van heel dichtbij kijkt?

Bijvoorbeeld: Zit je op de wc? Leg zo meteen (als je dit uitgelezen hebt) je mobiel weg en bestudeer het wc papier eens. Wat voor kleur heeft het? Zitten er ribbeltjes op? Bloemetjes? Is het dik? Dun?

Wc papier.

Het lijkt zo normaal.

Maar zo lang bestaat wc papier niet. Vroeger had je geen papier om je kont af te vegen. En nog steeds heeft of gebruikt niet iedereen op de wereld die zo normale rollen.

Onze wereld zit kunstig in elkaar. Zowel de natuur als de materialistische dingen. Jijzelf zit ook kunstig in elkaar. Maar jezelf ontelbaar keren op internet zetten is niet nodig. Gemanipuleerde foto’s met wittere tanden, met ingehouden buik, je weet wel. Daar doe ik niet aan mee.

Je gaat van mij foto’s zien van al het andere. Behalve één fotootje van mezelf zodat je een idee hebt wie er tegen je schrijft.

Onbewust kijken of bewust zien?

Ga je ook kijken? Echt kijken? Misschien zie jij niks moois. Wie weet zie jij iets lelijks. Dat mag ook. Maar kijk verder of eigenlijk veel dichterbij dan de ongelooflijke selfies. Er is zoveel meer te zien.

Is het normaal wat je ziet?

Is dat zo?

Weet je dat wel zeker?

Is jouw wc papier normaal? Waarschijnlijk vind je van wel. Maar weet je dat zeker? Je buurvrouw vindt haar wc papier normaal. Een paar honderd jaar geleden had je een poepstok normaal gevonden.

Heh? Wat? Een poepstok?

Ja.

In vele landen ontbreekt de toiletrol sowieso. Daarvoor hoef je niet naar het verleden. Vele mensen gebruiken water. En hun hand. Wc papier is een luxeproduct. En een gewoonte.

Dus. Kijk. Kijk goed en zie.

Hoe normaal is het wat je ziet? Verwonder je.

Vraag jezelf af: Wat is de reden dat ik foto’s van mezelf  of m’n kind plaats op social media ondanks de gevaren? Foto’s op Facebook, op Instagram, Tinder, Snapchat, Whatsapp, Blogs etc.?

Vraag jezelf af: Wat is de echte reden?

Vraag jezelf af: Wil ik dat echt?

Wanneer je het echt wil en de echte reden weet: Wat is die?

Moet iedereen zien wat voor geweldige vakanties jij hebt?

Ben je bang dat anderen het raar vinden als je nooit foto’s plaatst of zelfs nergens op zit? Ben je bang dat je van alles belangrijks zult missen? Ben je zo gelukkig dat je alles letterlijk met de hele wereld wil delen?  Is het erg belangrijk voor je werk? Moet je veel foto’s plaatsen om maar veel bekeken te worden?

Wil je erbij  horen?

Vraag je af:

Waarbij?

Als je logisch nadenkt, zou je een hoop tijd overhouden voor je kinderen of je werk of je hobby -die dingen die je zo belangrijk vindt om met iedereen te delen- wanneer je zou stoppen met tijd besteden aan foto’s plaatsen, foto’s wisselen, perfecte foto’s maken, andermans foto’s bekijken en liken en berichtjes sturen en weet ik veel wat nog meer.

Mijn vraag aan jou is om me de andere kant te laten zien.

Wat is de reden dat jij je intiemste foto’s het internet op stuurt?

Lieve papa

 

Ik zit bij je thuis

in mijn oude huis.

Jij ligt boven in bed.

Het is alsof ik net

onderaan de trap

heb geroepen: “Páp!”

Binnen met mijn eigen sleutel,

meestal met een kleine keutel,

of eigenlijk vaker met twee.

M’n mooie kinders gaan graag mee

even naar opa op de fiets,

voor een Milky way of voor niets.

Ik zit nu buiten in je tuin,

het is te warm; ik word niet bruin.

Jij houdt ook niet van hitte.

De laatste tijd wel van pitten,

slápen… en je had het koud!

Papa die van warmte houdt?!

Pyjama’s heb ik gehaald

en met jouw pinpas betaald.

Pap, ik zit naast je bed.

Het is alsof ik net

heb gezegd: “Ben je wakker, pap?”

Je ligt daar zo stil en zo slap.

Oh, gelukkig… Je bent niet dood…

“Moet ik Brinta halen of brood?”

“Es, ben jij dat?

Er is weer wat…

Kun je naar de apotheek?

En boodschappen voor een week?”

Je had hulp nodig.

En overbodig

 om te zeggen misschien,

maar ik had graag gezien

dat ik langer had gehad

om dit of dat

voor je te doen.

Meestal een zoen

voor ik weer wegging

en jij je eigen ding

kon doen.

En toen

naar Hospice Dignitas,

waar ik elke dag was.

Om bij je te zijn.

Ik ben niet meer klein, maar jíj bent

míjn pápa, weet je!

Ik hou van je en

niet zo’n klein beetje!

Pap, ik zit naast je bed.

Het is alsof ik je net

in de Deka heb gezien.

Met een kar en misschien

twee dingen erin ofzo.

Maar een mandje is zo

onhandig vind jij.

Pap, jij bent voor mij

de allerbeste ooit.

Ik vergeet je nooit.

Ik probeer over je te schrijven,

maar alle dingen blijven

te weinig op papier.

Wat je hier

hebt betekend voor mij,

is zoveel meer dan jij

je realiseert.

Wat ik heb geleerd

van jou is zóveel.

Nog elke keer deel

ik vele dingen met jou;

groot, klein, en of het nou

belangrijk is of niet,

zoals jij het ziet

is er geenéén.

En zo meteen

zeg je gewoon:

“Es, doe niet zo moeilijk.

Niet lullen, gewoon doen.”

En ik zit nu te lachen,

gewoon om toen.

En tegelijk zit ik te janken.

Ik hoor de vertrouwde klanken

van jou.

En nou

zit ik naast je bed.

Het is alsof ik je net

hoorde ademhalen.

Je buik zag dalen.

Pap, ik zit naast je bed.

Het is nog maar net,

maar jij bent dood.

En ik ben groot,

maar niet groot genoeg.

Het is veel te vroeg.

Ik wil niet dat je weggaat!

Ik wil dat je opstaat!

Pap, ik had geen betere papa

kunnen wensen.

Ik wil je niet missen

en van alle mensen

die ik ken

schrijft mijn pen

het moeilijkst voor jou.

Het is teveel om nou

op te schrijven.

Maar we blijven

bij elkaar.

En elk jaar

dat ik nog leef,

elke minuut beleef

ik met jou samen.

En zó kwamen

we uit de VU

en zó was het nu

dan écht einde verhaal.

Ik herinner het me allemaal.

Je kotsbakje erbij,

of gewoon met mij

aan tafel, gezond en wel.

Of met je slipper een lel.

Alles tolt in mijn hoofd.

En ik heb je beloofd

dat ik je nooit vergeet.

Ik wil dat je weet

dat dat niks anders is dan waar.

Maar met dit lichaam ben jij klaar.

Je leeft voort in mij

en vele anderen erbij.

Pap, ik zit bij je bed.

Ik heb je slippers klaargezet.

Je kunt er zó in stappen

en straks nog grappen

maken als je wil.

Misschien heb je mijn gegil

nog gehoord, toen je wegging.

Het maakt niet uit. Er is één ding

dat ik nog wil zeggen

en niet uit kan leggen.

Pap, ik ben bij je

tot in de eeuwigheid.

Pap, ik zie je!!!

Voorlezen: In bad

Lekker in bad,

spetter de spat.

Even plassen,

haren wassen.

Goed ogen dicht,

was je gezicht.

Zeep in je oog?

Kijk maar omhoog,

dan spoelt ’t water

het even later

weer schoon.

Gewoon,

met een straal,

helemaal

weg.

Zeg,

snap je dat?

Je bent nat,

maar een hondje

rent een rondje

en schudt zich uit.

Met ’t geluid:

Flapper de flap!

Dat is wel knap;

geen handdoek te zien!

Kun jij dat misschien?